Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Veerle doet mee aan een atletiekwedstrijd. Ze kan goed verspringen. De vorige wedstrijd sprong ze 3 m en 25 cm. Nu springt ze 3 m en 32 cm. Met hoeveel mm heeft ze haar record verbeterd?


2.

Jurgen is te groot geworden voor zijn fiets. Zijn ouders kopen een nieuwe fiets voor Jurgen voor € 235,50. Hoe kunnen ze betalen?


3.

Maria heeft een kilo rijst. Zij gebruikt voor het avondeten 300 g. Hoeveel rijst heeft zij nog over?


4.

Paulien heeft een landkaart waar op staat dat 1 cm in het echt 3 km is. Welke schaal staat er op de kaart?


5.

Jesse legt vloerbedekking in de woonkamer. De woonkamer is 13 m lang en 6 m breed. Jesse heeft al 26 m² vloerbedekking gelegd. Hoeveel m² vloerbedekking met Jesse nog leggen?


6.

Steffie wil vandaag een cake gaan bakken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak bloem van € 0,70, zes eieren van € 1,80, een kilo suiker voor € 1,10 en een pakje boter voor € 1,15. Hoeveel moet Steffie betalen?


7.

In een flesje shampoo zit 30 cl. Frits gebruikt per keer 15 ml shampoo. Na hoeveel keer is de fles leeg?


8.

De oma van Renske bakt pannenkoeken. Zij gebruikt 500 g bloem. Hoeveel kg is dat?


9.

Marijke koopt bij de groenteboer [1^2] kg sperziebonen en 2 kg aardappelen. De sperziebonen kosten € 2,00 per kg en de aardappelen kosten € 0,80 per kg. Hoeveel moet Marijke betalen?


10.

Bas legt plavuizen in de woonkamer. De woonkamer heeft een lengte van 8 m en een breedte van 4 m. Bas heeft al 14 m² plavuizen gelegd. Hoeveel m² plavuizen moet Bas nog leggen?


11.

Het huis van Noa heeft drie verdiepingen van 11 m lang en 6 m breed. Wat is de oppervlakte van het hele huis?


12.

Laurens gaat vanmiddag naar het verjaardagsfeest van zijn vriendin. Hij gaat eerst langs de bloemist om een mooie bos rode rozen te kopen. De rozen kosten € 9,75. Hoe kan Laurens betalen?


13.

Joël heeft 42 dropjes. Hij eet [1^6] van de dropjes op. Hoeveel dropjes heeft hij opgegeten?


14.

Timo fietst ’s ochtends 3 km naar school. Daar doet hij 15 minuten over. Na school fietst hij 2 km naar zijn vriendje om te spelen. Later op de middag fietst hij 3 km naar huis. Timo fietst elke keer even snel. Hoe lang heeft Timo in totaal gefietst?


15.

Iris gaat met haar klas op schoolreisje. Ze vertrekken ’s ochtends om 9.17 uur en komen ’s middags om 16.54 uur weer thuis. Hoe lang is Iris weggeweest?


16.

Roos wil haar moeder verrassen met een bosje bloemen. Ze heeft een mooie bos witte rozen uitgezocht voor € 7,65. Hoe kan Roos betalen?


17.

Miranda wil een lijst maken om een schilderij. Ze heeft uitgerekend dat dat schilderij een omtrek heeft van 4 m en 60 cm. De lengte is 1 m en 40 cm. Wat is de breedte van het schilderij?


18.

Loes wil vanavond nasi koken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak rijst voor € 1,35, een pak nasigroente voor € 2,75, een pakje kruiden voor € 0,65 en een doosje eieren voor € 1,25. Hoeveel moet Loes betalen?


19.

Ellen koopt bij de drogist twee flessen shampoo van € 2,45 per stuk en een mascara voor € 6,90. Hoeveel moet zij betalen?


20.

In de fles shampoo van Karin zit 300 ml. Hoeveel dl is dat?


21.

Boer Gerben maakt een hek om zijn weiland. Hij heeft een balk van 250 cm en zaagt er [3^10] af. Hoe lang is de balk nu?


22.

Ramon is thuis aan het klussen. Hij gaat naar de bouwmarkt en koopt acht planken van € 12,00 per stuk. Hoe kan Ramon betalen?


23.

Rens doet 5 liter water in een emmer. Hoeveel dl is dat?


24.

De moeder van Lois heeft een net sinaasappels gekocht van 3 kg. Hoeveel gram is dat?


25.

Naomi en Evelyn gaan met de bus naar de stad. De bus vertrekt om 12.43 uur en komt om 13.07 uur aan. Hoe lang duurt de busreis?


26.

Marcel rijdt 180 km met zijn auto. Hij doet daar 2 uur over. Hoeveel kilometer per uur heeft Marcel gereden?


27.

Lara gaat naar het winkelcentrum. In haar favoriete kledingwinkel koopt ze een T-shirt van € 4,90 en een mooie rok van € 15,30. Hoe kan Lara betalen?


28.

Tom gaat op vakantie en mag van zijn moeder in de boekhandel een boek uitzoeken. Het boek kost € 16,45 en de moeder van Tom betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?


29.

Jan zijn gewicht was 90 kg. Hij is afgevallen en weegt nu [1^18] minder. Hoeveel weegt hij nu?


30.

Karin drinkt elke dag een halve liter water. Hoeveel dl water drinkt zij in twee dagen?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud