Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Rick gaat naar de supermarkt en koopt een zak drop voor € 2,25 en twee pakjes kauwgum van € 0,95 per stuk. Hoeveel moet hij betalen?


2.

Meneer en mevrouw Franken willen een wandeling maken in een natuurgebied. Aan het begin van de wandeling staat een bord met een plattegrond van het gebied. De schaal die op het bord staat, is 1:10 000. Wat betekent dit?


3.

Claudia heeft van haar juf de opdracht gekregen een plattegrond van het klaslokaal te tekenen. De schaal van de plattegrond moet 1:200 zijn. Het klaslokaal is 16 m lang en 12 m breed. Hoe lang en hoe breed moet het klaslokaal op de tekening zijn?


4.

Bianca gaat naar de boekhandel en koopt twee boeken: een voor € 12,50 en een voor € 15,20. Daarnaast koopt ze nog een tijdschrift van € 2,90. Hoeveel moet Bianca betalen?


5.

Lisa gaat altijd met de auto naar haar werk. De afstand van haar huis naar haar werk is 50 km. Vandaag was er veel file en haar gemiddelde snelheid was dan ook slechts 30 km/u. Hoe lang was Lisa onderweg naar haar werk?


6.

Bij de slager kost een kilogram shoarmavlees € 11,50. Bert wil 400 g shoarmavlees kopen. Hoeveel moet hij betalen?


7.

De familie Rozema gaat altijd met de caravan op vakantie. In de caravan zit een watertank van 70 liter. Hoeveel hl is dat?


8.

Meester Frank heeft een grote kan. De kan is 1,5 dm breed, 1 dm diep en 4 dm hoog. Meester Frank wil de kan vullen met limonade. Hoeveel liter limonade past in de kan?


9.

Jacqueline wil met haar vriendin een wandeling maken door een mooi natuurgebied. Ze rijden met de auto naar de parkeerplaats waar de wandeling begint. Bij de parkeerplaats staat een bord met een kaart waarop de wandeling is aangegeven. De schaal die bij de kaart staat, is 1:15 000. Wat betekent deze schaal?


10.

Lisette heeft vandaag twee keer televisie gekeken. `s Ochtends keek ze van 9.14 uur tot 10.54 uur. `s Middags keek ze van 15.27 uur tot 17.32 uur. Hoe lang heeft Lisette vandaag televisie gekeken?


11.

Marcel is jarig geweest en trakteert de hele klas op zakjes chips. Nadat hij heeft getrakteerd, heeft hij nog 6 zakjes over. Hij heeft [5^6] van de zakjes chips uitgedeeld. Hoeveel zakjes chips had Marcel meegenomen?


12.

Willem is een boek aan het lezen over Afrika. In het boek staat een tekening van een Afrikaanse olifant. Bij de tekening staat dat de schaal 1:40 is. Op de tekening heeft de olifant een hoogte van 8 cm. Hoe hoog is de olifant in werkelijkheid?


13.

Petra heeft een fles limonadesiroop van 1,5 l. Voor elk glas limonade gebruikt zij 2,5 cl siroop. Hoeveel glazen limonade kan Petra met de fles limonadesiroop maken?


14.

De school van Sander begint vanmorgen om half negen en eindigt vanmiddag om drie uur. Sander is vandaag dus 6 [1^2] uur op school. Onderweg naar school rekent hij uit hoeveel minuten dat zijn. Hoeveel minuten zijn dat volgens jou?


15.

Rick gaat op de weegschaal staan en ziet dat hij 52 kg weegt. Hij vraagt aan zijn moeder of zij weet hoeveel hg dat is. Hoeveel hg is 52 kg?


16.

Nick gaat naar de drogist. Er is een aanbieding van een bepaald merk, namelijk: drie halen, twee betalen. Van dat merk koopt hij drie flessen shampoo. De shampoo kost normaal gesproken € 3,65 per stuk. Hoeveel moet Nick betalen?


17.

Leon heeft € 80,00 gespaard. Hij gaat met een vriend naar de computerwinkel en geeft [2^5] van zijn spaargeld uit. Hoeveel geld heeft Leon uitgegeven?


18.

Toby gaat naar de bakker en koopt vier gebakjes van € 1,95 per stuk. Hij betaalt met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgt hij terug?


19.

Joost heeft net gevoetbald en hij heeft enorme trek. Zijn moeder heeft pannenkoeken gebakken. Joost rolt elke pannenkoek op en snijdt deze vervolgens in zes stukken. In totaal eet hij [20^6] pannenkoek. Hoeveel pannenkoeken zijn dat?


20.

Tamara is jarig geweest en krijgt een heleboel mensen op bezoek. Ze gaat naar de bakker en koopt 4[1^2] vlaai. Een hele vlaai kan ze in acht stukken snijden. Welke breuk hoort hier bij?


21.

Lisa, Barbara en Kaylee zijn een film aan het kijken. Op een gegeven moment krijgen ze trek en besluiten ze samen een pizza te delen. Lisa eet [2^6], Barbara eet [3^8] en Kaylee eet [7^24]. Wie heeft het grootste stuk gegeten?


22.

Niek, Tess en Marit hebben trek. In de vriezer hebben ze nog één pizza gevonden en ze besluiten om deze samen te delen. Niek eet [4^8] van de pizza, Tess eet [6^16] van de pizza en Marit eet [4^32] van de pizza. Wie heeft het meeste gegeten, wie daarna en wie daarna? (Zet in volgorde van meest naar minst.)


23.

Alida maakt graag kleding voor haar kinderen. Ze wil een zomerjurkje voor haar dochter maken. In de stoffenwinkel heeft ze een vrolijk gekleurde stof uitgezocht. De stof kost € 9,40 per meter en Alida heeft 1,5 meter nodig. Hoeveel moet zij betalen?


24.

Vera is aan het winkelen. Vera heeft net een heleboel kleding gepast en ze heeft een aantal kledingstukken uitgekozen die ze wil kopen. Ze gaat naar de kassa en moet € 64,25 betalen. Hoe kan Vera gepast betalen?


25.

Anouk en Paul hebben vandaag een fietstocht gemaakt. Ze zijn om 10.30 uur vertrokken en om 14.30 uur weer thuis gekomen. Hun gemiddelde snelheid was 16 km/u. Hoeveel km hebben Anouk en Paul gefietst?


26.

Eva is een appeltaart aan het bakken. Ze heeft alle ingrediënten in de bakvorm gedaan en zet deze in een voorverwarmde oven. In het recept leest ze dat de appeltaart 1 uur in de oven moet. Hoeveel seconden zijn dat?


27.

Bram gaat met zijn ouders op bezoek bij zijn opa en oma. Ze moeten in totaal 73,5 km rijden. Onderweg rekent Bram uit hoeveel dam dat is. Hoeveel dam is 73,5 km?


28.

Willem gaat naar de slager. Hij koopt [1^2] kg gehakt en twee varkenshaasjes. Het gehakt kost € 9,20 per kg en de varkenshaasjes kosten € 2,50 per stuk. Hoe kan Willem gepast betalen?


29.

Gerrit heeft een nacht gelogeerd bij zijn beste vriend. Hij is zaterdag om 14.25 uur van huis gegaan en zondag om 18.07 uur weer thuis gekomen. Hoe lang is Gerrit van huis geweest?


30.

Esther is een boek aan het lezen over insecten. In het boek staat een tekening van een spin. De schaal die bij de tekening hoort is 3:1. Op de tekening is de spin 4,8 cm breed. Hoe groot is de spin in werkelijkheid?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud