Skip to content

Oefenen met taal voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Hoeveel zinnen staan hier?

gisteren was het mooi weer we zijn met zijn allen naar het zwembad geweest en hebben fijn gezwommen ik vond het erg leuk om daar te zijn


2.

Vervang de onjuiste leestekens door de juiste in deze zin.

Ik heb besloten, ik ga mee naar schiermonnikoog?


3.

Welk woord met strand kun je zo niet zeggen?


4.

Wat doe je met ’declareren’?

Heeft u nog wat te declareren bij de douane?


5.

Lees eerst het hele verhaal.
Lees dan regel 28 t/m regel 35.
Waar gaat dit stukje over?
Leestekst2taal8

 


6.

Zoek de zin met het goede voltooid deelwoord van het werkwoord bevriezen.


7.

Lees het verhaaltje van de oude vrouw. Maak dan van deze ene zin twee zinnen.

De oude vrouw werd voor gek verklaard toen ze op haar 98e nog mee wilde doen met de avondvierdaagse.


8.

Wat is het tegengestelde van ’recht’?


9.

Welke zin valt jou het meeste op?


10.

Maak van deze zin een kloppende zin met een vorm van worden.

Ik breng de boeken naar de bibliotheek.


11.

Verkouden touwen pouw wenkbrouwen

Hoeveel foute woorden tel je? (Let op ou en au.)


12.

Wat moet voor tekende staan?

James ... tekende het verdrag.


13.

Wat vul je in op de open plaats?

Ik ga naar de bank, want ... op vakantie. Daar heb ik veel zin in.


14.

Welke zin is niet compleet?


15.

Lees het persbericht. Bepaal daarna welke info ontbreekt.

Op 15 september om 19.30 wordt voor de tweede keer het ’Amsterdam Rockt Festival’ georganiseerd in de oude melkfabriek aan de Valeriusstraat 20 in Amsterdam. De toegang is 20 euro en er treden vier internationaal bekende bands op. Neem voor meer informatie contact op met Iwan Faassen, telefoonnummer: 020-999999.


16.

Maak deze zin op de juiste manier af: We waren onderweg naar Groningen ...


17.

Welke zin klopt niet?


18.

Onderstaande zin is niet helemaal juist. Maak hem kloppend.

De gemaakte kosten kunt u declaren bij ons hoofdkantoor.


19.

Welk woord is goed geschreven?


20.

In welke zin komen de meeste hele werkwoorden voor?


21.

In een van de antwoorden staat een fout. In welke?


22.

Wat zou je veranderen in het woord vrontlijn?


23.

Bij welke zin moet je nog iets invullen op de stippellijn?


24.

Hieronder zie je vier woorden die op een f of een s eindigen. Als je de woorden langer maakt, verandert de f in een v en de s in een z.

Bij welk woord is dat niet zo?


25.

Van de vier woorden is er één fout geschreven, welke?


26.

Zoek de juiste zin.


27.

Wat zegt Klarinske precies?

Klarinske zegt dat er een groot tekort aan leraren is op haar school.


28.

Iedereen weet dat je van douchen smerig wordt. Daarom douchen mensen ook. Vaak gebruiken ze shampoo om hun haren te wassen en zeep om hun lichaam schoon te schrobben. Op zich is water heel goed voor je lichaam, maar wist je dat te veel water je huid uit kan drogen?

Wat is er aan de hand met de eerste zin?


29.

In welke persoonsvorm tijd zit een fout?


30.

Vervang de foute werkwoordsvormen.

Een goede vriendin van mij opbellen. Ik had haar lange tijd niet spreken.


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud