Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Ramon, Emma en Tim hebben elk een chocoladereep van hun moeder gekregen. Ramon eet [12^24], Emma eet [10^12] en Tim eet [6^8]. Wie heeft het grootste stuk gegeten?


2.

Henrike heeft een pak bloem van 0,5 kg. Ze gaat pepernoten bakken en gebruikt daarvoor 200 g van de bloem. Hoeveel gram bloem heeft Henrike nog over?


3.

Willem is een boek aan het lezen over Afrika. In het boek staat een tekening van een Afrikaanse olifant. Bij de tekening staat dat de schaal 1:40 is. Op de tekening heeft de olifant een hoogte van 8 cm. Hoe hoog is de olifant in werkelijkheid?


4.

Bij de slager kost een kilogram shoarmavlees € 11,50. Bert wil 400 g shoarmavlees kopen. Hoeveel moet hij betalen?


5.

Meneer en mevrouw Luitjes eten elke dag 200 g aardappelen per persoon. Hoeveel kg aardappelen eten ze samen per week?


6.

Miranda gaat naar het tuincentrum. Ze wil wat nieuwe planten kopen voor in de tuin. Daarnaast laat ze zich ook verleiden tot het kopen van een aantal andere spulletjes. Het ziet er ook allemaal zo fleurig uit. Bij de kassa moet ze in totaal € 63,35 betalen. Dat valt even tegen! Hoe kan Miranda gepast betalen?


7.

Peter is morgen jarig en wil trakteren op school. Hij gaat met zijn vader naar de supermarkt en koopt drie zakken met uitdeelzakjes popcorn van € 2,60 per stuk. Hoe kunnen Peter en zijn vader gepast betalen?


8.

Meester Frank heeft een grote kan. De kan is 1,5 dm breed, 1 dm diep en 4 dm hoog. Meester Frank wil de kan vullen met limonade. Hoeveel liter limonade past in de kan?


9.

Toby gaat naar de bakker en koopt vier gebakjes van € 1,95 per stuk. Hij betaalt met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgt hij terug?


10.

Willem en Stefanie hebben een fietstocht gemaakt. Ze zijn om 9.30 uur vertrokken en om 12.00 weer thuis gekomen. Hun gemiddelde snelheid was 18 km/u. Hoeveel km hebben Willem en Stefanie gefietst?


11.

Gerrit heeft een nacht gelogeerd bij zijn beste vriend. Hij is zaterdag om 14.25 uur van huis gegaan en zondag om 18.07 uur weer thuis gekomen. Hoe lang is Gerrit van huis geweest?


12.

Elise en Lotte zijn met hun oma een dagje naar een pretpark. Hun oma trakteert op een ijsje. Elise kiest een ijsje van € 1,15, Lotte kiest een ijsje van € 0,80 en oma neemt zelf een ijsje van € 1,00. Hoe kan de oma van Elise en Lotte gepast betalen?


13.

Bij de bloemist zijn vandaag de tulpen in de aanbieding. Ze kostten eerst € 4,90 per bos, maar nu zijn ze € 1,50 per bos goedkoper. Jessica koopt een bos en betaalt met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgt zij terug?


14.

Claudia heeft van haar juf de opdracht gekregen een plattegrond van het klaslokaal te tekenen. De schaal van de plattegrond moet 1:200 zijn. Het klaslokaal is 16 m lang en 12 m breed. Hoe lang en hoe breed moet het klaslokaal op de tekening zijn?


15.

Barbara gaat met haar beste vriendin winkelen. Ze heeft een leuke spijkerbroek gezien en gaat hem passen. Hij staat haar geweldig en ze besluit hem te kopen. Hij is ook nog in de aanbieding! De spijkerbroek kostte eerst € 39,00, maar kost nu € 5,50 minder. Barbara betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel krijgt zij terug?


16.

Bianca heeft € 60,00 gespaard. Ze gaat met haar moeder winkelen en geeft [2^5] van haar spaargeld uit. Hoeveel geld heeft Bianca uitgegeven?


17.

Willem gaat naar de slager. Hij koopt [1^2] kg gehakt en twee varkenshaasjes. Het gehakt kost € 9,20 per kg en de varkenshaasjes kosten € 2,50 per stuk. Hoe kan Willem gepast betalen?


18.

De school van Sander begint vanmorgen om half negen en eindigt vanmiddag om drie uur. Sander is vandaag dus 6 [1^2] uur op school. Onderweg naar school rekent hij uit hoeveel minuten dat zijn. Hoeveel minuten zijn dat volgens jou?


19.

Koen en zijn vader gaan een fietstocht maken. Ze vertrekken `s ochtends om 11.47 uur en komen `s middags om 15.22 uur weer thuis. Hoe lang zijn Koen en zijn vader van huis geweest?


20.

De familie Kooistra is een dagje naar het strand gegaan. Het is ontzettend heet en ze zien veel mensen met een ijsje lopen. Op een gegeven moment besluiten zij ook een ijsje te gaan kopen. Ze kopen twee ijsje van € 1,25 en een ijsje van € 0,90. Ze betalen met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgen ze terug?


21.

Niek, Tess en Marit hebben trek. In de vriezer hebben ze nog één pizza gevonden en ze besluiten om deze samen te delen. Niek eet [4^8] van de pizza, Tess eet [6^16] van de pizza en Marit eet [4^32] van de pizza. Wie heeft het meeste gegeten, wie daarna en wie daarna? (Zet in volgorde van meest naar minst.)


22.

Dirk gaat naar de slager. Hij wil vier hamburgers kopen. Ze kosten € 0,95 per stuk. Hoe kan Dirk gepast betalen?


23.

De vader van Sanne gaat twee muren van haar slaapkamer blauw schilderen. Eén muur is 3 m breed en de andere muur is 4 m breed. De hoogte van Sanne’s slaapkamer is 2,5 m. Hoeveel m² gaat de vader van Sanne schilderen?


24.

Joppe drinkt een glas cola van 20 cl, Bram drinkt een kopje thee van 1,5 dl en Frits drinkt een glas water van 2 dl. Hoeveel ml hebben ze samen gedronken?


25.

Tom heeft in het weekend een nachtje bij zijn beste vriend gelogeerd. Hij is op zaterdag om 13.44 uur vertrokken en op zondag om 17.24 uur weer thuis gekomen. Hoe lang is Tom van huis geweest?


26.

Olivia zit op gitaarles. Ze vindt het erg leuk, maar ze oefent wat te weinig. Daarom heeft ze besloten elke dag een kwartier te oefenen, behalve op de dag dat ze les heeft. Hoe lang wil Olivia in totaal per week oefenen?


27.

Dirk wil een terras maken met tegels van 1 dm². Het terras moet 40 dm lang en 24 dm breed worden. Hoeveel tegels heeft Dirk nodig?


28.

Vera is aan het winkelen. Vera heeft net een heleboel kleding gepast en ze heeft een aantal kledingstukken uitgekozen die ze wil kopen. Ze gaat naar de kassa en moet € 64,25 betalen. Hoe kan Vera gepast betalen?


29.

Eva is een appeltaart aan het bakken. Ze heeft alle ingrediënten in de bakvorm gedaan en zet deze in een voorverwarmde oven. In het recept leest ze dat de appeltaart 1 uur in de oven moet. Hoeveel seconden zijn dat?


30.

Bas wil een muur van de woonkamer schilderen. De muur is 5 m breed en 2,5 m hoog en er zit een raam in van 1 m breed en 2 m hoog. Hoeveel m² moet Bas schilderen?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud