Skip to content

Oefenen met taal voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


2.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


3.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


4.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


5.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


6.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


7.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


8.

Voor een museum hoef je tegenwoordig de deur niet meer uit.
Er zijn namelijk ook webtentoonstellingen.
Zo heeft het Rijksmuseum in Amsterdam een bijzondere tentoonstelling van allerlei modevoorwerpen van 1500 tot 1900.
Je ziet brillen, tassen, schoenen en hoeden.
Leuk om te zien hoe mensen vroeger ook met de nieuwste mode meededen.
Heel grappig bovendien, dat je het allemaal thuis kunt bekijken.

Wat doet de schrijver met deze tekst?


9.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


10.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


11.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


12.

In het boekje staan veel tips.
Wat moet je bijvoorbeeld doen als je een slang ziet?
In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren.
Maar het kan hier wel bliksemen.
En wat doe je dan?
En hoe verlaat je een brandend huis?
Als je in een brandend gebouw bent, moet je er zo snel mogelijk uit.
Ga dus niet op zoek naar waardevolle spullen.
Als het erg rokerig is, moet je gaan kruipen.

Welk antwoord geeft de inhoud van deze tekst het beste weer?


13.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


14.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


15.

Het meisje zet haar tekenmateriaal onder een boom en wacht.
Vandaag - ze is niet zo lang meer met vakantie - wil ze proberen een vrouw of een kind te strikken.
Ze heeft een portemonnee vol kleine geldstukken, waarmee ze haar tekenmodel wil lokken.
Ze wacht een half uur, een uur. Geen succes.
Net als ze het wachten heeft opgegeven en haar tekenmateriaal bij elkaar wil pakken, komt er een man langs, een echte Griekse bergbewoner.
Het is een lange, magere vent.
Zijn tronie is grof, brutaal, met een haviksneus en een grote mond.
Een petje, stijf van viezigheid, zit op zijn kop geplakt.
Met de wollen doek van fel korenblauw die over zijn schouder hangt, lijkt hij een feest van kleuren, een ’schoonheid’.
Dit model is te mooi om voorbij te laten gaan.

Deze tekst is geschikt ...


16.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


17.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


18.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


19.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


20.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


21.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


22.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


23.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


24.

1. Tussen mannen en vrouwen bestaan behalve grote overeenkomsten ook een aantal verschillen.
2. Wist je bijvoorbeeld dat sommige lichaamshoudingen typisch mannelijk of vrouwelijk zijn?
3. Zo zijn het vaak de mannen die bij het zitten een been op de knie leggen.
4. Dit zul je de meeste vrouwen niet zo gauw zien doen.
5. Ook zie je mannen vaker onderuitgezakt of wijdbeens met de handen in de nek in een stoel zitten.
6. Misschien dat mannen op sommige punten nog wat van vrouwen kunnen leren...

De inhoud van zin 2 wordt uitgelegd in...


25.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


26.

In het boekje staan veel tips.
Wat moet je bijvoorbeeld doen als je een slang ziet?
In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren.
Maar het kan hier wel bliksemen.
En wat doe je dan?
En hoe verlaat je een brandend huis?
Als je in een brandend gebouw bent, moet je er zo snel mogelijk uit.
Ga dus niet op zoek naar waardevolle spullen.
Als het erg rokerig is, moet je gaan kruipen.
Het is overigens wel verstandig het boek meteen te gaan lezen.
Als er iets gevaarlijks gebeurt, heb je daar geen tijd meer voor!

Wat leer je uit dit verhaal?


27.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


28.

1. De grootste vogel ter wereld is de struisvogel.
2. Het is een loopvogel.
3. Struisvogeleieren zijn de grootste eieren ter wereld.
4. Een struisvogelei weegt ongeveer 1,5 kilo en is wel 25 keer zo groot als een gewoon kippenei.
5. In Afrika worden lege struisvoge leieren ook gebruikt om water op te slaan om later op te drinken.
6. Vroeger werden veren van de struisvogel door deftige dames gebruikt om hun uiterlijk  te verfraaien.
7. Gelukkig is dat nu voorbij.

Wat is waar over feit en mening?


29.

Nauvo is een van de honderden eilanden die tot de Finse archipel behoren.
De eilanden zijn onderling verbonden door bruggen, veerponten en  kilometers elektriciteitskabel.
Als je niet wist dat het om een eilandengroep gaat, zou je kunnen denken ergens midden in het Finse binnenland met de duizend meren te verkeren.
Want wat hebben we nu eigenlijk gezien?
Land onderbroken door water, of water met stukken land er in?
Volgens de kaart het laatste dus.
Naarmate je verder naar het zuidwesten gaat, worden de eilanden kleiner en de stukken zee breder.

Hoe wist de schrijver dat hij van eiland naar eiland ging?


30.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud