Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Lieke en haar moeder gaan met de trein naar Amsterdam. De trein vertrekt om 9.47 uur en komt om 11.23 uur aan. Hoe lang duurt de treinreis?


2.

Lara gaat naar het winkelcentrum. In haar favoriete kledingwinkel koopt ze een T-shirt van € 4,90 en een mooie rok van € 15,30. Hoe kan Lara betalen?


3.

Steffie wil vandaag een cake gaan bakken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak bloem van € 0,70, zes eieren van € 1,80, een kilo suiker voor € 1,10 en een pakje boter voor € 1,15. Hoeveel moet Steffie betalen?


4.

Rick drinkt een glas cola van 20 cl. Mark drinkt twee bekers melk van 150 ml en Esther drinkt een kopje koffie van 150 ml. Hoeveel cl hebben ze samen gedronken?


5.

Laura bakt elke week een cake. Voor elke cake gebruikt zij 200 g bloem. In een pak bloem zit 1 kg. Na hoeveel weken is het pak leeg?


6.

Tom gaat op vakantie en mag van zijn moeder in de boekhandel een boek uitzoeken. Het boek kost € 16,45 en de moeder van Tom betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?


7.

Joël heeft 42 dropjes. Hij eet [1^6] van de dropjes op. Hoeveel dropjes heeft hij opgegeten?


8.

Steijn zijn gewicht was 75 kg. Hij is afgevallen en weegt nu [2^15] minder. Hoeveel is Steijn afgevallen?


9.

Maria heeft een kilo rijst. Zij gebruikt voor het avondeten 300 g. Hoeveel rijst heeft zij nog over?


10.

Max gaat altijd op de fiets naar zijn werk. Gisteren deed hij er precies een half uur over. Vandaag heeft hij er drie minuten minder lang over gedaan. In hoeveel minuten is Max vandaag naar zijn werk gefietst?


11.

Loes wil vanavond nasi koken. Ze gaat naar de supermarkt en koopt een pak rijst voor € 1,35, een pak nasigroente voor € 2,75, een pakje kruiden voor € 0,65 en een doosje eieren voor € 1,25. Hoeveel moet Loes betalen?


12.

Amber gaat een stukje wandelen met haar oma. Ze vertrekken om 13.26 uur en komen om 14.19 uur weer thuis. Hoe lang zijn Amber en haar oma weggeweest?


13.

Paulien heeft een landkaart waar op staat dat 1 cm in het echt 3 km is. Welke schaal staat er op de kaart?


14.

Ellen koopt bij de drogist twee flessen shampoo van € 2,45 per stuk en een mascara voor € 6,90. Hoeveel moet zij betalen?


15.

Het voetbalveld waar Tom traint is 120 m lang en 70 m breed. Wat is de oppervlakte van het voetbalveld?


16.

Mark heeft geld gekregen voor zijn verjaardag. Hij gaat naar de boekhandel en koopt een boek van € 16,95 en een stripboek van € 5,95. Hoeveel moet Mark betalen?


17.

Olivia heeft een zak rijst van 2 kg. Ze gebruikt 600 g rijst voor het avondeten. Hoeveel gram rijst zit er nog in de zak?


18.

Jurgen is te groot geworden voor zijn fiets. Zijn ouders kopen een nieuwe fiets voor Jurgen voor € 235,50. Hoe kunnen ze betalen?


19.

Ruben heeft een chocoladereep. De reep bestaat uit 24 stukjes. Hij eet [1^3] van de reep op. Hoeveel stukjes heeft Ruben opgegeten?


20.

Jasper is met zijn ouders in een pretpark. Ze besluiten een ijsje te gaan eten. Jasper kiest een ijsje van € 0,90, zijn ouders kiezen elk een ijsje van € 1,20. Zijn moeder betaalt met een briefje van € 5,00. Hoeveel geld krijgt zij terug?


21.

Marcel rijdt 180 km met zijn auto. Hij doet daar 2 uur over. Hoeveel kilometer per uur heeft Marcel gereden?


22.

Noortje bakt een appeltaart. Ze heeft een pak suiker van 1 kg. Voor de appeltaart gebruikt ze 80 g. Hoeveel gram suiker zit er nog in het pak?


23.

Het huis van Noa heeft drie verdiepingen van 11 m lang en 6 m breed. Wat is de oppervlakte van het hele huis?


24.

Thomas heeft 1 kg druiven gekocht. Hij eet thuis één trosje druiven van 120 g. Hoeveel gram druiven heeft hij nog over?


25.

De moeder van Lois heeft een net sinaasappels gekocht van 3 kg. Hoeveel gram is dat?


26.

Kim is 1 m en 50 cm, Tom is 1 m en 45 cm en Paul is 1 m en 40 cm. Hoeveel cm zijn Kim, Tom en Paul samen?


27.

Jos is in een meubelwinkel. Hij koopt er een nieuw bureau voor € 238,00 en een nieuwe bureaustoel voor € 88,00. Hoe kan Jos betalen?


28.

Jesse legt vloerbedekking in de woonkamer. De woonkamer is 13 m lang en 6 m breed. Jesse heeft al 26 m² vloerbedekking gelegd. Hoeveel m² vloerbedekking met Jesse nog leggen?


29.

Sven gaat schaatsen op de ijsbaan. Hij heeft 4 km geschaatst. Hij heeft daar 1 kwartier over gedaan. Wat is zijn snelheid?


30.

Ida gaat schoonmaken. Ze vult een gewone emmer helemaal met water. Hoeveel water zit er in de emmer?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud