Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Nick gaat naar de drogist. Er is een aanbieding van een bepaald merk, namelijk: drie halen, twee betalen. Van dat merk koopt hij drie flessen shampoo. De shampoo kost normaal gesproken € 3,65 per stuk. Hoeveel moet Nick betalen?
€ 9,95
€ 7,30
€ 10,95
2.
Mevrouw Jansen heeft zelf een nieuw ontwerp gemaakt voor haar tuin. Op de tekening die ze heeft gemaakt, is haar tuin 14 cm breed en 8 cm diep. In werkelijkheid is de tuin 42 m breed en 24 m diep. Welke schaal hoort bij de tekening?
1:30
1:300
1:400
3.
Joost heeft net gevoetbald en hij heeft enorme trek. Zijn moeder heeft pannenkoeken gebakken. Joost rolt elke pannenkoek op en snijdt deze vervolgens in zes stukken. In totaal eet hij
pannenkoek. Hoeveel pannenkoeken zijn dat?
20
3
18
4.
Marcel is jarig geweest en trakteert de hele klas op zakjes chips. Nadat hij heeft getrakteerd, heeft hij nog 6 zakjes over. Hij heeft
van de zakjes chips uitgedeeld. Hoeveel zakjes chips had Marcel meegenomen?
32
30
36
5.
Megan heeft een pakje appelsap van 220 ml gedronken, Evelien heeft een flesje sinaasappelsap van 3 dl gedronken en Naomi heeft een flesje water van 2,5 dl gedronken. Hoeveel cl hebben ze samen gedronken?
57,5 cl
77 cl
27, 5 cl
6.
Rick gaat naar de supermarkt en koopt een zak drop voor € 2,25 en twee pakjes kauwgum van € 0,95 per stuk. Hoeveel moet hij betalen?
€ 4,10
€ 3,15
€ 4,15
7.
Pieter, Thomas en Lucas hebben elk een rolletje drop gekocht. Aan het einde van de dag hebben ze de dropjes bijna op. Pieter heeft namelijk
opgegeten, Thomas heeft
opgegeten en Lucas heeft
opgegeten. Wie heeft de meeste dropjes opgegeten?
Thomas
Lucas
Pieter
8.
Bij de bloemist zijn vandaag de tulpen in de aanbieding. Ze kostten eerst € 4,90 per bos, maar nu zijn ze € 1,50 per bos goedkoper. Jessica koopt een bos en betaalt met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgt zij terug?
€ 6,60
€ 7,60
€ 6,40
9.
Rick gaat op de weegschaal staan en ziet dat hij 52 kg weegt. Hij vraagt aan zijn moeder of zij weet hoeveel hg dat is. Hoeveel hg is 52 kg?
0,52 hg
520 hg
5200 hg
10.
Jasper doet vaak mee aan zwemwedstrijden. Zijn record op de 200 meter vrije slag is 150 seconden. Wat is gelijk aan 150 seconden?
2
minuut
1 minuut en 50 seconden
1
minuut
11.
Meneer en mevrouw Luitjes eten elke dag 200 g aardappelen per persoon. Hoeveel kg aardappelen eten ze samen per week?
28 kg
1,4 kg
2,8 kg
12.
Jacqueline wil met haar vriendin een wandeling maken door een mooi natuurgebied. Ze rijden met de auto naar de parkeerplaats waar de wandeling begint. Bij de parkeerplaats staat een bord met een kaart waarop de wandeling is aangegeven. De schaal die bij de kaart staat, is 1:15 000. Wat betekent deze schaal?
1 cm is in werkelijkheid 15 m
1 cm is in werkelijkheid 1,5 km
1 cm is in werkelijkheid 150 m
13.
De familie Kooistra is een dagje naar het strand gegaan. Het is ontzettend heet en ze zien veel mensen met een ijsje lopen. Op een gegeven moment besluiten zij ook een ijsje te gaan kopen. Ze kopen twee ijsje van € 1,25 en een ijsje van € 0,90. Ze betalen met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgen ze terug?
€ 6,60
€ 7,60
€ 6,40
14.
Mike woog 90 kg. Hij vond zichzelf veel te zwaar en besloot daar wat aan te doen. In twee weken tijd is Mike
van zijn gewicht kwijtgeraakt. Hoeveel weegt Mike nu?
85 kg
84 kg
75 kg
15.
Lisa gaat altijd met de auto naar haar werk. De afstand van haar huis naar haar werk is 50 km. Vandaag was er veel file en haar gemiddelde snelheid was dan ook slechts 30 km/u. Hoe lang was Lisa onderweg naar haar werk?
1 uur en 10 minuten
1
uur
1 uur en 40 minuten
16.
Bas wil een muur van de woonkamer schilderen. De muur is 5 m breed en 2,5 m hoog en er zit een raam in van 1 m breed en 2 m hoog. Hoeveel m² moet Bas schilderen?
10,5 m²
13 m²
8,5 m²
17.
Willem en Stefanie hebben een fietstocht gemaakt. Ze zijn om 9.30 uur vertrokken en om 12.00 weer thuis gekomen. Hun gemiddelde snelheid was 18 km/u. Hoeveel km hebben Willem en Stefanie gefietst?
63 km
45 km
54 km
18.
Dirk gaat naar de slager. Hij wil vier hamburgers kopen. Ze kosten € 0,95 per stuk. Hoe kan Dirk gepast betalen?
1 x 1 euro, 4 x 50 eurocent, 3 x 20 eurocent, 1 x 10 eurocent
1 x 1 euro, 5 x 50 eurocent, 1 x 20 eurocent, 1 x 10 eurocent
1 x 2 euro, 2 x 50 eurocent, 1 x 20 eurocent, 1 x 10 eurocent
19.
Miriam en haar moeder gaan een dagje winkelen. Ze vertrekken `s ochtends om 10.55 uur van huis en komen om 16.42 uur weer thuis. Hoe lang zijn Miriam en haar moeder van huis geweest?
6 uur en 47 minuten
5 uur en 47 minuten
5 uur en 13 minuten
20.
Bij de slager kost een kilogram shoarmavlees € 11,50. Bert wil 400 g shoarmavlees kopen. Hoeveel moet hij betalen?
€ 4,60
€ 2,85
€ 46,00
21.
Henrike heeft een pak bloem van 0,5 kg. Ze gaat pepernoten bakken en gebruikt daarvoor 200 g van de bloem. Hoeveel gram bloem heeft Henrike nog over?
30 g
497 g
300 g
22.
Joppe drinkt een glas cola van 20 cl, Bram drinkt een kopje thee van 1,5 dl en Frits drinkt een glas water van 2 dl. Hoeveel ml hebben ze samen gedronken?
235 ml
55 ml
550 ml
23.
Marit gaat met haar familie op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Haar vader heeft verteld dat ze wel veertien uur in de auto moeten zitten! Marit rekent uit hoeveel kwartier dat is. Hoeveel kwartier is veertien uur?
44 kwartier
56 kwartier
46 kwartier
24.
Willem gaat naar de slager. Hij koopt
kg gehakt en twee varkenshaasjes. Het gehakt kost € 9,20 per kg en de varkenshaasjes kosten € 2,50 per stuk. Hoe kan Willem gepast betalen?
2 x 2 euro, 2 x 1 euro, 3 x 50 eurocent, 6 x 20 eurocent en 2 x 10 eurocent
2 x 2 euro, 3 x 1 euro, 4 x 50 eurocent, 6 x 20 eurocent en 3 x 10 eurocent
2 x 2 euro, 3 x 1 euro, 3 x 50 eurocent, 5 x 20 eurocent en 1 x 10 eurocent
25.
Barbara gaat met haar beste vriendin winkelen. Ze heeft een leuke spijkerbroek gezien en gaat hem passen. Hij staat haar geweldig en ze besluit hem te kopen. Hij is ook nog in de aanbieding! De spijkerbroek kostte eerst € 39,00, maar kost nu € 5,50 minder. Barbara betaalt met een briefje van € 50,00. Hoeveel krijgt zij terug?
€ 16,50
€ 17,50
€ 15,50
26.
Maarten gaat naar de boekhandel en koopt een boek voor € 15,50. Daarnaast koopt hij nog twee tijdschriften: een voor € 3,90 en een voor € 5,90. Hoeveel moet hij betalen?
€ 25,30
€ 24,30
€ 25,80
27.
Bram gaat met zijn ouders op bezoek bij zijn opa en oma. Ze moeten in totaal 73,5 km rijden. Onderweg rekent Bram uit hoeveel dam dat is. Hoeveel dam is 73,5 km?
73,5 dam
7350 dam
7,35 dam
28.
Anouk en Paul hebben vandaag een fietstocht gemaakt. Ze zijn om 10.30 uur vertrokken en om 14.30 uur weer thuis gekomen. Hun gemiddelde snelheid was 16 km/u. Hoeveel km hebben Anouk en Paul gefietst?
44 km
64 km
40 km
29.
Gerrit heeft een nacht gelogeerd bij zijn beste vriend. Hij is zaterdag om 14.25 uur van huis gegaan en zondag om 18.07 uur weer thuis gekomen. Hoe lang is Gerrit van huis geweest?
20 uur en 42 minuten
28 uur en 32 minuten
27 uur en 42 minuten
30.
Ida maakt graag haar eigen kleding. Ze heeft een patroon voor een blouse uitgezocht en gaat naar de stoffenwinkel. Nadat ze een tijdje heeft rondgekeken, besluit ze voor een kleurige gebloemde stof te kiezen. De stof kost € 15,00 per meter en ze heeft 1,2 meter nodig. Hoeveel moet zij betalen?
€ 20,00
€ 18,00
€ 17,00
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht