Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Tijdens de vakantie bezoeken we een aantal musea.
Vader betaalt per museum € 2,65 + € 6,95 + € 12,50 + € 4,50.
Dat is samen ongeveer ...


2.

30,05
Wat is het verschil tussen de 3 en de 5?


3.

Tijdens de stadsfeesten werden 9010 loten verkocht. De loten zaten in boekjes van 38.
Hoeveel boekjes zijn dat?


4.

Elk jaar zwerven grote kuddes gnoes en zebra’s over de Afrikaanse vlakte. Vroeger waren het soms wel 1 000 000 dieren bij elkaar. Tegenwoordig is hun aantal met 30% afgenomen.
Hoeveel dieren zijn er nu?


5.

weegschaal

Welk gewicht wijst de weegschaal aan?


6.

stad

Als een centimeter in het echt 50 meter is, wat is dan ongeveer de afstand van de eerste naar de laatste rode pijl?


7.

Negenennegentig miljoen
Schrijf in cijfers.


8.

25,05
Rond af op een tiende.


9.

- 0,48 - - 0,35
Welke van deze getallen zijn evenveel waard?


10.

4200 : 600 =


11.

Op de kassabon staat € 1,56. Moeder geeft € 2.
Wat krijgt ze terug?


12.

Bij de supermarkt op de hoek verkocht men de afgelopen maand 750 flessen cola. 20% daarvan was niet van het merk Coca Cola.
Hoeveel flessen waren er wel van Coca Cola?


13.

Een treinkaartje van Aardenstein naar Vlugburgh kost € 46.
De afstand is 220 km.
Wat kost de reis per km? Rond je antwoord af.


14.

595 x 105 : 35 is ongeveer ...


15.

Blokken_bouwsels_4

Het vierkantje met de cijfers is de plattegrond, de rode kant is het vooraanzicht, paars het zijaanzicht.
Welk antwoord hoort bij deze figuur?


16.

kwartaal2
Op welke dag valt 3 juni?


17.

Auto’s en brandstofverbruik

De Mercedes van de heer Gerritsen – 200 km op 9 liter.
De Renault van mevrouw Tuinstra - 300 km op 15 liter.
De Toyota van de heer Florisse – 250 km op 12 liter.
Welke auto rijdt het zuinigst?


18.

7 van de 20 televisiekijkers zapt elke avond langs alle zenders.
Hoeveel procent is dat?


19.

biljetten

Betaal € 485,00 met gepast geld.
Gebruik zo weinig mogelijk biljetten.


20.

inhoud

De maatbeker is gevuld tot de hoogte van de pijl.
In de maatbeker zit ...


21.

394 958 - 394 985 - 394 589 - 394 859
Zet de getallen in volgorde van groot naar klein.


22.

3 van de 7 koffiedrinkers drinkt de koffie zwart. In restaurant De Bruine Keet werden vorige week 140 kopjes koffie geserveerd.
Hoeveel werden er zwart gedronken?


23.

1000 – 295 =


24.

auto

Wat is het verschil tussen het aantal verkochte Toyota’s en het aantal verkochte Volkswagens?


25.

vakantielanden

Je ziet hier vier favoriete vakantielanden. Naar welk land gaan de meeste Nederlanders op vakantie?


26.

In veel supermarkten vinden ze deze muntjes maar lastig. Daarom gebruiken ze die liever niet. In plaats daarvan ronden ze de bedragen af op stuivers. De klant betaalt dan soms iets te veel, of soms iets te weinig. Op mijn kassabon staat € 73,88.
Wat moet ik betalen?


27.

660 + 198 =


28.

48 x 75 =


29.

tijd_digitaal_9

Hoe laat is het op deze klok?


30.

Schaal 1:50
Als een toren in werkelijkheid 80 meter hoog is, hoe groot is hij dan op een tekening?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud