Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Voor het bestraten van een parkeerplaats gebruiken de stratenmakers bij iedere 4 grijze tegels 5 rode tegels. Er worden 3200 grijze tegels besteld.
Hoeveel rode tegels moet men bestellen?


2.

Op het bord staat: 94726 - 5236 = 89490
Vier kinderen controleren het antwoord. Welke manier is goed?


3.

Welke van onderstaande getallen ligt op de getallenlijn het dichtst bij 0?


4.

Een organisatie voor verkeersveiligheid doet een onderzoek naar het voeren van licht van auto`s overdag.
In welke provincie is het percentage automobilisten dat licht overdag voert het grootst?

R443_10


5.

Marie zet haar spaarcentjes voor 4 jaar vast tegen 6% rente per jaar. Na 2 jaar is ze benieuwd wat er met haar € 250,- is gebeurd.
Tot welk bedrag is haar kapitaal gegroeid?


6.

7 kinderen verdelen 4,20 euro.
Ieder krijgt ...


7.

Trek af: 98 - 0,01 = ...


8.

30 x 12,5 = ...


9.

De huisschilder verbruikt voor 4 vierkante meter 1 bus (speciale) verf, per stuk € 19,90. Hij verft 1 muur van 9 meter lang en 9 meter hoog. Voor hoeveel euro verft hij deze muur?
Het antwoord ligt het dichtst bij


10.

Welke figuur heeft dezelfde verhoudingen als het gestreepte voorbeeld?

R451_17


11.

[3^5] : 0,3 =


12.

Een controleur van het energiebedrijf controleert de teller in de meterkast. Deze staat op 6097068. De vorige keer stond de teller op 5998991.
Hoeveel staat er nu meer op de teller?


13.

Schatten!
559 - 200 = ...
Het antwoord ligt het dichtst bij


14.

De helft van 37 = ...


15.

Zet in de juiste volgorde, van groot naar klein:

[1^4] - [1^44] - [44^100] - [404^1000]


16.

Het concert duurt 75 minuten en begint om 20:15.
Hoe laat is het concert afgelopen?


17.

3 varkens krijgen 2 zakken voer.
Hoeveel krijgt elk varken?


18.

’1 op de 50 auto’s is geel.’
Hoeveel procent van de auto’s is geel?


19.

Mustafa tankt 71,5 liter diesel à € 0,86 per liter.
Hoeveel moet er betaald worden?


20.

Iemand krijgt een voorschot van € 540,00. Dit is [3^4] deel van het totale salaris per maand.
Wat verdient deze persoon per maand?


21.

Hoeveel honderdsten zitten er in het getal 5,10?


22.

Welke breuk is groter dan 4 en kleiner dan 5?


23.

Welke wekker geeft de juiste tijd aan?

R512_6


24.

Het gewicht van dit gouden kettinkje is ongeveer 15...
Welke maat moet hier ingevuld worden?


25.

Welke slak heeft in verhouding tot zijn lichaam het grootste huisje?

A R452_11_VRAAGA B R452_11_VRAAGB C R452_11_VRAAGC


26.

Rita verpakt 8000 kaarsen in dozen. In elke doos moeten 26 kaarsen.
Schat eens hoeveel dozen ze nodig heeft.


27.

100 gram zoute drop kost € 0,40. 100 gram Engelse drop € 0,50. Ik koop van beide 200 gram.
Wat betaal ik?


28.

Jeugdblad ’Het Geinplein’ kost per jaar € 107. Het jeugdblad ’De lollige leugenaar’ kost per week € 2.
Hoeveel is ’Het Geinplein’ per jaar duurder?


29.

5 liter melk kost € 7,50. 1 liter karnemelk kost € 1,20.
Wat betaal ik voor 10 liter melk en 2 liter karnemelk?


30.

Een jaarabonnement van de krant kost 180 euro. Een kwartaalabonnement kost 47,50 euro.
Hoeveel is het per jaar voordeliger?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud