Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

’1 op de 50 auto’s is geel.’
Hoeveel procent van de auto’s is geel?


2.

Stel: je kunt deze figuur van alle kanten bekijken, hoeveel vlakken tel je dan?
R531_17


3.

1 boek kost € 3,99. Je koopt 9 boeken!
Wat moet je betalen?


4.

Voor welk merk batterijen betaal je per stuk het meest?

R463_10


5.

[3^5] : 0,3 =


6.

De banketbakker heeft 75 kilogram banketstaaf.
Hoeveel stukken van 15 cm kan hij daaruit halen?


7.

[3^8] =


8.

Schatten!
249 + (124 : 25) = ...
Het antwoord ligt het dichtst bij


9.

Een organisatie voor verkeersveiligheid doet een onderzoek naar het voeren van licht van auto`s overdag.
In welke provincie is het percentage automobilisten dat licht overdag voert het grootst?

R443_10


10.

Iemand krijgt een voorschot van € 540,00. Dit is [3^4] deel van het totale salaris per maand.
Wat verdient deze persoon per maand?


11.

Hoeveel procent van deze figuur is gestreept?

R431_10


12.

Temperaturen: maandag 6 graden Celsius, dinsdag 9 graden, woensdag 11 graden, donderdag 4 graden, vrijdag 5 graden.
Hoeveel is dat gemiddeld?


13.

De huisschilder verbruikt voor 4 vierkante meter 1 bus (speciale) verf, per stuk € 19,90. Hij verft 1 muur van 9 meter lang en 9 meter hoog. Voor hoeveel euro verft hij deze muur?
Het antwoord ligt het dichtst bij


14.

(5 x 9) - (7 x 3) = ...


15.

Tel op 14 + 55 + 36 + 75 = ...


16.

Op het bord staat: 94726 - 5236 = 89490
Vier kinderen controleren het antwoord. Welke manier is goed?


17.

Stel: je verdient € 75,- per dag.
Hoeveel zou je ongeveer per jaar verdienen?


18.

100 gram zoute drop kost € 0,40. 100 gram Engelse drop € 0,50. Ik koop van beide 200 gram.
Wat betaal ik?


19.

25% van alle dieren uit een dierentuin zijn vogels.
Dat betekent dat...


20.

Kim verdient per dag bij de boer 8,97 euro. Ze werkt 6 dagen per week.
Schat eens hoeveel ze ongeveer in 1 week verdient.


21.

In welke optelling staan de getallen goed onder elkaar?


22.

In een dorp wonen nu 618 inwoners. Vorig jaar waren dat er 712.
Hoeveel mensen zijn er verhuisd?


23.

Het concert duurt 75 minuten en begint om 20:15.
Hoe laat is het concert afgelopen?


24.

2,817 + 818 + 209,09 =


25.

7 kinderen verdelen 4,20 euro.
Ieder krijgt ...


26.

Een betonplaat is 5 m lang, 3 m breed en 3 dm hoog.
Hoeveel m³ steen is dit?


27.

Carola en Niels zijn in de stad. Carola trakteert op appelgebak. Dat kost € 3,15. Niels koopt voor beiden een kopje koffie. Hij betaalt € 2,55. Ze willen de kosten delen.
Wat moet Niels nog aan Carola betalen?


28.

Vijf vrienden moeten 42 euro delen.
Elk krijgt ... euro.


29.

Een jaarabonnement van de krant kost 180 euro. Een kwartaalabonnement kost 47,50 euro.
Hoeveel is het per jaar voordeliger?


30.

Marie zet haar spaarcentjes voor 4 jaar vast tegen 6% rente per jaar. Na 2 jaar is ze benieuwd wat er met haar € 250,- is gebeurd.
Tot welk bedrag is haar kapitaal gegroeid?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud