Skip to content

Oefenen met taal voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Het vlot trekken van het Nederlandse schip Artemis dat maandagochtend in Frankrijk vastliep, is mislukt.
Dat meldde de rederij Masus Shipping, beheerder van de 90 meter lange coaster gisteravond.
Vanochtend wordt tijdens vloed een nieuwe poging gedaan.

Waarover gaat het in deze tekst?


2.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


3.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


4.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


5.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


6.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


7.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


8.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


9.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


10.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


11.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


12.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


13.

Voor een museum hoef je tegenwoordig de deur niet meer uit.
Er zijn namelijk ook webtentoonstellingen.
Zo heeft het Rijksmuseum in Amsterdam een bijzondere tentoonstelling van allerlei modevoorwerpen van 1500 tot 1900.
Je ziet brillen, tassen, schoenen en hoeden.
Leuk om te zien hoe mensen vroeger ook met de nieuwste mode meededen.
Heel grappig bovendien, dat je het allemaal thuis kunt bekijken.

Wat doet de schrijver met deze tekst?


14.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


15.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


16.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


17.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


18.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


19.

Drie dagen na zijn trouwdag stapte Jan op de loodsboot voor zijn eerste dienst als loods en met een zekere trots keek hij naar het bord aan de wand in het stuurhuis, want naast de namen van de andere loodsen prijkte hierop nu zijn vers geschilderde naambordje: Jan Prins.
Het stond nummer drie van boven in de rij.
Twee loodsen zouden hem nog voorgaan; dan zou hij in de jol stappen om naar de boot gebracht te worden, die hij dan de haven zou moeten binnenbrengen, voor het eerst alleen.
Hij ging naar kooi, maar sliep onrustig.
Als het druk werd, zou hij deze nacht nog aan bod komen.
Hij hoorde de jol strijken, eenmaal, andermaal.
Twee loodsen waren dus weggebracht; nu stond hij nummer een.
Weer sliep hij in.
Op een gegeven moment schrok hij wakker, hij was opgeroepen.

Wat is in deze tekst een loods?


20.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


21.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


22.

1. Tussen mannen en vrouwen bestaan behalve grote overeenkomsten ook een aantal verschillen.
2. Wist je bijvoorbeeld dat sommige lichaamshoudingen typisch mannelijk of vrouwelijk zijn?
3. Zo zijn het vaak de mannen die bij het zitten een been op de knie leggen.
4. Dit zul je de meeste vrouwen niet zo gauw zien doen.
5. Ook zie je mannen vaker onderuitgezakt of wijdbeens met de handen in de nek in een stoel zitten.
6. Misschien dat mannen op sommige punten nog wat van vrouwen kunnen leren...

De inhoud van zin 2 wordt uitgelegd in...


23.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


24.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


25.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


26.

In het boekje staan veel tips.
Wat moet je bijvoorbeeld doen als je een slang ziet?
In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren.
Maar het kan hier wel bliksemen.
En wat doe je dan?
En hoe verlaat je een brandend huis?
Als je in een brandend gebouw bent, moet je er zo snel mogelijk uit.
Ga dus niet op zoek naar waardevolle spullen.
Als het erg rokerig is, moet je gaan kruipen.

Welk antwoord geeft de inhoud van deze tekst het beste weer?


27.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


28.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


29.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


30.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud