Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 7

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Je wil de betekenis van het scheefgedrukte woord in de onderstaande zin opzoeken in het woordenboek. Bij welk woord moet je zijn?

Gelukkig pasten we wel met zijn zessen in het fietstaxietje.


2.

1. Als de klok een uurtje wordt teruggezet, zijn er op de dag erna minder hartaanvallen dan normaal.
2. Volgens Zweedse onderzoekers komt dat omdat het uurtje meer er voor zorgt dat de mensen voor een keer langer slapen.
3. Helaas is het omgekeerde ook waar.
4. Als de klok een uur vooruit wordt gezet, zijn er meer hartaanvallen...
5. Dat zou dan moeten komen omdat ze een uur slaap tekort komen.

Welke reactie past bij de uitspraken in regel 3 en 5?


3.

Deze tabel laat de behaalde punten per maand zien van de Kunstrijclub De Elegante Schaats. Wie heeft de minste punten behaald in de maand februari?

ET_SV_3b_30


4.

Hieronder zie je het aantal mensen dat in de kerstvakanties naar een zonbestemming ging, het aantal mensen dat naar een winterbestemming ging en het aantal mensen dat een stedentrip ging doen. In welk jaar gingen er meer mensen op stedentrip dan naar een zonbestemming?

ET_SV_3c_22


5.

Hieronder zie je een schema over vruchten. Wat zijn geen bosvruchten?

ET_SV_3a_30


6.

Welke titel zou deze grafiek kunnen hebben?

ET_SV_3f_17


7.

1. Ik heb een husky-tocht gemaakt.
2. Die honden deugen écht niet!
3. Ze willen alleen maar vooruit en sneller en ze hebben geen aan- of uitknop.
4. Terwijl we als groep bezig waren ons voor te bereiden op de tocht, bonden we daarom de sleeën met touwen aan de bomen.
5. Enthousiaste beesten!
6. Maar het was super!
7. Ik heb zelf zo`n slee bestuurd en dat is heel cool.
8. En ik heb weer prachtige Lapse landschappen gezien.

Wat is waar?


8.

Op basisschool De Wildebras wordt er een activiteitenmiddag georganiseerd voor de groepen 6, 7 en 8. Deze grafiek geeft aan welke activiteiten de kinderen per groep gaan doen. De blauwe lijnen zijn voor groep 8, de roze voor groep 7 en de gele voor groep 6. Welke bewering is niet waar?

ET_SV_4e_24


9.

Hieronder staan vier woorden. Welk woord zou jij vooraan zetten als je let op de alfabetische volgorde?


10.

Deze grafiek geeft aan hoe de kinderen van basisschool De Toren naar school komen. Hoeveel kinderen komen er met het openbaar vervoer?

ET_SV_3d_14


11.

Deze grafiek geeft aan hoeveel klanten gemiddeld per dag bij schoenenwinkel ’t Laarsje komen.

Welke conclusie kun je niet trekken uit deze grafiek?

ET_SV_4d_28


12.

De schilder Rembrandt van Rijn is vooral bekend geworden door zijn schilderij de Nachtwacht, dat in Het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Maar hij heeft natuurlijk nog meer geschilderd. Je wilt meer weten over andere schilderijen van deze schilder.

Onder welk woord moet je in de encyclopedie kijken?


13.

In haar werkstuk over de blindheid maakt Anna onderstaande inhoudsopgave. Waar in het werkstuk vind je dat blindheid kan ontstaan doordat de oogzenuw verlamt?

ET_SV_1c_16


14.

Deze grafiek laat zien uit welke plaatsen de kinderen van het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam komen.
Cas zegt: ’Meer dan de helft van de kinderen komt uit Amsterdam.’
Imke zegt: ’De minste kinderen van onze school komen uit Ilpendam.’

Wie heeft gelijk?

ET_SV_4f_27


15.

Al het materiaal dat snel zijn vorm terugkrijgt nadat het door een kracht is uitgerekt, gebogen of ingedrukt, is geschikt om als een veer te dienen.
Deze eigenschap wordt elasticiteit genoemd.
Veerkrachtig materiaal ontleent zijn elasticiteit aan het evenwicht dat heerst tussen de aantrekkings- en afstootkrachten die de atomen of moleculen van het materiaal bijeenhouden.
Veren hebben verschillende vormen; schroefveren, bladveren en spiraalveren zijn de bekendste.

Welke samenvatting is volgens jou de beste?


16.

Harm wil het telefoonnummer weten van zijn favoriete voetballer Rasmus Elm van AZ Alkmaar. Hij weet dat deze in Alkmaar woont en hij weet ook in welke straat.

Waar moet Harm kijken, als hij in het telefoonboek de pagina’s van Alkmaar heeft gevonden?


17.

Je ziet een stadsplattegrond van Parijs. Welke omschrijving past het best bij Parijs en omgeving op grond van deze plattegrond?

ET_SV_7_47


18.

Je ziet twee kaarten van Nederland. Een kaart met de spoorlijnen en een gewone kaart. Nederland kent de zogenaamde kopstations. Dit zijn stations waar de spoorrails ophoudt en de trein dus aan het einde weer terug moet. Waar in Nederland zou een dergelijk kopstation kunnen liggen?

ET_SV_5_8ET_SV_5_9


19.

Hieronder zie je een grafiek van het aantal fietsers in een aantal steden in Nederland.
Dries zegt: ’In Nijmegen rijden er 123 000 fietsers rond.’
Johan zegt: ’In Utrecht rijden er meer fietsers rond dan in Amsterdam.’

Wie heeft er gelijk?

ET_SV_4c_24


20.

Je ziet een kaart van een stukje van Zuid-Spanje en Noord-Afrika.
Pilar gaat reizen van Algeciras naar Tarifa.
Deze weg is op de kaart ongeveer 5,5 cm.
De schaal van de kaart is 1 : 1 000 000.
Hoeveel km moet Pilar ongeveer afleggen?

ET_SV_6_30


21.

Je ziet de kaart van het eiland Malta.
Waar ligt de plaats Zurrieq?

ET_SV_6_5


22.

Je ziet twee kaarten van België: een kaart met de indeling in gewesten en provincies en een kaart die aangeeft uit welke periode de grondsoorten komen. In welke provincie stamt de bodem uit het pleistoceen?

ET_SV_8_23

ET_SV_8_26


23.

Met behulp van een endoscoop kan een arts in je lichaam kijken zonder een snede te maken.
Een smalle slang wordt via een lichaamsholte, zoals de keel, ingebracht.
Lichtbuisjes met glasvezels transporteren licht door de bochten van de slang en verlichten het binnenste van het lichaam.
De endoscoop bevat ook lucht- en waterbuisjes en een buis waardoor chirurgische instrumenten kunnen worden ingebracht.

Welk uittreksel is volgens jou het beste?


24.

Gedurende zijn leven verliest elke vogel veren en krijgt er weer nieuwe bij.
Dit staat bekend als de rui.
De nieuwe veren kunnen dezelfde kleur hebben als de oude, maar kunnen ook verschillen.
Sommige vogels krijgen felgekleurde veren tijdens de broedperiode.
Andere veranderen een paar maal per jaar van kleur om zich aan hun omgeving aan te passen.
Zo krijgt een vrouwtjessneeuwhoen gestreepte veren om haar te camoufleren als ze op haar nest zit.

Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


25.

Krokodillen en alligators
Deze vervaarlijke carnivoren zijn aangepast aan het leven in het water en op het land.
Meestal liggen ze onder water te loeren op prooien, met hun ogen en neusgaten boven water, maar met de rest van hun lichaam eronder.
Zodra ze hun prooi hebben beetgepakt, scheuren ze er een stuk af door hard te bijten en dan plotseling rond te draaien.

Welke aantekeningen geven de inhoud het beste weer?


26.

Haarvaten zijn hele kleine nauwe bloedvaten.
Hun zachte wanden zijn maar één cel dik.
Hierdoor kunnen zuurstof en voedingsstoffen gemakkelijk naar andere cellen in je lichaam stromen, waar ze nodig zijn.
Afvalstoffen gaan makkelijk van de cellen je bloed in om te worden weggebracht.

Wanneer is deze tekst bruikbaar?


27.

Hieronder zie je een schema over verschillende talenfamilies. Welke uitspraak klopt niet?

ET_SV_4a_20


28.

Bekijk de grafiek. Welke uitspraak is waar?

ET_info_deel1_a9_15


29.

Je ziet een kaart van het eiland Lanzarote.
Hoe diep is de zee waar het bootje vaart?

ET_SV_7_4


30.

Je ziet een kaart van een stukje van de Franse Rivièra. De letters en getallen geven de kaartvakken aan. In welk kaartvak ligt de stad Nice?

ET_SV_6_49


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 7

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud