Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Jan zijn gewicht was 90 kg. Hij is afgevallen en weegt nu
minder. Hoeveel weegt hij nu?
85 kg
78 kg
72 kg
2.
Ellen koopt bij de drogist twee flessen shampoo van € 2,45 per stuk en een mascara voor € 6,90. Hoeveel moet zij betalen?
€ 9,35
€ 11,80
€ 9,80
3.
Jurgen is te groot geworden voor zijn fiets. Zijn ouders kopen een nieuwe fiets voor Jurgen voor € 235,50. Hoe kunnen ze betalen?
5 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro, 1 x 5 euro en 1 x 50 eurocent
4 x 50 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro, 1 x 5 euro en 1 x 50 eurocent
2 x 100 euro, 1 x 20 euro, 1 x 10 euro en 1 x 50 eurocent
4.
In de fles shampoo van Karin zit 300 ml. Hoeveel dl is dat?
300 dl
30 dl
3 dl
5.
Ida gaat schoonmaken. Ze vult een gewone emmer helemaal met water. Hoeveel water zit er in de emmer?
8 ml
8 l
8 dl
6.
De moeder van Lois heeft een net sinaasappels gekocht van 3 kg. Hoeveel gram is dat?
30 g
30 000 g
3000 g
7.
In een flesje shampoo zit 30 cl. Frits gebruikt per keer 15 ml shampoo. Na hoeveel keer is de fles leeg?
20 keer
2 keer
200 keer
8.
De vader van Luuk heeft 84 km geschaatst. Hij heeft er 3 uur over gedaan. Wat is zijn snelheid?
26 kilometer per uur
24 kilometer per uur
28 kilometer per uur
9.
Joël heeft 42 dropjes. Hij eet
van de dropjes op. Hoeveel dropjes heeft hij opgegeten?
36 dropjes
7 dropjes
6 dropjes
10.
Loes wil vanavond nasi koken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak rijst voor € 1,35, een pak nasigroente voor € 2,75, een pakje kruiden voor € 0,65 en een doosje eieren voor € 1,25. Hoeveel moet Loes betalen?
€ 5,00
€ 5,90
€ 6,00
11.
Karel wil bomen planten aan een kant van zijn tuin. Zijn tuin is 12 m lang en hij plant om de 2 meter een boom. Hoeveel bomen heeft Karel nodig? Let op: op beide hoeken moet ook een boom komen.
7 bomen
12 bomen
6 bomen
12.
Tom gaat op vakantie en mag van zijn moeder in de boekhandel een boek uitzoeken. Het boek kost € 16,45 en de moeder van Tom betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?
€ 33,65
€ 34,55
€ 33,55
13.
Geert gaat naar een winkel waar computerspelletjes worden verkocht. Hij koopt een spel van € 23,85. Hij betaalt met een briefje van € 20,00 en een briefje van € 10,00. Hoeveel geld krijgt Geert terug?
€ 6,25
€ 6,15
€ 7,15
14.
Miranda wil een lijst maken om een schilderij. Ze heeft uitgerekend dat dat schilderij een omtrek heeft van 4 m en 60 cm. De lengte is 1 m en 40 cm. Wat is de breedte van het schilderij?
160 cm
90 cm
180 cm
15.
Timo fietst ’s ochtends 3 km naar school. Daar doet hij 15 minuten over. Na school fietst hij 2 km naar zijn vriendje om te spelen. Later op de middag fietst hij 3 km naar huis. Timo fietst elke keer even snel. Hoe lang heeft Timo in totaal gefietst?
2 uur
30 minuten
40 minuten
16.
Karin drinkt elke dag een halve liter water. Hoeveel dl water drinkt zij in twee dagen?
100 dl
1 dl
10 dl
17.
Steijn zijn gewicht was 75 kg. Hij is afgevallen en weegt nu
minder. Hoeveel is Steijn afgevallen?
30 kg
10 kg
15 kg
18.
Rens doet 5 liter water in een emmer. Hoeveel dl is dat?
500 dl
50 dl
5 dl
19.
Mark heeft geld gekregen voor zijn verjaardag. Hij gaat naar de boekhandel en koopt een boek van € 16,95 en een stripboek van € 5,95. Hoeveel moet Mark betalen?
€ 21,90
€ 22,95
€ 22,90
20.
Sven gaat schaatsen op de ijsbaan. Hij heeft 4 km geschaatst. Hij heeft daar 1 kwartier over gedaan. Wat is zijn snelheid?
16 kilometer per uur
15 kilometer per uur
40 kilometer per uur
21.
Femke is jarig geweest en koopt bij de bakker twee taarten van € 7,30 per stuk. Hoe kan Femke betalen?
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 2 x 2 euro, 1 x 20 eurocent en 1 x 10 eurocent
1 x 10 euro, 1 x 2 euro, 1 x 50 eurocent en 1 x 10 eurocent
22.
Bram gaat op vakantie naar Frankrijk. Zijn vader heeft een wegenkaart gekocht met een schaal van 1:5 000 000 Hoeveel km is 1 cm op de kaart in het echt?
5000 km
500 km
50 km
23.
Kim is 1 m en 50 cm, Tom is 1 m en 45 cm en Paul is 1 m en 40 cm. Hoeveel cm zijn Kim, Tom en Paul samen?
138 cm
435 cm
155 cm
24.
Lara gaat naar het winkelcentrum. In haar favoriete kledingwinkel koopt ze een T-shirt van € 4,90 en een mooie rok van € 15,30. Hoe kan Lara betalen?
1 x 20 euro, 1 x 1 euro en 1 x 20 eurocent
1 x 10 euro, 1 x 5 euro, 2 x 2 euro en 1 x 20 eurocent
1 x 20 euro en 1 x 20 eurocent
25.
Maartje heeft voor haar verjaardag geld gekregen van opa en oma. Ze is met haar moeder naar de speelgoedwinkel gegaan om iets uit te zoeken. Uiteindelijk heeft ze gekozen voor een spelletje van € 12,50 en een barbiepop van € 6,20. Ze betaalt met een briefje van € 20,00. Hoeveel geld krijgt Maartje terug?
€ 1,20
€ 1,30
€ 2,40
26.
Amber gaat een stukje wandelen met haar oma. Ze vertrekken om 13.26 uur en komen om 14.19 uur weer thuis. Hoe lang zijn Amber en haar oma weggeweest?
7 minuten
45 minuten
53 minuten
27.
Paulien heeft een landkaart waar op staat dat 1 cm in het echt 3 km is. Welke schaal staat er op de kaart?
1:300 000
1:30 000
1:3000
28.
Thomas heeft 1 kg druiven gekocht. Hij eet thuis één trosje druiven van 120 g. Hoeveel gram druiven heeft hij nog over?
9880 g
880 g
88 g
29.
Bas legt plavuizen in de woonkamer. De woonkamer heeft een lengte van 8 m en een breedte van 4 m. Bas heeft al 14 m² plavuizen gelegd. Hoeveel m² plavuizen moet Bas nog leggen?
10 m²
18 m²
22 m²
30.
Casper gaat met zijn moeder en een vriendje naar de bioscoop. De film begint om 15.45 uur en eindigt om 17.20 uur. Hoeveel minuten duurt de film?
85 minuten
55 minuten
95 minuten
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht