Skip to content

Oefenen met taal voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Welke opmerking is juist?

Hij zei ’Hier neem ik geen genoegen mee.’


2.

Onderstaande zin is niet helemaal juist. Maak hem kloppend.

De gemaakte kosten kunt u declaren bij ons hoofdkantoor.


3.

Wat kun je het beste weglaten in onderstaande zinnen?

Wees op je hoede. Het is een gevaarlijke weg, dus je moet op je hoede zijn en opletten.


4.

Wat kun je het beste doen met rap?

De hele stad is in rap en roer.


5.

Wat zegt Klarinske precies?

Klarinske zegt dat er een groot tekort aan leraren is op haar school.


6.

Welke zin klopt niet?


7.

Maak deze zin op de juiste manier af: We waren onderweg naar Groningen ...


8.

Als je de wijsheid in pacht hebt betekent dit ...


9.

Vier woorden met een ch.
Welk woord is fout geschreven?


10.

Zoek het goedgeschreven woord:


11.

Kies het goedgeschreven woord.


12.

Lees het persbericht. Bepaal daarna welke info ontbreekt.

Op 15 september om 19.30 wordt voor de tweede keer het ’Amsterdam Rockt Festival’ georganiseerd in de oude melkfabriek aan de Valeriusstraat 20 in Amsterdam. De toegang is 20 euro en er treden vier internationaal bekende bands op. Neem voor meer informatie contact op met Iwan Faassen, telefoonnummer: 020-999999.


13.

Welke zin valt jou het meeste op?


14.

Wat vul je in op de open plaats?

Ik ga naar de bank, want ... op vakantie. Daar heb ik veel zin in.


15.

Welk woord past niet goed bij de rest?


16.

Lees het verhaaltje van de oude vrouw. Maak dan van deze ene zin twee zinnen.

De oude vrouw werd voor gek verklaard toen ze op haar 98e nog mee wilde doen met de avondvierdaagse.


17.

Bekijk de volgende tekst. Waar begint er een nieuwe alinea?
Leestekst2taal8


18.

In welk woord kun je oei invullen?


19.

Welk woord krijgt nog een extra medeklinker als je het verkleint?


20.

De volgende woorden schrijf je altijd met een hoofdletter. Eén is er fout; welke?


21.

In een van de antwoorden staat een fout. In welke?


22.

Bij welke zin moet je nog iets invullen op de stippellijn?


23.

Lees dit stukje over kleren kopen. Welke zin is het beste als laatste zin?

1. Ik koop vaak nieuwe kleren. 2. Hij noemt me vaak koopziek. 3. Niet omdat ik niet genoeg heb, maar omdat ik het niet kan laten iets te laten hangen wat ik mooi vind. 4. Mijn vriend wordt er wel eens knettergek van.


24.

Vervang de foute werkwoordsvormen.

Een goede vriendin van mij opbellen. Ik had haar lange tijd niet spreken.


25.

Welke zin is niet compleet?


26.

Welk woord met strand kun je zo niet zeggen?


27.

Bij welke zin staat er een woord op de verkeerde plaats?


28.

Lees eerst het hele verhaal.
Lees dan regel 28 t/m regel 35.
Waar gaat dit stukje over?
Leestekst2taal8

 


29.

In welke persoonsvorm tijd zit een fout?


30.

Van de vier woorden is er één fout geschreven, welke?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud