Skip to content

Oefenen met begrijpend en studerend lezen voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

1. Overstappen en wachten op trein-, bus- en metrostations is voor veel Nederlanders de reden om niet met het openbaar vervoer te reizen.
2. Daarom gaat de Stadsregio Amsterdam, bij wijze van proef, het reizigers op station Amsterdam-Duivendrecht zo gemakkelijk en aangenaam mogelijk te maken.
3. Een projectmanager gaat de komende maanden kijken tegen wat voor ergernissen reizigers op het station aanlopen.
4. Zo wil hij weten hoe ver ze moeten lopen van bijvoorbeeld de bus naar de trein of hoe lang ze moeten wachten op hun aansluiting.


Welke titel past het beste bij deze tekst?


2.

1. Sprinkhanen brengen het grootste deel van hun leven op de grond door, maar kunnen goed vliegen nadat ze in de lucht zijn gesprongen.
2. Ze hebben twee paar vleugels.
3. Hun voorvleugels zijn dik en leerachtig, hun achtervleugels juist dun en doorzichtig.
4. Deze openen zich tijdens de vlucht als een waaier.
5. Sommige krekels hebben vleugels die lijken op die van sprinkhanen, maar andere gaan zonder vleugels door het leven.


Welke vraag past volgens jou het beste bij deze tekst?


3.

1. Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
2. `Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
3. Als zijn moeder ziek wordt, gaan ze bij oma wonen.
4. Maar daar kan hij niet surfen.
5. Tot hij met Kerst een belangrijke wedstrijd wint...`
6. Ze voegt toe: `Ik heb ervan geleerd hoe het is in Afrika.`


Wat wil de schrijfster van deze tekst zeggen?


4.

Jan en zijn vrienden hebben een baantje bij de supermarkt. In de tabel staat hoe vaak ze iemand hebben geholpen boodschappen naar de auto te brengen.

  Maandag Woensdag Vrijdag
Jan 6 12 8
Karel 9 23 8
Gerard 3 11 3

 

 

 

 
Waaraan zie je dat Karel het wat handiger aanpakt dan zijn vrienden? 


5.

Grafieken_01

Bekijk de grafiek. Breedbandinternet = snel internet.
Welke uitspraak is waar?


6.

1. Uilen hebben grote voorwaarts gerichte ogen waardoor ze de afstand tot een prooi kunnen bepalen.
2. De vleugelveren van de uil hebben franjeranden, zodat het vleugelgeruis wordt gedempt wanneer ze hun prooi aanvallen.
3. Ze gebruiken hun krachtige, kromme snavel en hun klauwen om de prooi te vangen en vast te houden.
4. Uilen slikken hun prooi meestal in zijn geheel door.
5. Als de bruikbare delen van het voedsel zijn verteerd, vormen de resten een bal, die de uil opbraakt.
6. Uilenballen bevatten gewoonlijk botjes, veren, stukjes vacht en insectenvleugeltjes, en ze laten precies zien wat de uil gegeten heeft.


Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


7.

1. Er zijn vogelsoorten die niet kunnen vliegen.
2. Sommige zijn klein en leven op afgelegen eilanden waar ze weinig natuurlijke vijanden hebben.
3. Struisvogels, emoes en nandoes zijn veel groter en leven op open terrein.
4. Zij ontsnappen aan hun vijanden door weg te rennen.
5. De Zuid-Amerikaanse nandoe kan een snelheid van 48 kilometer per uur bereiken en is ook nog eens een goede zwemmer.
6. Pinguïns zijn loopvogels met korte, dikke vleugels die als vinnen dienen.
7. Ze eten vis.


Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


8.

1. Ik vind het gedrag van mijn broertje niet leuk.
2. Omdat hij ADHD heeft mag hij geen suiker hebben, want daar wordt hij erg druk van.
3. Gisteren werd hij boos op mij en ik op hem.
4. Toen heb ik zijn verfdoos op de grond gegooid.
5. Hij mijn doos met stickers.
6. Pieter wordt vaak boos op mij.
7. Mijn moeder geeft mij daar vaak de schuld van.


Voor wie is deze tekst geschreven?


9.

1. Je hele lichaam bestaat uit kleine bouwsteentjes, die cellen heten.
2. De meeste cellen kun je alleen met een microscoop zien.
3. Hoewel verschillende cellen verschillende taken hebben, hebben ze allemaal eten en zuurstof nodig om goed te kunnen werken.


Welk boomdiagram past bij de tekst?


10.

1. Wat een verschrikkelijk plan van Hitler om de Joden uit te roeien!
2. Joden zijn ook mensen en hebben dus ook recht om te leven.
3. Als ik nu wilde dat alle Duitsers werden uitgeroeid, dan zou dat ook niet goed zijn.
4. Die horen ook gewoon op onze wereld thuis.
5. En met zijn plannen om de hele wereld over te nemen, ben ik het natuurlijk ook niet eens.
6. Dat lukt trouwens toch nooit iemand.
7. Hitler is trouwens al lang dood.
8. En als je dit verhaal niet gelooft, moet je maar eens een geschiedenisboek gaan lezen.


Welke uitspraak over deze tekst is waar?


11.

1. Reptielen zijn gewervelde dieren met een dikke, geschubde huid.
2. Dankzij hun huid verliezen ze maar weinig water, zodat ze in droge gebieden kunnen leven.
3. Reptielen zijn koudbloedig en kunnen alleen actief blijven als het warm is.
4. Er zijn ongeveer 6000 soorten reptielen, die in drie hoofdgroepen zijn onder te brengen: slangen en hagedissen, krokodillen en alligators, en schildpadden.


Welke aantekeningen geven de inhoud het beste weer?


12.

1. Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
2. `Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
3. Als zijn moeder ziek wordt, gaan ze bij oma wonen.
4. Maar daar kan hij niet surfen.
5. Tot hij met Kerst een belangrijke wedstrijd wint...`
6. Ze voegt toe: `Ik heb ervan geleerd hoe het is in Afrika.`


Wat is surfen in deze tekst?


13.

1. Zaterdagmorgen - een paar uur voor ons vertrek naar Nauvo - heb ik de auto weer opgehaald om de bagage in te laden.
2. Wie schetst mijn verbazing, verslagenheid en woede als ik zie dat een of andere onverlaat de linkerbuitenspiegel heeft beschadigd.
3. Het glas ligt er uit, een paar meter verderop; de antenne is deerlijk geknakt; de spiegelhouder naar voren geramd.
4. Daar sta je dan met je goede gedrag en zonder linkerspiegel.
5. Zo kunnen we geen reis van ruim 200 kilometer ondernemen.


Waarom kon de reis van ruim 200 kilometer niet doorgaan?


14.

1. Je bloed stroomt de hele tijd door je lichaam.
2. Bloed bestaat uit verschillende soorten cellen die drijven in een vocht dat op water lijkt: plasma.
3. Je bloed heeft een belangrijke taak.
4. De cellen in het bloed brengen zuurstof en voedingsstoffen naar alle delen van je lichaam.
5. Je bloed verzamelt ook slecht afval en voert het af en het helpt je lichaam om te vechten tegen bacillen en ziekten.


Welk boomdiagram past bij de tekst?


15.

1. Elektriciteit en magnetisme zijn nauw met elkaar verbonden.
2. Een elektrische stroom wekt altijd een magnetisch veld op.
3. Een veranderend magnetisch veld wekt altijd een elektrische stroom op.
4. Vaak blijft dit elektromagnetisch effect onopgemerkt, omdat het zeer zwak is.
5. Voor de werking van veel apparaten is dit effect van onschatbare waarde.


Welke samenvatting is volgens jou de beste?


16.

1. In een parkeergarage aan de Ruitersweg in Hilversum, woedde zondagochtend enkele uren een brand.
2. Bovengelegen woningen werden ontruimd.
3. Ook evacueerde de politie omwonenden aan de Zadelstraat.
4. Dat maakte een politiewoordvoerster zondag bekend.
5. In totaal moesten 24 mensen hun huizen verlaten.
6. Alle omwonenden werden opgevangen in het politiebureau.
7. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren.


In welke regel staat een mening en in welke regel staat een feit?


17.

1. Een poosje ging dat goed.
2. Maar op een dag probeerde hij een man een bekeuring te geven.
3. In Groningen speelde een man voor agent.
4. Het bleek dat die man een echte agent was!
5. Toen de man zei dat hij ook bij de politie werkte, ging de bedrieger er als een haas vandoor.
6. De volgende dag werd hij thuis opgepakt.


Wat is volgens jou de eerste zin van deze tekst?


18.

1. Dat betekent dat haar bloedsuikerspiegel veel te laag was.
2. Heel voorzichtig heeft haar moeder haar suikerwater laten drinken.
3. Dat hielp.
4. Het zusje van Karel heeft laatst een hypo gehad.
5. Na een poosje ging het beter.
6. Ze kwam weer echt bij kennis, maar wist niet goed wat er gebeurd was.
7. Gelukkig heeft ze niet vaak een hypo.


Wat is volgens jou de eerste zin van deze tekst?


19.

1. Het zusje van Karel heeft laatst een hypo gehad.
2. Dat betekent dat haar bloedsuikerspiegel veel te laag was.
3. Heel voorzichtig heeft haar moeder haar suikerwater laten drinken.
4. Na een poosje ging het beter.
5. Ze kwam weer echt bij kennis maar wist niet goed wat er gebeurd was.
6. Gelukkig heeft ze niet vaak een hypo.


De betekenis van het woord hypo wordt uitgelegd in zin...


20.

1. We kregen allemaal een stukje taart.
2. Ik vond dat er een vreemd smaakje aan zat.
3. Mijn moeder zei dat dat kwam omdat er een beetje alcohol in zat.
4. Toen lustte ik hem helemaal niet meer.


Welke uitspraak past het beste bij deze tekst?


21.

1. In Animaties maken op de computer krijg je stap voor stap uitgelegd hoe je zelf animaties - bewegende plaatjes - maakt.
2. Je leert plaatjes tekenen, afbeeldingen en foto`s scannen, deze bewerken en er leuke animaties van te maken.
3. Ook krijg je uitgelegd hoe je deze animaties bijvoorbeeld in e-mails, op een website of in een screensaver kunt zetten.
4. Animaties maken op de computer is een leuk doe-boek met duidelijke afbeeldingen en heldere uitleg.
5. Voor je het weet dansen de animaties over je scherm.
6. Het boek bevat ook een website met software om zelf screensavers, clipart, foto`s en kant-en-klare animaties te maken.


Deze tekst is geschikt ...


22.

1. Trienke en ik waren aan het tennissen.
2. Ik sloeg op.
3. De bal kwam precies op het hoofd van Trienke.
4. Dat deed wel een beetje zeer.
5. Toen zei ze dat ze ook op mijn hoofd zou richten.
6. Ik zei dat haar dat toch niet zou lukken.
7. Na elf keer proberen kwam de bal tegen mij aan.
8. Maar mijn hoofd kon ze niet raken.


Waarover gaat het in deze tekst?


23.

1. Je alvleesklier zit aan de linkerkant van je lichaam, net onder je maag.
2. Hij maakt spijsverteringssappen die helpen je eten af te breken, en hormonen die het suikergehalte in je bloed in evenwicht houden.


Welk diagram past bij de tekst?


24.

1. Vannacht raasde er een zware storm over Nederland.
2. In Zeeland was de stormvloedkering gesloten.
3. Op Schiphol konden de vliegtuigen niet landen en opstijgen.
4. In Den Helder stond het water 3,5 meter boven NAP.
5. In Delfzijl zelfs 4,5 boven NAP.
6. Rijkswaterstaat had uitgebreide dijkbewaking ingesteld.
7. Gelukkig ging alles goed.
8. Wel werden er in het land schoorstenen en daken beschadigd.
9. Ook waaiden er veel bomen om.


Wat doet de schrijver met deze tekst?


25.

1. Als ik het koud heb, doe ik een warme trui aan.
2. Thuis doen we dan de houtkachel aan.
3. Ik heb er een grote hekel aan als ik het koud heb.
4. Dat vind ik nog vervelender dan te warm.
5. Als je te koud bent, ga je snotteren en op het laatst word je verkouden.


Wat leer je uit dit verhaal?


26.

1. Op 25 februari werd in het Dierenpark Emmen een olifantje geboren.
2. Hij kreeg de naam Anandá Yingthway.
3. Dat is een Birmese naam.
4. In het Nederlands betekent de naam `zoon van de grootste`.
5. Zijn vader is namelijk erg groot.
6. Anandá woog zelf, toen hij werd geboren, al 130 kilo.


Welke uitspraak past het beste bij deze tekst?


27.

1. Bij een autosloopbedrijf aan de Oosterbroekweg in Gronsveld in Limburg, heeft dinsdagochtend een grote brand gewoed.
2. De brand brak rond half vier uit.
3. Medewerkers van het bedrijf haalden zelf met heftrucks auto`s uit een brandende loods.  
4. Op het terrein liggen drie autosloperijen, vlakbij het bedrijventerrein van woonwagenkamp Vinkenslag.
5. De oorzaak van de brand is nog onbekend.
6. Niemand raakte gewond.
7. Er was sprake van een grote rookontwikkeling.


In welke zinnen vind je de belangrijkste informatie?


28.

1. Ik vind het geweldig dat Jelte-Jan zo goed kan schaatsen.
2. Hij kwam laatst weer eens de klas binnen, nadat hij de eerste prijs had gewonnen.
3. Nu heeft hij al meer dan tien prijzen in zijn bezit.
4. Wel moet hij elke dag heel hard trainen.
5. Maar dat vindt hij helemaal niet erg!


Uit bovenstaand verhaaltje blijkt dat...


29.

1. De computer van de redactie van De Jongste Krant is gecrasht.
2. Nu zijn alle e-mailtjes verloren gegaan.
3. Heb jij kortgeleden nog een mailtje gestuurd naar mijnbrief@dejongstekrant.nl en is dit nog niet geplaatst?
4. Stuur het dan voor de zekerheid nog een keer, zodat we je bericht alsnog kunnen plaatsen.


Wat wil de schrijver van deze tekst zeggen?


30.

1. Dat het klimaat verandert, is voor iedereen wel duidelijk.
2. In Nederland hebben we nauwelijks meer echt winterweer.
3. Het regent meer en vooral veel harder.
4. Het laatste nieuwtje is dat het voor het eerst mogelijk is per schip langs de Noordpool te varen.
5. Nog even en al het ijs van de Noordpool is verdwenen.


Lees de uitspraak in regel 5. In welk antwoord staat een passende reactie?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met begrijpend en studerend lezen voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud