Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Roos heeft nog nooit een postcode opgezocht op internet. Om de postcode te kunnen vinden van een bepaald persoon op internet, heb je nodig: de straatnaam, het huisnummer en de plaatsnaam.

Roos moet van 4 mensen de postcode opzoeken:
1: van Annemarie Elberts op de Grote Markt in Rotterdam
2: van Ans op de Schiedammerweg 3 in Enschede
3: van Bodil Mandema op de Kruisstraat 35 in Eindhoven
4: van Jans op de Denekampseweg 17 in Zutphen

Van wie heeft zij niet genoeg gegevens om de postcode op te zoeken?


2.

Deze grafiek laat zien uit welke plaatsen de kinderen van het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam komen.
Cas zegt: ’Meer dan de helft van de kinderen komt uit Amsterdam.’
Imke zegt: ’De minste kinderen van onze school komen uit Ilpendam.’

Wie heeft gelijk?

ET_SV_4f_27


3.

Johan wil weten wie er de voetbalwedstrijd van gisteravond heeft gewonnen: Ajax of PSV. Waar kan hij deze informatie het beste vinden?


4.

Je ziet een kaart van een stukje van de Franse Rivièra. De letters en getallen geven de kaartvakken aan. In welk kaartvak ligt de stad Nice?

ET_SV_6_49


5.

Deze grafiek geeft aan hoe de kinderen van basisschool De Toren naar school komen. Hoeveel kinderen komen er met het openbaar vervoer?

ET_SV_3d_14


6.

Je ziet drie kaarten van Europa. Je wilt weten welke soorten begroeiing er in Europa voorkomen. Welke kaart ga je gebruiken?

ET_SV_8_2

ET_SV_5_26_A

ET_SV_5_26b


7.

Met behulp van een endoscoop kan een arts in je lichaam kijken zonder een snede te maken.
Een smalle slang wordt via een lichaamsholte, zoals de keel, ingebracht.
Lichtbuisjes met glasvezels transporteren licht door de bochten van de slang en verlichten het binnenste van het lichaam.
De endoscoop bevat ook lucht- en waterbuisjes en een buis waardoor chirurgische instrumenten kunnen worden ingebracht.

Welk uittreksel is volgens jou het beste?


8.

Bekijk de grafiek. Welke uitspraak is waar?

ET_info_deel1_a9_15


9.

Je ziet twee kaarten van Nederland. Een kaart met de spoorlijnen en een gewone kaart. Nederland kent de zogenaamde kopstations. Dit zijn stations waar de spoorrails ophoudt en de trein dus aan het einde weer terug moet. Waar in Nederland zou een dergelijk kopstation kunnen liggen?

ET_SV_5_8ET_SV_5_9


10.

Welke titel zou deze grafiek kunnen hebben?

ET_SV_3f_17


11.

Je ziet twee kaarten van België: een kaart met de indeling in gewesten en provincies en een kaart die aangeeft uit welke periode de grondsoorten komen. In welke provincie stamt de bodem uit het pleistoceen?

ET_SV_8_23

ET_SV_8_26


12.

Op basisschool De Dalton wordt er een activiteitenmiddag georganiseerd voor de groepen 5, 6, 7 en 8. Deze grafiek geeft aan welke activiteiten de kinderen per groep gaan doen. De lichtblauwe lijnen zijn voor groep 5, de donkerblauwe voor groep 6, de roze voor groep 7 en de gele voor groep 8.

Welke activiteiten zijn in groep 5 minder populair dan in de andere 3 groepen?

ET_SV_3e_24


13.

Hieronder zie je een schema over verschillende talenfamilies. Welke uitspraak klopt niet?

ET_SV_4a_20


14.

1. Ik heb een husky-tocht gemaakt.
2. Die honden deugen écht niet!
3. Ze willen alleen maar vooruit en sneller en ze hebben geen aan- of uitknop.
4. Terwijl we als groep bezig waren ons voor te bereiden op de tocht, bonden we daarom de sleeën met touwen aan de bomen.
5. Enthousiaste beesten!
6. Maar het was super!
7. Ik heb zelf zo`n slee bestuurd en dat is heel cool.
8. En ik heb weer prachtige Lapse landschappen gezien.

Wat is waar?


15.

Al het materiaal dat snel zijn vorm terugkrijgt nadat het door een kracht is uitgerekt, gebogen of ingedrukt, is geschikt om als een veer te dienen.
Deze eigenschap wordt elasticiteit genoemd.
Veerkrachtig materiaal ontleent zijn elasticiteit aan het evenwicht dat heerst tussen de aantrekkings- en afstootkrachten die de atomen of moleculen van het materiaal bijeenhouden.
Veren hebben verschillende vormen; schroefveren, bladveren en spiraalveren zijn de bekendste.

Welke samenvatting is volgens jou de beste?


16.

Je ziet een stadsplattegrond van Parijs. Welke omschrijving past het best bij Parijs en omgeving op grond van deze plattegrond?

ET_SV_7_47


17.

Op basisschool De Wildebras wordt er een activiteitenmiddag georganiseerd voor de groepen 6, 7 en 8. Deze grafiek geeft aan welke activiteiten de kinderen per groep gaan doen. De blauwe lijnen zijn voor groep 8, de roze voor groep 7 en de gele voor groep 6. Welke bewering is niet waar?

ET_SV_4e_24


18.

Je ziet de kaart van het eiland Malta.
Waar ligt de plaats Zurrieq?

ET_SV_6_5


19.

1. Als de klok een uurtje wordt teruggezet, zijn er op de dag erna minder hartaanvallen dan normaal.
2. Volgens Zweedse onderzoekers komt dat omdat het uurtje meer er voor zorgt dat de mensen voor een keer langer slapen.
3. Helaas is het omgekeerde ook waar.
4. Als de klok een uur vooruit wordt gezet, zijn er meer hartaanvallen...
5. Dat zou dan moeten komen omdat ze een uur slaap tekort komen.

Welke reactie past bij de uitspraken in regel 3 en 5?


20.

De schilder Rembrandt van Rijn is vooral bekend geworden door zijn schilderij de Nachtwacht, dat in Het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Maar hij heeft natuurlijk nog meer geschilderd. Je wilt meer weten over andere schilderijen van deze schilder.

Onder welk woord moet je in de encyclopedie kijken?


21.

Gedurende zijn leven verliest elke vogel veren en krijgt er weer nieuwe bij.
Dit staat bekend als de rui.
De nieuwe veren kunnen dezelfde kleur hebben als de oude, maar kunnen ook verschillen.
Sommige vogels krijgen felgekleurde veren tijdens de broedperiode.
Andere veranderen een paar maal per jaar van kleur om zich aan hun omgeving aan te passen.
Zo krijgt een vrouwtjessneeuwhoen gestreepte veren om haar te camoufleren als ze op haar nest zit.

Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


22.

Je wil de betekenis van het scheefgedrukte woord in de onderstaande zin opzoeken in het woordenboek. Bij welk woord moet je zijn?

Gelukkig pasten we wel met zijn zessen in het fietstaxietje.


23.

Krokodillen en alligators
Deze vervaarlijke carnivoren zijn aangepast aan het leven in het water en op het land.
Meestal liggen ze onder water te loeren op prooien, met hun ogen en neusgaten boven water, maar met de rest van hun lichaam eronder.
Zodra ze hun prooi hebben beetgepakt, scheuren ze er een stuk af door hard te bijten en dan plotseling rond te draaien.

Welke aantekeningen geven de inhoud het beste weer?


24.

Hieronder zie je een schema over vruchten. Wat zijn geen bosvruchten?

ET_SV_3a_30


25.

Hieronder zie je een grafiek van het aantal fietsers in een aantal steden in Nederland.
Dries zegt: ’In Nijmegen rijden er 123 000 fietsers rond.’
Johan zegt: ’In Utrecht rijden er meer fietsers rond dan in Amsterdam.’

Wie heeft er gelijk?

ET_SV_4c_24


26.

Deze grafiek geeft aan hoeveel klanten gemiddeld per dag bij schoenenwinkel ’t Laarsje komen.

Welke conclusie kun je niet trekken uit deze grafiek?

ET_SV_4d_28


27.

Je ziet een schema over sterren en hun helderheid. Hoe lager het getal, hoe helderder de ster.
Wat weet je nu?

ET_info_deel1_a6_07-8


28.

In haar werkstuk over de blindheid maakt Anna onderstaande inhoudsopgave. Waar in het werkstuk vind je dat blindheid kan ontstaan doordat de oogzenuw verlamt?

ET_SV_1c_16


29.

Hieronder zie je het aantal mensen dat in de kerstvakanties naar een zonbestemming ging, het aantal mensen dat naar een winterbestemming ging en het aantal mensen dat een stedentrip ging doen. In welk jaar gingen er meer mensen op stedentrip dan naar een zonbestemming?

ET_SV_3c_22


30.

Haarvaten zijn hele kleine nauwe bloedvaten.
Hun zachte wanden zijn maar één cel dik.
Hierdoor kunnen zuurstof en voedingsstoffen gemakkelijk naar andere cellen in je lichaam stromen, waar ze nodig zijn.
Afvalstoffen gaan makkelijk van de cellen je bloed in om te worden weggebracht.

Wanneer is deze tekst bruikbaar?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud