Skip to content

Oefenen met taal voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Als ik het koud heb doe ik een warme trui aan.
Thuis doen we dan de houtkachel aan.
Een aangename temperatuur op school is 19 of 20 graden.
Zelf heb ik nooit last van kou en warmte op school.
Ik heb er een grote hekel aan als ik het koud heb.
Dat vind ik nog vervelender dan te warm.
Als je te koud bent ga je snotteren en op het laatst word je verkouden.

Voor wie is deze tekst geschreven?


2.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


3.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


4.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


5.

Juf maakt altijd grapjes. Ik moet er altijd vreselijk om lachen. Juf zegt dan: ’Als die jongen lacht, moet ik ook lachen.’ Maar als juf dat zegt, moet ik daar weer om lachen. En dat vindt juf leuk. Welke uitspraak past het beste bij deze tekst?


6.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


7.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


8.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


9.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


10.

Het was hartje zomer; de zon scheen hoog boven de uitgestrekte bossen en dwong alle bewoners van de camping de schaduw op te zoeken.
Wiebe en Peter - tijdelijk buurjongens - kwamen net uit het zwembad.
In hun zwembroek liepen ze langs het publicatiebord, dat aan de muur van de recreatiezaal hing.
Ze lazen: ’Vanavond dropping voor jongens en meisjes van 16 jaar en ouder. 22.30 uur verzamelen bij het administratiegebouw. Opgeven bij de kampleiding.’
Wiebe en Peter hadden best zin om mee te doen en gingen zich opgeven bij de kampleider.
’s Avonds om half elf - het duurde lang voordat het donker was - kwam een gesloten vrachtauto de camping oprijden.
De jongens en meisjes stapten achterin de grote auto, de deuren gingen dicht en men vertrok 5 minuten later met 26 deelnemers.
In de vrachtauto was het aardedonker.
Alleen door de ventilatieroosters in het dak vielen zo nu en dan lichtstralen van een straatlantaarn.
Na een half uur rijden moesten de eerste mensen de auto verlaten.

Uit dit verhaaltje blijkt dat...


11.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


12.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


13.

1. De grootste vogel ter wereld is de struisvogel.
2. Het is een loopvogel.
3. Struisvogeleieren zijn de grootste eieren ter wereld.
4. Een struisvogelei weegt ongeveer 1,5 kilo en is wel 25 keer zo groot als een gewoon kippenei.
5. In Afrika worden lege struisvoge leieren ook gebruikt om water op te slaan om later op te drinken.
6. Vroeger werden veren van de struisvogel door deftige dames gebruikt om hun uiterlijk  te verfraaien.
7. Gelukkig is dat nu voorbij.

Wat is waar over feit en mening?


14.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


15.

1. Tussen mannen en vrouwen bestaan behalve grote overeenkomsten ook een aantal verschillen.
2. Wist je bijvoorbeeld dat sommige lichaamshoudingen typisch mannelijk of vrouwelijk zijn?
3. Zo zijn het vaak de mannen die bij het zitten een been op de knie leggen.
4. Dit zul je de meeste vrouwen niet zo gauw zien doen.
5. Ook zie je mannen vaker onderuitgezakt of wijdbeens met de handen in de nek in een stoel zitten.
6. Misschien dat mannen op sommige punten nog wat van vrouwen kunnen leren...

De inhoud van zin 2 wordt uitgelegd in...


16.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


17.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


18.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


19.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


20.

Het vlot trekken van het Nederlandse schip Artemis dat maandagochtend in Frankrijk vastliep, is mislukt.
Dat meldde de rederij Masus Shipping, beheerder van de 90 meter lange coaster gisteravond.
Vanochtend wordt tijdens vloed een nieuwe poging gedaan.

Waarover gaat het in deze tekst?


21.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


22.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


23.

Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
Als zijn moeder ziek wordt, gaat hij bij oma wonen.
Maar daar kan hij niet surfen.
Tot hij met kerst een belangrijke wedstrijd wint.

Wat wil de schrijver van deze tekst zeggen?


24.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


25.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


26.

1. Vandaag - ze is niet zo lang meer met vakantie - wil ze proberen een vrouw of een kind te strikken.
2. Ze heeft een portemonnee vol kleine geldstukken, waarmee ze haar tekenmodel wil lokken.
3. Ze wacht een half uur, een uur. Geen succes.
4. Net als ze het wachten heeft opgegeven en haar tekenmateriaal bij elkaar wil pakken, komt er een man langs, een echte Griekse bergbewoner.
5. Het meisje zet haar tekenmateriaal onder een boom en wacht.
6. Het is een lange, magere vent.

Zin 1 is niet de echte eerste zin; welke wel?


27.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


28.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


29.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


30.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud