Skip to content

Oefenen met taal voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


2.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


3.

Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
Als zijn moeder ziek wordt, gaat hij bij oma wonen.
Maar daar kan hij niet surfen.
Tot hij met kerst een belangrijke wedstrijd wint.

Wat wil de schrijver van deze tekst zeggen?


4.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


5.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


6.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


7.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


8.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


9.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


10.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


11.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


12.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


13.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


14.

In het boekje staan veel tips.
Wat moet je bijvoorbeeld doen als je een slang ziet?
In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren.
Maar het kan hier wel bliksemen.
En wat doe je dan?
En hoe verlaat je een brandend huis?
Als je in een brandend gebouw bent, moet je er zo snel mogelijk uit.
Ga dus niet op zoek naar waardevolle spullen.
Als het erg rokerig is, moet je gaan kruipen.
Het is overigens wel verstandig het boek meteen te gaan lezen.
Als er iets gevaarlijks gebeurt, heb je daar geen tijd meer voor!

Wat leer je uit dit verhaal?


15.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


16.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


17.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


18.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


19.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


20.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


21.

Het meisje zet haar tekenmateriaal onder een boom en wacht.
Vandaag - ze is niet zo lang meer met vakantie - wil ze proberen een vrouw of een kind te strikken.
Ze heeft een portemonnee vol kleine geldstukken, waarmee ze haar tekenmodel wil lokken.
Ze wacht een half uur, een uur. Geen succes.
Net als ze het wachten heeft opgegeven en haar tekenmateriaal bij elkaar wil pakken, komt er een man langs, een echte Griekse bergbewoner.
Het is een lange, magere vent.
Zijn tronie is grof, brutaal, met een haviksneus en een grote mond.
Een petje, stijf van viezigheid, zit op zijn kop geplakt.
Met de wollen doek van fel korenblauw die over zijn schouder hangt, lijkt hij een feest van kleuren, een ’schoonheid’.
Dit model is te mooi om voorbij te laten gaan.

Deze tekst is geschikt ...


22.

1. Vandaag - ze is niet zo lang meer met vakantie - wil ze proberen een vrouw of een kind te strikken.
2. Ze heeft een portemonnee vol kleine geldstukken, waarmee ze haar tekenmodel wil lokken.
3. Ze wacht een half uur, een uur. Geen succes.
4. Net als ze het wachten heeft opgegeven en haar tekenmateriaal bij elkaar wil pakken, komt er een man langs, een echte Griekse bergbewoner.
5. Het meisje zet haar tekenmateriaal onder een boom en wacht.
6. Het is een lange, magere vent.

Zin 1 is niet de echte eerste zin; welke wel?


23.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


24.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


25.

Welke van de scheefgedrukte woorden is niet de persoonsvorm?


26.

In welke zin staat een verkeerd gespeld woord?


27.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


28.

In het boekje staan veel tips.
Wat moet je bijvoorbeeld doen als je een slang ziet?
In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren.
Maar het kan hier wel bliksemen.
En wat doe je dan?
En hoe verlaat je een brandend huis?
Als je in een brandend gebouw bent, moet je er zo snel mogelijk uit.
Ga dus niet op zoek naar waardevolle spullen.
Als het erg rokerig is, moet je gaan kruipen.

Welk antwoord geeft de inhoud van deze tekst het beste weer?


29.

In welke zin wordt het scheefgedrukte woord verkeerd gebruikt?


30.

Voor een museum hoef je tegenwoordig de deur niet meer uit.
Er zijn namelijk ook webtentoonstellingen.
Zo heeft het Rijksmuseum in Amsterdam een bijzondere tentoonstelling van allerlei modevoorwerpen van 1500 tot 1900.
Je ziet brillen, tassen, schoenen en hoeden.
Leuk om te zien hoe mensen vroeger ook met de nieuwste mode meededen.
Heel grappig bovendien, dat je het allemaal thuis kunt bekijken.

Wat doet de schrijver met deze tekst?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met taal voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud