Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Tijdens de vakantie bezoeken we een aantal musea.
Vader betaalt per museum € 2,65 + € 6,95 + € 12,50 + € 4,50.
Dat is samen ongeveer ...


2.

Negenennegentig miljoen
Schrijf in cijfers.


3.

Elk jaar zwerven grote kuddes gnoes en zebra’s over de Afrikaanse vlakte. Vroeger waren het soms wel 1 000 000 dieren bij elkaar. Tegenwoordig is hun aantal met 30% afgenomen.
Hoeveel dieren zijn er nu?


4.

vakantielanden

Je ziet hier vier favoriete vakantielanden. Naar welk land gaan de meeste Nederlanders op vakantie?


5.

Waarde_afgebeeld_geld_8

Reken dit geldbedrag uit.

 


6.

kwartaal2
Op welke dag valt 3 juni?


7.

30,05
Wat is het verschil tussen de 3 en de 5?


8.

2 uur = ... minuten


9.

bouwsel

Welke plattegrond past bij dit bouwsel?


10.

Blokken_bouwsels_4

Het vierkantje met de cijfers is de plattegrond, de rode kant is het vooraanzicht, paars het zijaanzicht.
Welk antwoord hoort bij deze figuur?


11.

In onze keuken komt een nieuw aanrechtblad.
Wat moet de keukenboer berekenen als hij wil weten hoe groot het blad moet zijn?


12.

blok

Lengte: 24 - Breedte: 12 - Hoogte: 12
Bereken de inhoud.


13.

We vertrokken om 15:33 uur. De reis duurt 3 uur en 45 minuten.
Hoe laat kwamen we aan?


14.

Op de kassabon staat € 1,56. Moeder geeft € 2.
Wat krijgt ze terug?


15.

1000 – 295 =


16.

strook

Hoe noem je het blauwe deel (2)?


17.

In welk kwartaal valt 25 november?


18.

50 x 200 =


19.

Welke breuk past bij 20%?


20.

Karel en zijn vrienden hebben samen een bedrag aan geld. Karel heeft € 8 en dat is het deel.
Hoeveel hebben ze samen?


21.

Transformeren_7a

Welke van deze figuren hebben dezelfde vorm?


22.

In veel supermarkten vinden ze deze muntjes maar lastig. Daarom gebruiken ze die liever niet. In plaats daarvan ronden ze de bedragen af op stuivers. De klant betaalt dan soms iets te veel, of soms iets te weinig. Op mijn kassabon staat € 73,88.
Wat moet ik betalen?


23.

Als ik van 100 tientallen 3 honderdtallen aftrek, hoeveel tientallen houd ik dan over?


24.

De verhuizer liet de doos met het servies vallen. 24 van 36 schoteltjes waren kapot.
Welk percentage hoort hier bij?


25.

13 op 25 bezoekers van de bibliotheek levert een boek wel eens te laat in.
Hoeveel procent is dat?


26.

3 van de 7 koffiedrinkers drinkt de koffie zwart. In restaurant De Bruine Keet werden vorige week 140 kopjes koffie geserveerd.
Hoeveel werden er zwart gedronken?


27.

gewichtsmaten

2250 hg = ...


28.

Als ik wil weten hoeveel smeerkaas er in een kuipje zit, gebruik ik de maat ...


29.

(4 x 1,5) – (2 x 1,7) =


30.

Janneke heeft een krantenwijk. Ze verdiende vorig jaar € 1000. Dit jaar is het aantal abonnees afgenomen. Ze verdient daarom ook minder. De inkomsten daalden met 7%.
Wat verdient ze dit jaar?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud