Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Kies de goede maat.
Als ik de inhoud van een blikje bier wil meten, gebruik ik ...


2.

Auto’s en brandstofverbruik

De Mercedes van de heer Gerritsen – 200 km op 9 liter.
De Renault van mevrouw Tuinstra - 300 km op 15 liter.
De Toyota van de heer Florisse – 250 km op 12 liter.
Welke auto rijdt het zuinigst?


3.

4200 : 600 =


4.

De familie Feenstra gaat tijdens hun vakantie een paar dagen fietsen. Ze fietsen 16, 15, 19, 22, 24, 12 en 18 km.
Hoeveel is dat gemiddeld?


5.

kwartaal2
Op welke dag valt 3 juni?


6.

Karel en zijn vrienden hebben samen een bedrag aan geld. Karel heeft € 8 en dat is het deel.
Hoeveel hebben ze samen?


7.

oppervlaktematen

16 dm² = ...


8.

kubus

Je ziet hier een kubus. Alle ribben van een kubus zijn even lang. De inhoud van deze kubus is 1000 cm³.
Wat is de oppervlakte van een van de zijden?


9.

tegels

Vader heeft een kleine kas achter in de tuin. Naar die kas loopt een tegelpad. Dat pad is 40 tegels lang.
Hoeveel tegels liggen er op het pad?


10.

660 + 198 =


11.

50 x 200 =


12.

Op de kassabon staat € 1,56. Moeder geeft € 2.
Wat krijgt ze terug?


13.

We vertrokken om 15:33 uur. De reis duurt 3 uur en 45 minuten.
Hoe laat kwamen we aan?


14.

In onze straat staan een aantal personenauto’s. Ferdinand wil weten wat deze auto’s gemiddeld waard zijn.
Wat moet hij daarvoor weten?


15.

Janneke heeft een krantenwijk. Ze verdiende vorig jaar € 1000. Dit jaar is het aantal abonnees afgenomen. Ze verdient daarom ook minder. De inkomsten daalden met 7%.
Wat verdient ze dit jaar?


16.

biljetten

Betaal € 485,00 met gepast geld.
Gebruik zo weinig mogelijk biljetten.


17.

Bij de supermarkt op de hoek verkocht men de afgelopen maand 750 flessen cola. 20% daarvan was niet van het merk Coca Cola.
Hoeveel flessen waren er wel van Coca Cola?


18.

Een treinkaartje van Aardenstein naar Vlugburgh kost € 46.
De afstand is 220 km.
Wat kost de reis per km? Rond je antwoord af.


19.

Tijdens de vakantie bezoeken we een aantal musea.
Vader betaalt per museum € 2,65 + € 6,95 + € 12,50 + € 4,50.
Dat is samen ongeveer ...


20.

293 847 - 293 487 - 294 387 - 294 378
Wat is het grootste getal?


21.

Transformeren_7a

Welke van deze figuren hebben dezelfde vorm?


22.

strook

Hoe noem je het blauwe deel (2)?


23.

Als ik van 100 tientallen 3 honderdtallen aftrek, hoeveel tientallen houd ik dan over?


24.

Als ik de oppervlakte meet van de afstandsbediening van de tv, gebruik ik ...


25.

Vorig jaar was de gemiddelde temperatuur in Dokburg 15 ºC. Dit jaar was er een stijging van 20%.
Wat is nu de gemiddelde temperatuur?


26.

Een weekje dierentuin.

dierentuin

Hoeveel bezoekers waren er deze week?


27.

delen

Jan wil graag een spelcomputer. Hij krijgt van beide oma’s geld voor zijn verjaardag. Van oma Jansen krijgt hij  deel en van oma Klazema [1^3] deel.
Welk deel heeft hij nu al?


28.

Als ik wil weten hoeveel smeerkaas er in een kuipje zit, gebruik ik de maat ...


29.

weegschaal

Welk gewicht wijst de weegschaal aan?


30.

7 van de 20 televisiekijkers zapt elke avond langs alle zenders.
Hoeveel procent is dat?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud