Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

50 x 200 =


2.

inhoudsmaten

36 cm³ = ...


3.

Janneke heeft een krantenwijk. Ze verdiende vorig jaar € 1000. Dit jaar is het aantal abonnees afgenomen. Ze verdient daarom ook minder. De inkomsten daalden met 7%.
Wat verdient ze dit jaar?


4.

lijn

Welke breuk zet je bij de rode pijl?


5.

Negenennegentig miljoen
Schrijf in cijfers.


6.

Steven, Jan, Piet, Henk, Frans en Karel mogen samen 73 knikkers verdelen.
Hoeveel knikkers blijven er over?


7.

blok

Lengte: 24 - Breedte: 12 - Hoogte: 12
Bereken de inhoud.


8.

2 uur = ... minuten


9.

Als ik de oppervlakte meet van de afstandsbediening van de tv, gebruik ik ...


10.

293 847 - 293 487 - 294 387 - 294 378
Wat is het grootste getal?


11.

kwartaal2
Op welke dag valt 3 juni?


12.

vergelijken

Je ziet een grilloven en een wafelijzer. Wat kun je van deze twee figuren zeggen, als je ze met elkaar vergelijkt?


13.

weegschaal

Welk gewicht wijst de weegschaal aan?


14.

Tijdens een huis-aan-huisactie hebben we geld opgehaald voor de buurtvereniging. We wisselen na afloop 750 munten van 10 eurocent in bij de bank.
Wat krijgen we terug?


15.

Een treinkaartje van Aardenstein naar Vlugburgh kost € 46.
De afstand is 220 km.
Wat kost de reis per km? Rond je antwoord af.


16.

In onze keuken komt een nieuw aanrechtblad.
Wat moet de keukenboer berekenen als hij wil weten hoe groot het blad moet zijn?


17.

Schaal 1:50
Als een toren in werkelijkheid 80 meter hoog is, hoe groot is hij dan op een tekening?


18.

595 x 105 : 35 is ongeveer ...


19.

3 van de 7 koffiedrinkers drinkt de koffie zwart. In restaurant De Bruine Keet werden vorige week 140 kopjes koffie geserveerd.
Hoeveel werden er zwart gedronken?


20.

delen

Jan wil graag een spelcomputer. Hij krijgt van beide oma’s geld voor zijn verjaardag. Van oma Jansen krijgt hij  deel en van oma Klazema [1^3] deel.
Welk deel heeft hij nu al?


21.

Tijdens de vakantie bezoeken we een aantal musea.
Vader betaalt per museum € 2,65 + € 6,95 + € 12,50 + € 4,50.
Dat is samen ongeveer ...


22.

Een weekje dierentuin.

dierentuin

Hoeveel bezoekers waren er deze week?


23.

- 0,48 - - 0,35
Welke van deze getallen zijn evenveel waard?


24.

bouwsel

Welke plattegrond past bij dit bouwsel?


25.

(4 x 1,5) – (2 x 1,7) =


26.

blokjes

Stel, er passen 6 kleine blokjes in de hoogte en de breedte van de doos en 12 in de lengte.
Hoeveel blokjes passen er dan in de doos?


27.

Auto’s en brandstofverbruik

De Mercedes van de heer Gerritsen – 200 km op 9 liter.
De Renault van mevrouw Tuinstra - 300 km op 15 liter.
De Toyota van de heer Florisse – 250 km op 12 liter.
Welke auto rijdt het zuinigst?


28.

Bij de supermarkt op de hoek verkocht men de afgelopen maand 750 flessen cola. 20% daarvan was niet van het merk Coca Cola.
Hoeveel flessen waren er wel van Coca Cola?


29.

De verhuizer liet de doos met het servies vallen. 24 van 36 schoteltjes waren kapot.
Welk percentage hoort hier bij?


30.

394 958 - 394 985 - 394 589 - 394 859
Zet de getallen in volgorde van groot naar klein.


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud