Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Geert gaat naar een winkel waar computerspelletjes worden verkocht. Hij koopt een spel van € 23,85. Hij betaalt met een briefje van € 20,00 en een briefje van € 10,00. Hoeveel geld krijgt Geert terug?
€ 7,15
€ 6,15
€ 6,25
2.
Bas legt plavuizen in de woonkamer. De woonkamer heeft een lengte van 8 m en een breedte van 4 m. Bas heeft al 14 m² plavuizen gelegd. Hoeveel m² plavuizen moet Bas nog leggen?
10 m²
18 m²
22 m²
3.
Boer Jaap is een hek aan het maken. Hij heeft een balk met een lengte van 1 m. Hij zaagt een kwart van de balk af. Hoeveel cm heeft hij er af gezaagd?
25 cm
75 cm
50 cm
4.
Steffie wil vandaag een cake gaan bakken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak bloem van € 0,70, zes eieren van € 1,80, een kilo suiker voor € 1,10 en een pakje boter voor € 1,15. Hoeveel moet Steffie betalen?
€ 4,75
€ 4,65
€ 4,95
5.
Marijke koopt bij de groenteboer
kg sperziebonen en 2 kg aardappelen. De sperziebonen kosten € 2,00 per kg en de aardappelen kosten € 0,80 per kg. Hoeveel moet Marijke betalen?
€ 2,80
€ 1,80
€ 2,60
6.
Lieke en haar moeder gaan met de trein naar Amsterdam. De trein vertrekt om 9.47 uur en komt om 11.23 uur aan. Hoe lang duurt de treinreis?
1 uur en 36 minuten
1 uur en 24 minuten
2 uur en 36 minuten
7.
Roos wil haar moeder verrassen met een bosje bloemen. Ze heeft een mooie bos witte rozen uitgezocht voor € 7,65. Hoe kan Roos betalen?
1 x 5 euro, 1 x 2 euro, 1 x 50 eurocent, 1 x 10 eurocent en 1 x 5 eurocent
1 x 5 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent, 1 x 20 eurocent en 1 x 5 eurocent
1 x 5 euro, 1 x 2 euro en 1 x 5 eurocent
8.
Ruben heeft een chocoladereep. De reep bestaat uit 24 stukjes. Hij eet
van de reep op. Hoeveel stukjes heeft Ruben opgegeten?
3 stukjes
8 stukjes
6 stukjes
9.
Het voetbalveld waar Tom traint is 120 m lang en 70 m breed. Wat is de oppervlakte van het voetbalveld?
3800 m²
1900 m²
8400 m²
10.
Jolien wil een hekje om haar groentetuin plaatsen. De lengte van de tuin is 6 m en 50 cm. De breedte van de tuin is 2 m en 50 cm. Hoeveel meter hek heeft Jolien nodig?
18 m
9 m
17 m
11.
Het huis van Noa heeft drie verdiepingen van 11 m lang en 6 m breed. Wat is de oppervlakte van het hele huis?
66 m²
198 m²
102 m²
12.
Loes gaat naar de bakker. Ze koopt een brood en vier gebakjes. Het brood kost € 1,95 en de gebakjes kosten € 2,10 per stuk. Hoeveel moet Loes betalen?
€ 10,35
€ 6,35
€ 9,35
13.
Ruben vraagt aan zijn moeder of ze vandaag frietjes mogen eten. Zijn moeder vindt het goed, maar dan moet hij de boodschappen doen. Hij gaat naar de supermarkt en koopt een zak friet voor € 1,75 en een pot appelmoes voor € 1,35. Hij betaalt met een briefje van € 5,00. Hoeveel geld krijgt Ruben terug?
€ 1,95
€ 1,90
€ 2,90
14.
Susan gaat schoonmaken. Zij doet 7 liter water in een emmer. Hoeveel dl zit er in de emmer?
700 dl
70 dl
7 dl
15.
Jan zijn gewicht was 90 kg. Hij is afgevallen en weegt nu
minder. Hoeveel weegt hij nu?
72 kg
85 kg
78 kg
16.
Timo fietst ’s ochtends 3 km naar school. Daar doet hij 15 minuten over. Na school fietst hij 2 km naar zijn vriendje om te spelen. Later op de middag fietst hij 3 km naar huis. Timo fietst elke keer even snel. Hoe lang heeft Timo in totaal gefietst?
2 uur
30 minuten
40 minuten
17.
Max gaat altijd op de fiets naar zijn werk. Gisteren deed hij er precies een half uur over. Vandaag heeft hij er drie minuten minder lang over gedaan. In hoeveel minuten is Max vandaag naar zijn werk gefietst?
27 minuten
12 minuten
57 minuten
18.
Loes wil vanavond nasi koken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak rijst voor € 1,35, een pak nasigroente voor € 2,75, een pakje kruiden voor € 0,65 en een doosje eieren voor € 1,25. Hoeveel moet Loes betalen?
€ 5,00
€ 5,90
€ 6,00
19.
Olivia heeft een zak rijst van 2 kg. Ze gebruikt 600 g rijst voor het avondeten. Hoeveel gram rijst zit er nog in de zak?
1400 g
19400 g
140 g
20.
Ida gaat schoonmaken. Ze vult een gewone emmer helemaal met water. Hoeveel water zit er in de emmer?
8 l
8 dl
8 ml
21.
Laurens gaat vanmiddag naar het verjaardagsfeest van zijn vriendin. Hij gaat eerst langs de bloemist om een mooie bos rode rozen te kopen. De rozen kosten € 9,75. Hoe kan Laurens betalen?
1 x 5 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent, 2 x 20 eurocent en 1 x 5 eurocent
1 x 5 euro, 1 x 2 euro, 1 x 50 eurocent, 1 x 20 eurocent en 1 x 5 eurocent
1 x 5 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent, 1 x 20 eurocent en 1 x 5 eurocent
22.
Sven gaat schaatsen op de ijsbaan. Hij heeft 4 km geschaatst. Hij heeft daar 1 kwartier over gedaan. Wat is zijn snelheid?
40 kilometer per uur
16 kilometer per uur
15 kilometer per uur
23.
Paulien heeft een landkaart waar op staat dat 1 cm in het echt 3 km is. Welke schaal staat er op de kaart?
1:3000
1:30 000
1:300 000
24.
Maureen wil trakteren omdat ze een nieuwe baan heeft. Ze koopt bij de bakker tien gebakjes van € 1,80 per stuk. Ze betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel geld krijgt Maureen terug?
€ 22,00
€ 38,00
€ 32,00
25.
Kim is 1 m en 50 cm, Tom is 1 m en 45 cm en Paul is 1 m en 40 cm. Hoeveel cm zijn Kim, Tom en Paul samen?
435 cm
138 cm
155 cm
26.
Naomi en Evelyn gaan met de bus naar de stad. De bus vertrekt om 12.43 uur en komt om 13.07 uur aan. Hoe lang duurt de busreis?
36 minuten
24 minuten
14 minuten
27.
Femke is jarig geweest en koopt bij de bakker twee taarten van € 7,30 per stuk. Hoe kan Femke betalen?
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 20 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 1 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
28.
Jesse legt vloerbedekking in de woonkamer. De woonkamer is 13 m lang en 6 m breed. Jesse heeft al 26 m² vloerbedekking gelegd. Hoeveel m² vloerbedekking met Jesse nog leggen?
12 m²
52 m²
2 m²
29.
Marcel rijdt 180 km met zijn auto. Hij doet daar 2 uur over. Hoeveel kilometer per uur heeft Marcel gereden?
100 kilometer per uur
80 kilometer per uur
90 kilometer per uur
30.
Rick drinkt een glas cola van 20 cl. Mark drinkt twee bekers melk van 150 ml en Esther drinkt een kopje koffie van 150 ml. Hoeveel cl hebben ze samen gedronken?
65 cl
470 cl
50 cl
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht