Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Joël heeft 42 dropjes. Hij eet
van de dropjes op. Hoeveel dropjes heeft hij opgegeten?
6 dropjes
36 dropjes
7 dropjes
2.
Timo fietst ’s ochtends 3 km naar school. Daar doet hij 15 minuten over. Na school fietst hij 2 km naar zijn vriendje om te spelen. Later op de middag fietst hij 3 km naar huis. Timo fietst elke keer even snel. Hoe lang heeft Timo in totaal gefietst?
2 uur
30 minuten
40 minuten
3.
Casper gaat met zijn moeder en een vriendje naar de bioscoop. De film begint om 15.45 uur en eindigt om 17.20 uur. Hoeveel minuten duurt de film?
95 minuten
85 minuten
55 minuten
4.
Tessa en haar zus krijgen van hun ouders een nieuwe fiets. De fiets van Tessa kost € 295,00 en de fiets van haar zus kost € 325,00. Hoeveel moeten de ouders van Tessa betalen?
€ 620,00
€ 520,00
€ 625,00
5.
Ellen koopt bij de drogist twee flessen shampoo van € 2,45 per stuk en een mascara voor € 6,90. Hoeveel moet zij betalen?
€ 9,35
€ 9,80
€ 11,80
6.
Ida gaat schoonmaken. Ze vult een gewone emmer helemaal met water. Hoeveel water zit er in de emmer?
8 dl
8 l
8 ml
7.
Mark heeft geld gekregen voor zijn verjaardag. Hij gaat naar de boekhandel en koopt een boek van € 16,95 en een stripboek van € 5,95. Hoeveel moet Mark betalen?
€ 22,90
€ 21,90
€ 22,95
8.
Jurgen is te groot geworden voor zijn fiets. Zijn ouders kopen een nieuwe fiets voor Jurgen voor € 235,50. Hoe kunnen ze betalen?
2 x 100 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro en 1 x 50 eurocent
4 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro, 1 x 5 euro en 1 x 50 eurocent
5 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro, 1 x 5 euro en 1 x 50 eurocent
9.
Femke is jarig geweest en koopt bij de bakker twee taarten van € 7,30 per stuk. Hoe kan Femke betalen?
1 x 10 euro, 1 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 20 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
10.
Geert gaat naar een winkel waar computerspelletjes worden verkocht. Hij koopt een spel van € 23,85. Hij betaalt met een briefje van € 20,00 en een briefje van € 10,00. Hoeveel geld krijgt Geert terug?
€ 7,15
€ 6,25
€ 6,15
11.
Ramon is thuis aan het klussen. Hij gaat naar de bouwmarkt en koopt acht planken van € 12,00 per stuk. Hoe kan Ramon betalen?
1 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 5 euro en 1 x 2 euro
1 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 5 euro en 2 x 2 euro
1 x 50 euro, 2 x 20 euro, 1 x 5 euro en 1 x 1 euro
12.
Olivia heeft een zak rijst van 2 kg. Ze gebruikt 600 g rijst voor het avondeten. Hoeveel gram rijst zit er nog in de zak?
140 g
19400 g
1400 g
13.
Susan gaat schoonmaken. Zij doet 7 liter water in een emmer. Hoeveel dl zit er in de emmer?
7 dl
70 dl
700 dl
14.
Thomas heeft 1 kg druiven gekocht. Hij eet thuis één trosje druiven van 120 g. Hoeveel gram druiven heeft hij nog over?
880 g
88 g
9880 g
15.
In de fles shampoo van Karin zit 300 ml. Hoeveel dl is dat?
3 dl
30 dl
300 dl
16.
De vader en moeder van Selma zijn 15 jaar getrouwd. Ze gaat met haar vader naar de bloemist en ze kopen een bos met 15 rode rozen. Het boeket kost € 26,25. De vader van Selma betaalt met twee briefjes van € 20,00. Hoeveel geld krijgt hij terug?
€ 13,75
€ 23,75
€ 14,75
17.
Iris gaat met haar klas op schoolreisje. Ze vertrekken ’s ochtends om 9.17 uur en komen ’s middags om 16.54 uur weer thuis. Hoe lang is Iris weggeweest?
6 uur en 37 minuten
7 uur en 23 minuten
7 uur en 37 minuten
18.
De vader van Luuk heeft 84 km geschaatst. Hij heeft er 3 uur over gedaan. Wat is zijn snelheid?
28 kilometer per uur
26 kilometer per uur
24 kilometer per uur
19.
Miranda wil een lijst maken om een schilderij. Ze heeft uitgerekend dat dat schilderij een omtrek heeft van 4 m en 60 cm. De lengte is 1 m en 40 cm. Wat is de breedte van het schilderij?
90 cm
180 cm
160 cm
20.
De moeder van Lois heeft een net sinaasappels gekocht van 3 kg. Hoeveel gram is dat?
30 000 g
30 g
3000 g
21.
Veerle doet mee aan een atletiekwedstrijd. Ze kan goed verspringen. De vorige wedstrijd sprong ze 3 m en 25 cm. Nu springt ze 3 m en 32 cm. Met hoeveel mm heeft ze haar record verbeterd?
7 mm
700 mm
70 mm
22.
Kim is 1 m en 50 cm, Tom is 1 m en 45 cm en Paul is 1 m en 40 cm. Hoeveel cm zijn Kim, Tom en Paul samen?
155 cm
138 cm
435 cm
23.
Boer Jaap is een hek aan het maken. Hij heeft een balk met een lengte van 1 m. Hij zaagt een kwart van de balk af. Hoeveel cm heeft hij er af gezaagd?
25 cm
50 cm
75 cm
24.
Bas legt plavuizen in de woonkamer. De woonkamer heeft een lengte van 8 m en een breedte van 4 m. Bas heeft al 14 m² plavuizen gelegd. Hoeveel m² plavuizen moet Bas nog leggen?
22 m²
10 m²
18 m²
25.
Suze zit op tennisles en ze gaat op de fiets naar de tennisbaan. Ze vertrekt om 15.57 uur en komt om 16.18 uur bij de tennisbaan aan. Hoe lang is ze onderweg?
39 minuten
31 minuten
21 minuten
26.
De oma van Renske bakt pannenkoeken. Zij gebruikt 500 g bloem. Hoeveel kg is dat?
5 kg
kg
50 kg
27.
Boer Gerben maakt een hek om zijn weiland. Hij heeft een balk van 250 cm en zaagt er
af. Hoe lang is de balk nu?
175 cm
237 cm
220 cm
28.
Amber gaat een stukje wandelen met haar oma. Ze vertrekken om 13.26 uur en komen om 14.19 uur weer thuis. Hoe lang zijn Amber en haar oma weggeweest?
53 minuten
45 minuten
7 minuten
29.
Jasper is met zijn ouders in een pretpark. Ze besluiten een ijsje te gaan eten. Jasper kiest een ijsje van € 0,90, zijn ouders kiezen elk een ijsje van € 1,20. Zijn moeder betaalt met een briefje van € 5,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?
€ 2,90
€ 2,70
€ 1,70
30.
In een flesje shampoo zit 30 cl. Frits gebruikt per keer 15 ml shampoo. Na hoeveel keer is de fles leeg?
200 keer
20 keer
2 keer
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht