Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Alida maakt graag kleding voor haar kinderen. Ze wil een zomerjurkje voor haar dochter maken. In de stoffenwinkel heeft ze een vrolijk gekleurde stof uitgezocht. De stof kost € 9,40 per meter en Alida heeft 1,5 meter nodig. Hoeveel moet zij betalen?


2.

Bianca heeft € 60,00 gespaard. Ze gaat met haar moeder winkelen en geeft [2^5] van haar spaargeld uit. Hoeveel geld heeft Bianca uitgegeven?


3.

Mike woog 90 kg. Hij vond zichzelf veel te zwaar en besloot daar wat aan te doen. In twee weken tijd is Mike [1^15] van zijn gewicht kwijtgeraakt. Hoeveel weegt Mike nu?


4.

De familie Rozema gaat altijd met de caravan op vakantie. In de caravan zit een watertank van 70 liter. Hoeveel hl is dat?


5.

Maarten gaat naar de boekhandel en koopt een boek voor € 15,50. Daarnaast koopt hij nog twee tijdschriften: een voor € 3,90 en een voor € 5,90. Hoeveel moet hij betalen?


6.

Peter is morgen jarig en wil trakteren op school. Hij gaat met zijn vader naar de supermarkt en koopt drie zakken met uitdeelzakjes popcorn van € 2,60 per stuk. Hoe kunnen Peter en zijn vader gepast betalen?


7.

Esther is een boek aan het lezen over insecten. In het boek staat een tekening van een spin. De schaal die bij de tekening hoort is 3:1. Op de tekening is de spin 4,8 cm breed. Hoe groot is de spin in werkelijkheid?


8.

De familie Kooistra is een dagje naar het strand gegaan. Het is ontzettend heet en ze zien veel mensen met een ijsje lopen. Op een gegeven moment besluiten zij ook een ijsje te gaan kopen. Ze kopen twee ijsje van € 1,25 en een ijsje van € 0,90. Ze betalen met een briefje van € 10,00. Hoeveel krijgen ze terug?


9.

Meneer en mevrouw Luitjes eten elke dag 200 g aardappelen per persoon. Hoeveel kg aardappelen eten ze samen per week?


10.

De school van Sander begint vanmorgen om half negen en eindigt vanmiddag om drie uur. Sander is vandaag dus 6 [1^2] uur op school. Onderweg naar school rekent hij uit hoeveel minuten dat zijn. Hoeveel minuten zijn dat volgens jou?


11.

Gerrit heeft een nacht gelogeerd bij zijn beste vriend. Hij is zaterdag om 14.25 uur van huis gegaan en zondag om 18.07 uur weer thuis gekomen. Hoe lang is Gerrit van huis geweest?


12.

Jacqueline wil met haar vriendin een wandeling maken door een mooi natuurgebied. Ze rijden met de auto naar de parkeerplaats waar de wandeling begint. Bij de parkeerplaats staat een bord met een kaart waarop de wandeling is aangegeven. De schaal die bij de kaart staat, is 1:15 000. Wat betekent deze schaal?


13.

Bij de slager kost een kilogram shoarmavlees € 11,50. Bert wil 400 g shoarmavlees kopen. Hoeveel moet hij betalen?


14.

Leon heeft € 80,00 gespaard. Hij gaat met een vriend naar de computerwinkel en geeft [2^5] van zijn spaargeld uit. Hoeveel geld heeft Leon uitgegeven?


15.

Marcel is jarig geweest en trakteert de hele klas op zakjes chips. Nadat hij heeft getrakteerd, heeft hij nog 6 zakjes over. Hij heeft [5^6] van de zakjes chips uitgedeeld. Hoeveel zakjes chips had Marcel meegenomen?


16.

Olivia zit op gitaarles. Ze vindt het erg leuk, maar ze oefent wat te weinig. Daarom heeft ze besloten elke dag een kwartier te oefenen, behalve op de dag dat ze les heeft. Hoe lang wil Olivia in totaal per week oefenen?


17.

Miranda gaat naar het tuincentrum. Ze wil wat nieuwe planten kopen voor in de tuin. Daarnaast laat ze zich ook verleiden tot het kopen van een aantal andere spulletjes. Het ziet er ook allemaal zo fleurig uit. Bij de kassa moet ze in totaal € 63,35 betalen. Dat valt even tegen! Hoe kan Miranda gepast betalen?


18.

Henrike heeft een pak bloem van 0,5 kg. Ze gaat pepernoten bakken en gebruikt daarvoor 200 g van de bloem. Hoeveel gram bloem heeft Henrike nog over?


19.

Alicia is met haar ouders op vakantie in België. Ze zijn ’s ochtends om 8.30 uur met de auto vertrokken en kwamen om 11.30 uur aan bij hun bestemming. De afstand van hun huis naar het vakantiepark is 276 km. Wat was hun gemiddelde snelheid?


20.

Megan heeft een pakje appelsap van 220 ml gedronken, Evelien heeft een flesje sinaasappelsap van 3 dl gedronken en Naomi heeft een flesje water van 2,5 dl gedronken. Hoeveel cl hebben ze samen gedronken?


21.

Lisa, Barbara en Kaylee zijn een film aan het kijken. Op een gegeven moment krijgen ze trek en besluiten ze samen een pizza te delen. Lisa eet [2^6], Barbara eet [3^8] en Kaylee eet [7^24]. Wie heeft het grootste stuk gegeten?


22.

Bas wil een muur van de woonkamer schilderen. De muur is 5 m breed en 2,5 m hoog en er zit een raam in van 1 m breed en 2 m hoog. Hoeveel m² moet Bas schilderen?


23.

Claudia heeft van haar juf de opdracht gekregen een plattegrond van het klaslokaal te tekenen. De schaal van de plattegrond moet 1:200 zijn. Het klaslokaal is 16 m lang en 12 m breed. Hoe lang en hoe breed moet het klaslokaal op de tekening zijn?


24.

Jasper doet vaak mee aan zwemwedstrijden. Zijn record op de 200 meter vrije slag is 150 seconden. Wat is gelijk aan 150 seconden?


25.

Ramon, Emma en Tim hebben elk een chocoladereep van hun moeder gekregen. Ramon eet [12^24], Emma eet [10^12] en Tim eet [6^8]. Wie heeft het grootste stuk gegeten?


26.

Elise en Lotte zijn met hun oma een dagje naar een pretpark. Hun oma trakteert op een ijsje. Elise kiest een ijsje van € 1,15, Lotte kiest een ijsje van € 0,80 en oma neemt zelf een ijsje van € 1,00. Hoe kan de oma van Elise en Lotte gepast betalen?


27.

Lisette heeft vandaag twee keer televisie gekeken. `s Ochtends keek ze van 9.14 uur tot 10.54 uur. `s Middags keek ze van 15.27 uur tot 17.32 uur. Hoe lang heeft Lisette vandaag televisie gekeken?


28.

Bianca gaat naar de boekhandel en koopt twee boeken: een voor € 12,50 en een voor € 15,20. Daarnaast koopt ze nog een tijdschrift van € 2,90. Hoeveel moet Bianca betalen?


29.

Koen en zijn vader gaan een fietstocht maken. Ze vertrekken `s ochtends om 11.47 uur en komen `s middags om 15.22 uur weer thuis. Hoe lang zijn Koen en zijn vader van huis geweest?


30.

Joppe drinkt een glas cola van 20 cl, Bram drinkt een kopje thee van 1,5 dl en Frits drinkt een glas water van 2 dl. Hoeveel ml hebben ze samen gedronken?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud