Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Boer Jaap is een hek aan het maken. Hij heeft een balk met een lengte van 1 m. Hij zaagt een kwart van de balk af. Hoeveel cm heeft hij er af gezaagd?


2.

Maria heeft een kilo rijst. Zij gebruikt voor het avondeten 300 g. Hoeveel rijst heeft zij nog over?


3.

Ida gaat schoonmaken. Ze vult een gewone emmer helemaal met water. Hoeveel water zit er in de emmer?


4.

Jesse legt vloerbedekking in de woonkamer. De woonkamer is 13 m lang en 6 m breed. Jesse heeft al 26 m² vloerbedekking gelegd. Hoeveel m² vloerbedekking met Jesse nog leggen?


5.

De vader en moeder van Selma zijn 15 jaar getrouwd. Ze gaat met haar vader naar de bloemist en ze kopen een bos met 15 rode rozen. Het boeket kost € 26,25. De vader van Selma betaalt met twee briefjes van € 20,00. Hoeveel geld krijgt hij terug?


6.

Steffie wil vandaag een cake gaan bakken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak bloem van € 0,70, zes eieren van € 1,80, een kilo suiker voor € 1,10 en een pakje boter voor € 1,15. Hoeveel moet Steffie betalen?


7.

Paulien heeft een landkaart waar op staat dat 1 cm in het echt 3 km is. Welke schaal staat er op de kaart?


8.

Pieter gaat met zijn ouders op vakantie naar Italië. Zijn vader heeft daarom een wegenkaart van Europa gekocht. Op de wegenkaart staat dat de schaal 1:2 000 000 is. Hoeveel km is 1 cm in het echt?


9.

Ellen koopt bij de drogist twee flessen shampoo van € 2,45 per stuk en een mascara voor € 6,90. Hoeveel moet zij betalen?


10.

Lara gaat naar het winkelcentrum. In haar favoriete kledingwinkel koopt ze een T-shirt van € 4,90 en een mooie rok van € 15,30. Hoe kan Lara betalen?


11.

Tom gaat op vakantie en mag van zijn moeder in de boekhandel een boek uitzoeken. Het boek kost € 16,45 en de moeder van Tom betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?


12.

Joël heeft 42 dropjes. Hij eet [1^6] van de dropjes op. Hoeveel dropjes heeft hij opgegeten?


13.

Susan gaat schoonmaken. Zij doet 7 liter water in een emmer. Hoeveel dl zit er in de emmer?


14.

Rens doet 5 liter water in een emmer. Hoeveel dl is dat?


15.

De vader van Luuk heeft 84 km geschaatst. Hij heeft er 3 uur over gedaan. Wat is zijn snelheid?


16.

Laura bakt elke week een cake. Voor elke cake gebruikt zij 200 g bloem. In een pak bloem zit 1 kg. Na hoeveel weken is het pak leeg?


17.

Casper gaat met zijn moeder en een vriendje naar de bioscoop. De film begint om 15.45 uur en eindigt om 17.20 uur. Hoeveel minuten duurt de film?


18.

Het huis van Noa heeft drie verdiepingen van 11 m lang en 6 m breed. Wat is de oppervlakte van het hele huis?


19.

In de fles shampoo van Karin zit 300 ml. Hoeveel dl is dat?


20.

Marijke koopt bij de groenteboer [1^2] kg sperziebonen en 2 kg aardappelen. De sperziebonen kosten € 2,00 per kg en de aardappelen kosten € 0,80 per kg. Hoeveel moet Marijke betalen?


21.

Bas legt plavuizen in de woonkamer. De woonkamer heeft een lengte van 8 m en een breedte van 4 m. Bas heeft al 14 m² plavuizen gelegd. Hoeveel m² plavuizen moet Bas nog leggen?


22.

Miranda wil een lijst maken om een schilderij. Ze heeft uitgerekend dat dat schilderij een omtrek heeft van 4 m en 60 cm. De lengte is 1 m en 40 cm. Wat is de breedte van het schilderij?


23.

Karel wil bomen planten aan een kant van zijn tuin. Zijn tuin is 12 m lang en hij plant om de 2 meter een boom. Hoeveel bomen heeft Karel nodig? Let op: op beide hoeken moet ook een boom komen.


24.

Jos is in een meubelwinkel. Hij koopt er een nieuw bureau voor € 238,00 en een nieuwe bureaustoel voor € 88,00. Hoe kan Jos betalen?


25.

De moeder van Lois heeft een net sinaasappels gekocht van 3 kg. Hoeveel gram is dat?


26.

Karin drinkt elke dag een halve liter water. Hoeveel dl water drinkt zij in twee dagen?


27.

Het voetbalveld waar Tom traint is 120 m lang en 70 m breed. Wat is de oppervlakte van het voetbalveld?


28.

Loes wil vanavond nasi koken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak rijst voor € 1,35, een pak nasigroente voor € 2,75, een pakje kruiden voor € 0,65 en een doosje eieren voor € 1,25. Hoeveel moet Loes betalen?


29.

Noortje bakt een appeltaart. Ze heeft een pak suiker van 1 kg. Voor de appeltaart gebruikt ze 80 g. Hoeveel gram suiker zit er nog in het pak?


30.

Marcel rijdt 180 km met zijn auto. Hij doet daar 2 uur over. Hoeveel kilometer per uur heeft Marcel gereden?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud