Skip to content

Oefenen met begrijpend en studerend lezen voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

1. Een negenjarig Indonesisch jongetje, dat wegliep van huis met 10.000 dollar (ruim 6400 euro), is na een vlaag van koopwoede weer thuis.
2. Dat maakte zijn vader woensdag bekend.
3. Ahmad Legal Civiandi verliet het huis vorige week, na een ruzie met zijn moeder.
4. De eerste nacht bracht hij door in een winkelcentrum, waarbij hij zichzelf trakteerde op een spelcomputer, speelgoed en een mobieltje.  
5. De dagen daarna verbleef zoonlief in een hotel.


In welke zinnen vind je de belangrijkste informatie?


2.

1. Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
2. `Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
3. Als zijn moeder ziek wordt, gaan ze bij oma wonen.
4. Maar daar kan hij niet surfen.
5. Tot hij met Kerst een belangrijke wedstrijd wint...`
6. Ze voegt toe: `Ik heb ervan geleerd hoe het is in Afrika.`


Wat wil de schrijfster van deze tekst zeggen?


3.

1. Reptielen zijn gewervelde dieren met een dikke, geschubde huid.
2. Dankzij hun huid verliezen ze maar weinig water, zodat ze in droge gebieden kunnen leven.
3. Reptielen zijn koudbloedig en kunnen alleen actief blijven als het warm is.
4. Er zijn ongeveer 6000 soorten reptielen, die in drie hoofdgroepen zijn onder te brengen: slangen en hagedissen, krokodillen en alligators, en schildpadden.


Welke aantekeningen geven de inhoud het beste weer?


4.

1. Een poosje ging dat goed.
2. Maar op een dag probeerde hij een man een bekeuring te geven.
3. In Groningen speelde een man voor agent.
4. Het bleek dat die man een echte agent was!
5. Toen de man zei dat hij ook bij de politie werkte, ging de bedrieger er als een haas vandoor.
6. De volgende dag werd hij thuis opgepakt.


Wat is volgens jou de eerste zin van deze tekst?


5.

1. Vannacht raasde er een zware storm over Nederland.
2. In Zeeland was de stormvloedkering gesloten.
3. Op Schiphol konden de vliegtuigen niet landen en opstijgen.
4. In Den Helder stond het water 3,5 meter boven NAP.
5. In Delfzijl zelfs 4,5 boven NAP.
6. Rijkswaterstaat had uitgebreide dijkbewaking ingesteld.
7. Gelukkig ging alles goed.
8. Wel werden er in het land schoorstenen en daken beschadigd.
9. Ook waaiden er veel bomen om.


Wat doet de schrijver met deze tekst?


6.

1. Er zijn vogelsoorten die niet kunnen vliegen.
2. Sommige zijn klein en leven op afgelegen eilanden waar ze weinig natuurlijke vijanden hebben.
3. Struisvogels, emoes en nandoes zijn veel groter en leven op open terrein.
4. Zij ontsnappen aan hun vijanden door weg te rennen.
5. De Zuid-Amerikaanse nandoe kan een snelheid van 48 kilometer per uur bereiken en is ook nog eens een goede zwemmer.
6. Pinguïns zijn loopvogels met korte, dikke vleugels die als vinnen dienen.
7. Ze eten vis.


Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


7.

1. Zaterdagmorgen - een paar uur voor ons vertrek naar Nauvo - heb ik de auto weer opgehaald om de bagage in te laden.
2. Wie schetst mijn verbazing, verslagenheid en woede als ik zie dat een of andere onverlaat de linkerbuitenspiegel heeft beschadigd.
3. Het glas ligt er uit, een paar meter verderop; de antenne is deerlijk geknakt; de spiegelhouder naar voren geramd.
4. Daar sta je dan met je goede gedrag en zonder linkerspiegel.
5. Zo kunnen we geen reis van ruim 200 kilometer ondernemen.


Waarom kon de reis van ruim 200 kilometer niet doorgaan?


8.

1. Ongewervelde dieren zijn dieren zonder ruggengraat.
2. De ongewervelde dieren zijn met meer dan 1,2 miljoen soorten verreweg de talrijkste dierenstam op aarde.
3. De meeste zijn klein, maar de variatie aan lichaamsvormen is groot.
4. Sommige, zoals de wormen en de neteldieren, hebben een zacht lichaam.
5. Andere, zoals de insecten en andere geleedpotigen, hebben een hard lichaamsschild.


Welke vraag past volgens jou het beste bij deze tekst?


9.

1. Het zusje van Karel heeft laatst een hypo gehad.
2. Dat betekent dat haar bloedsuikerspiegel veel te laag was.
3. Heel voorzichtig heeft haar moeder haar suikerwater laten drinken.
4. Na een poosje ging het beter.
5. Ze kwam weer echt bij kennis maar wist niet goed wat er gebeurd was.
6. Gelukkig heeft ze niet vaak een hypo.


De betekenis van het woord hypo wordt uitgelegd in zin...


10.

1. Je bloed stroomt de hele tijd door je lichaam.
2. Bloed bestaat uit verschillende soorten cellen die drijven in een vocht dat op water lijkt: plasma.
3. Je bloed heeft een belangrijke taak.
4. De cellen in het bloed brengen zuurstof en voedingsstoffen naar alle delen van je lichaam.
5. Je bloed verzamelt ook slecht afval en voert het af en het helpt je lichaam om te vechten tegen bacillen en ziekten.


Welk boomdiagram past bij de tekst?


11.

1. Met een optische microscoop kun je een sterke vergroting zien van een voorwerp dat met het blote oog niet te zien is.
2. Een spiegel reflecteert licht op het preparaat.
3. Het objectief, dat zijn de lenzen dicht bij het preparaat, geeft een vergroot, reëel beeld van het preparaat.
4. Het oculair zorgt nog eens voor een extra vergroting van het beeld.


Welk uittreksel is volgens jou het beste?


12.

1. Je hele lichaam bestaat uit kleine bouwsteentjes, die cellen heten.
2. De meeste cellen kun je alleen met een microscoop zien.
3. Hoewel verschillende cellen verschillende taken hebben, hebben ze allemaal eten en zuurstof nodig om goed te kunnen werken.


Welk boomdiagram past bij de tekst?


13.

1. Crista vindt het een mooie titel, en een verhaal dat echt gebeurd kan zijn.
2. `Het gaat over Promise, die surfer wil worden.
3. Als zijn moeder ziek wordt, gaan ze bij oma wonen.
4. Maar daar kan hij niet surfen.
5. Tot hij met Kerst een belangrijke wedstrijd wint...`
6. Ze voegt toe: `Ik heb ervan geleerd hoe het is in Afrika.`


Wat is surfen in deze tekst?


14.

1. Tot in de elfde eeuw waren er in West-Europa talrijke invallen van barbaren geweest, maar daarna kreeg de bevolking meer rust.
2. Dat betekende onder meer, dat men ook meer bestaansmiddelen en bewegingsvrijheden kreeg.
3. Tegelijkertijd gingen steeds meer groepen mensen ergens bij elkaar wonen.
4. Dat waren aanvankelijk vooral handelaren.
5. Die kregen door dat je bepaalde goederen kon kopen op plaatsen waar die veel aanwezig waren, en dat je die dan kon verkopen op plaatsen waar ze veel minder te krijgen waren.
6. Daar konden ze dan mooi winst op maken.
7. Die winst zorgde dan weer voor macht: wie arm was had toen minder te vertellen dan iemand die rijk was.
8. Algauw gingen die handelaren nauw samenwerken met allerlei ambachtslieden en handwerkslieden.
9. Die maakten namelijk producten, die ze aan de handelaren verkochten.
10. Zo werden ook zij langzamerhand steeds rijker.


Wat zijn barbaren?


15.

1. Je blaas is een sterke, gespierde zak die urine opslaat.
2. Een sterke ring van kringspieren, die sluitspieren heten, houden je blaas dicht totdat je klaar bent om de urine vrij te laten.
3. De sluitspieren ontspannen zich dan en de urine stroomt je lichaam uit door de urinebuis.


Welk diagram past bij de tekst?


16.

1. Wat is een amfibie?
2. Deze groep koudbloedige gewervelde dieren kunnen zowel op het land als in het water leven.
3. De meeste amfibieën hebben een vochtige huid, waar geen haren of schubben op zitten.
4. Ze halen adem door hun huid en met hun longen.
5. Bijna alle amfibieën leggen hun eitjes in het water.
6. Ze worden in drie groepen verdeeld: kikkers en padden, water- en landsalamanders en wormsalamanders.


Welke aantekeningen geven de inhoud het beste weer?


17.

1. Met deze handleiding leert u als leerkracht in een aantal stappen hoe u een eenvoudige schoolsite kunt bouwen met het softwarepakket FrontPage 2000 en daar de websites van de kinderen aan kunt toevoegen.
2. In deze handleiding beschrijf ik drie educatieve toepassingen:
3. Internet leren gebruiken als encyclopedie; kinderen moeten leren surfen, efficiënt informatie opzoeken en deze verwerken tot kennis;
4. Hoe en waarom bouwt een school een eigen website; als publiciteit voor de school en informatiebron voor ouders en leerlingen;
5. Leerlingen plaatsen zelf werkstukjes op internet, zodat deze toegankelijk worden voor de rest van de wereld.


Deze tekst is geschikt om ...


18.

1. Uilen hebben grote voorwaarts gerichte ogen waardoor ze de afstand tot een prooi kunnen bepalen.
2. De vleugelveren van de uil hebben franjeranden, zodat het vleugelgeruis wordt gedempt wanneer ze hun prooi aanvallen.
3. Ze gebruiken hun krachtige, kromme snavel en hun klauwen om de prooi te vangen en vast te houden.
4. Uilen slikken hun prooi meestal in zijn geheel door.
5. Als de bruikbare delen van het voedsel zijn verteerd, vormen de resten een bal, die de uil opbraakt.
6. Uilenballen bevatten gewoonlijk botjes, veren, stukjes vacht en insectenvleugeltjes, en ze laten precies zien wat de uil gegeten heeft.


Wat is volgens jou de hoofdgedachte van deze tekst?


19.

1. Bij een autosloopbedrijf aan de Oosterbroekweg in Gronsveld in Limburg, heeft dinsdagochtend een grote brand gewoed.
2. De brand brak rond half vier uit.
3. Medewerkers van het bedrijf haalden zelf met heftrucks auto`s uit een brandende loods.  
4. Op het terrein liggen drie autosloperijen, vlakbij het bedrijventerrein van woonwagenkamp Vinkenslag.
5. De oorzaak van de brand is nog onbekend.
6. Niemand raakte gewond.
7. Er was sprake van een grote rookontwikkeling.


In welke zinnen vind je de belangrijkste informatie?


20.

1. Ik vind het geweldig dat Jelte-Jan zo goed kan schaatsen.
2. Hij kwam laatst weer eens de klas binnen, nadat hij de eerste prijs had gewonnen.
3. Nu heeft hij al meer dan tien prijzen in zijn bezit.
4. Wel moet hij elke dag heel hard trainen.
5. Maar dat vindt hij helemaal niet erg!


Uit bovenstaand verhaaltje blijkt dat...


21.

1. Je alvleesklier zit aan de linkerkant van je lichaam, net onder je maag.
2. Hij maakt spijsverteringssappen die helpen je eten af te breken, en hormonen die het suikergehalte in je bloed in evenwicht houden.


Welk diagram past bij de tekst?


22.

1. In een parkeergarage aan de Ruitersweg in Hilversum, woedde zondagochtend enkele uren een brand.
2. Bovengelegen woningen werden ontruimd.
3. Ook evacueerde de politie omwonenden aan de Zadelstraat.
4. Dat maakte een politiewoordvoerster zondag bekend.
5. In totaal moesten 24 mensen hun huizen verlaten.
6. Alle omwonenden werden opgevangen in het politiebureau.
7. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren.


In welke regel staat een mening en in welke regel staat een feit?


23.

1. Al het materiaal dat snel zijn vorm terugkrijgt nadat het door een kracht is uitgerekt, gebogen of ingedrukt, is geschikt om als een veer te dienen.
2. Deze eigenschap wordt elasticiteit genoemd.
3. Veerkrachtig materiaal ontleent zijn elasticiteit aan het evenwicht dat heerst tussen de aantrekkings- en afstootkrachten die de atomen of moleculen van het materiaal bijeenhouden.
4. Veren hebben verschillende vormen; schroefveren, bladveren en spiraalveren zijn de bekendste.


Welke samenvatting is volgens jou de beste?


24.

1. Trienke en ik waren aan het tennissen.
2. Ik sloeg op.
3. De bal kwam precies op het hoofd van Trienke.
4. Dat deed wel een beetje zeer.
5. Toen zei ze dat ze ook op mijn hoofd zou richten.
6. Ik zei dat haar dat toch niet zou lukken.
7. Na elf keer proberen kwam de bal tegen mij aan.
8. Maar mijn hoofd kon ze niet raken.


Waarover gaat het in deze tekst?


25.

1. Gekker kan natuurlijk niet!
2. Vertrek je naar het hoge noorden met lage temperaturen en dikke lagen sneeuw in je achterhoofd, krijgt Nederland hier eerder mee te maken.
3. In Friesland is het gelukkig meegevallen met het noodweer, maar wat een extreme verhalen over de rest van Nederland!


Wat leer je uit dit verhaal?


26.

1. De computer van de redactie van De Jongste Krant is gecrasht.
2. Nu zijn alle e-mailtjes verloren gegaan.
3. Heb jij kortgeleden nog een mailtje gestuurd naar mijnbrief@dejongstekrant.nl en is dit nog niet geplaatst?
4. Stuur het dan voor de zekerheid nog een keer, zodat we je bericht alsnog kunnen plaatsen.


Wat wil de schrijver van deze tekst zeggen?


27.

1. Als ik het koud heb, doe ik een warme trui aan.
2. Thuis doen we dan de houtkachel aan.
3. Een aangename temperatuur op school is 19 of 20 graden.
4. Zelf heb ik nooit last van kou en warmte op school.
5. Ik heb er een grote hekel aan als ik het koud heb.
6. Dat vind ik nog vervelender dan te warm.
7. Als je te koud bent, ga je snotteren en op het laatst word je verkouden.


Wat doet de schrijver met deze tekst?


28.

1. In Kruiskamp speelde een man voor agent.
2. Een poosje ging dat goed.
3. Maar op een dag probeerde hij een man een bekeuring te geven.
4. Het bleek dat die man een echte agent was!
5. Toen de man zei dat hij ook bij de politie werkte, ging de bedrieger er als een haas vandoor.
6. De volgende dag werd hij thuis opgepakt.


Voor wie is deze tekst geschreven?


29.

1. Elektriciteit en magnetisme zijn nauw met elkaar verbonden.
2. Een elektrische stroom wekt altijd een magnetisch veld op.
3. Een veranderend magnetisch veld wekt altijd een elektrische stroom op.
4. Vaak blijft dit elektromagnetisch effect onopgemerkt, omdat het zeer zwak is.
5. Voor de werking van veel apparaten is dit effect van onschatbare waarde.


Welke samenvatting is volgens jou de beste?


30.

1. We kregen allemaal een stukje taart.
2. Ik vond dat er een vreemd smaakje aan zat.
3. Mijn moeder zei dat dat kwam omdat er een beetje alcohol in zat.
4. Toen lustte ik hem helemaal niet meer.


Welke uitspraak past het beste bij deze tekst?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met begrijpend en studerend lezen voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud