Skip to content

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.
(In deze toets zijn de vragen meerkeuze. In het boek vul je de antwoorden zelf in.)

De toetsvragen:

1.

Zij sl _ _ _ _ _ _ de stenen net zolang totdat er een scherpe punt op zat. (slijpen - verleden tijd)


2.

Die kortingsactie had je heel veel geld besp _ _ _ _ _ _! (besparen)


3.

Zuc _ _ _ _ _ _ jij zo? (zuchten - vroeger)


4.

Brede rivieren doorsn _ _ _ _ _ _ het uitgestrekte gebied. (doorsnijden - verleden tijd)


5.

De voetballers g _ _ _ _ _ _ niet op, ook al zouden ze niet meer kunnen winnen. (opgeven - verleden tijd)


6.

Jazeker, de goede werking van ons product is gegarand _ _ _ _ _ _! (garanderen)


7.

Door de economische crisis zijn er veel mensen ontsl _ _ _ _ _ _. (ontslaan)


8.

Jan fr _ _ _ _ _ _ het briefje in elkaar. (frommelen - vroeger)


9.

Karel heeft zojuist dat lastige onderwerp aanger _ _ _ _ _ _. (aanroeren)


10.

Alle kleren die de zwerver aan had waren tot op de draad versl _ _ _ _ _ _. (verslijten)


11.

Het is wel in mij omge _ _ _ _ _ _, maar ik dacht dat het beter anders kon. (omgaan)


12.

Hij heeft zich gewr _ _ _ _ _ _ op degene die hem had verraden. (wreken)


13.

Karel heeft de hele dag in de branding gesur _ _ _ _ _ _. (surfen)


14.

Ratten en muizen bevo _ _ _ _ _ _ alle schepen van de Oost-Indische Compagnie. (bevolken - vroeger)


15.

De kinderen in de klas k _ _ _ _ _ _ de sommen niet op tijd klaar. (afkrijgen - verleden tijd)


16.

Onze hond vo _ _ _ _ _ _ sinds gisteren ook de pup van de verongelukte Jack Russell. (voeden - nu)


17.

We hebben onze vakantie afgebr _ _ _ _ _ _ toen we bericht kregen dat opa ernstig ziek geworden was. (afbreken)


18.

De boze automobilist e _ _ _ _ _ _ voor de rechtbank een schadevergoeding. (eisen - vroeger)


19.

Karel is snip verkouden en hij heeft zo vaak gesn _ _ _ _ _ _, dat zijn neus er rood van is. (snuiten)


20.

Niemand reageerde toen meester vroeg wie er met krijtjes door het lokaal had gesm _ _ _ _ _ _. (smijten)


21.

Het pokerspel wordt door Fred beoe _ _ _ _ _ _. (beoefenen)


22.

De patiënt we _ _ _ _ _ _ het nieuwe medicijn aan. (aanwenden - nu)


23.

De advocaat van de verdachte beple _ _ _ _ _ _ vrijspraak. (bepleiten - vroeger)


24.

Ik heb heel goed gek _ _ _ _ _ _, maar ik kon niets vinden. (kijken)


25.

Karel de Grote bre _ _ _ _ _ _ zijn grondgebied enorm uit. (uitbreiden - vroeger)


26.

De kleine kinderen w _ _ _ _ _ _ doodsbang voor Sinterklaas. (zijn - verleden tijd)


27.

De zon is al onderge _ _ _ _ _ _. (ondergaan)


28.

Alle rivieren tr _ _ _ _ _ _ buiten de oevers toen de gletsjers smolten. (treden - verleden tijd)


29.

Piet, z _ _ _ _ _ _ die kostbare vaas alsjeblieft voorzichtig neer! (neerzetten - nu)


30.

Het Ministerie van Onderwijs promo _ _ _ _ _ _ de nieuwe leermethode. (promoten - vroeger)


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud