Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.
Waar gebeurt het?
Wat is de oplossing?
Hoe loopt het af?
Is er een probleem?
Waarover gaat het?
Welk voordeel hebben heggen?
Van wie zou deze tekst kunnen zijn?
Waarom is het goed om bij warm weer een stukje meloen te eten?
In deze tekst wordt het woord ‘omhulsel’ gebruikt (zin 6). Welke van de volgende woorden betekent hetzelfde als omhulsel?
Wat betekent het woord beschutting (zin 8)?
Welk woord zet je op de lege plaats?
Waarom is het beter de zemelen niet weg te gooien, maar ze in het brood te verwerken?
Wat is dit voor tekst?
Wat is de oplossing voor het probleem dat er is?
Maak van de losse delen een hele tekst. Wat is de goede volgorde?
Wat betekent het woord logisch (zin 3)?
In deze tekst wordt het woord ‘logisch’ gebruikt (zin 3). Welke van de volgende woorden betekent hetzelfde als logisch?