Skip to content

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.
(In deze toets zijn de vragen meerkeuze. In het boek vul je de antwoorden zelf in.)

De toetsvragen:

1.

Welke mobiele telefoon  _ _ _ _ _ _ je me aan? (aanraden - nu)


2.

Tijdens de rellen zijn enkele mensen omgek _ _ _ _ _ _. (omkomen)


3.

De voetballers g _ _ _ _ _ _ niet op, ook al zouden ze niet meer kunnen winnen. (opgeven - verleden tijd)


4.

Mijn zusje aan _ _ _ _ _ _ de zanger van die popgroep! (aanbidden - verleden tijd)


5.

Karel de Grote bre _ _ _ _ _ _ zijn grondgebied enorm uit. (uitbreiden - vroeger)


6.

Niemand reageerde toen meester vroeg wie er met krijtjes door het lokaal had gesm _ _ _ _ _ _. (smijten)


7.

Het kleine meisje d _ _ _ _ _ _ naar voren om het muziekkorps beter te kunnen zien. (dringen - verleden tijd)


8.

Gezamenlijk bekl _ _ _ _ _ _ wij de hoge berg. (beklimmen - verleden tijd)


9.

De advocaat van de verdachte beple _ _ _ _ _ _ vrijspraak. (bepleiten - vroeger)


10.

Zij sl _ _ _ _ _ _ de stenen net zolang totdat er een scherpe punt op zat. (slijpen - verleden tijd)


11.

Het hele gezin werd in een auto gepr _ _ _ _ _ _. (proppen)


12.

Karel is snip verkouden en hij heeft zo vaak gesn _ _ _ _ _ _, dat zijn neus er rood van is. (snuiten)


13.

De boze automobilist e _ _ _ _ _ _ voor de rechtbank een schadevergoeding. (eisen - vroeger)


14.

Nog steeds worden merkartikelen in andere landen nagem _ _ _ _ _ _. (namaken)


15.

Het Ministerie van Onderwijs promo _ _ _ _ _ _ de nieuwe leermethode. (promoten - vroeger)


16.

Alle kleren die de zwerver aan had waren tot op de draad versl _ _ _ _ _ _. (verslijten)


17.

Karel heeft zojuist dat lastige onderwerp aanger _ _ _ _ _ _. (aanroeren)


18.

De kinderen in de klas k _ _ _ _ _ _ de sommen niet op tijd klaar. (afkrijgen - verleden tijd)


19.

Die kortingsactie had je heel veel geld besp _ _ _ _ _ _! (besparen)


20.

Brede rivieren doorsn _ _ _ _ _ _ het uitgestrekte gebied. (doorsnijden - verleden tijd)


21.

In de studio worden de opnames opnieuw gemi _ _ _ _ _ _. (mixen)


22.

Het is wel in mij omge _ _ _ _ _ _, maar ik dacht dat het beter anders kon. (omgaan)


23.

Het pokerspel wordt door Fred beoe _ _ _ _ _ _. (beoefenen)


24.

De directeur heeft altijd op maximale veiligheid geha _ _ _ _ _ _. (hameren)


25.

Jazeker, de goede werking van ons product is gegarand _ _ _ _ _ _! (garanderen)


26.

Opa heeft de hele wandeling op de rollator gele _ _ _ _ _ _. (leunen)


27.

Alle rivieren tr _ _ _ _ _ _ buiten de oevers toen de gletsjers smolten. (treden - verleden tijd)


28.

Op bevel van de luitenant zijn de troepen aangetr _ _ _ _ _ _. (aantreden)


29.

Piet, z _ _ _ _ _ _ die kostbare vaas alsjeblieft voorzichtig neer! (neerzetten - nu)


30.

Harold heeft zijn plannetje eerst goed uitged _ _ _ _ _ _ voordat hij ermee op de proppen kwam. (uitdenken)


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud