Skip to content

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.
(In deze toets zijn de vragen meerkeuze. In het boek vul je de antwoorden zelf in.)

De toetsvragen:

1.

De misdadiger is eindelijk gearrest _ _ _ _ _ _. (arresteren)


2.

Het Olympisch vuur is ontst _ _ _ _ _ _! (ontsteken)


3.

Op bevel van de luitenant zijn de troepen aangetr _ _ _ _ _ _. (aantreden)


4.

Door de economische crisis zijn er veel mensen ontsl _ _ _ _ _ _. (ontslaan)


5.

De voetballers g _ _ _ _ _ _ niet op, ook al zouden ze niet meer kunnen winnen. (opgeven - verleden tijd)


6.

Nog steeds worden merkartikelen in andere landen nagem _ _ _ _ _ _. (namaken)


7.

Die regenbui verpe _ _ _ _ _ _ onze picknick. (verpesten - vroeger)


8.

De zon is al onderge _ _ _ _ _ _. (ondergaan)


9.

Joop heeft altijd op zijn collega’s gere _ _ _ _ _ _. (rekenen)


10.

Harold heeft zijn plannetje eerst goed uitged _ _ _ _ _ _ voordat hij ermee op de proppen kwam. (uitdenken)


11.

Karel de Grote bre _ _ _ _ _ _ zijn grondgebied enorm uit. (uitbreiden - vroeger)


12.

Karel is snip verkouden en hij heeft zo vaak gesn _ _ _ _ _ _, dat zijn neus er rood van is. (snuiten)


13.

In de studio worden de opnames opnieuw gemi _ _ _ _ _ _. (mixen)


14.

De scheidsrechter gel _ _ _ _ _ _ de wedstrijd af. (afgelasten - vroeger)


15.

Die machine heeft altijd uitstekend gefunction _ _ _ _ _ _. (functioneren)


16.

De advocaat van de verdachte beple _ _ _ _ _ _ vrijspraak. (bepleiten - vroeger)


17.

Mijn broer is er achtergek _ _ _ _ _ _ dat ik met jou gebeld heb. (erachterkomen)


18.

Karel heeft zojuist dat lastige onderwerp aanger _ _ _ _ _ _. (aanroeren)


19.

Hij heeft zich gewr _ _ _ _ _ _ op degene die hem had verraden. (wreken)


20.

Niemand reageerde toen meester vroeg wie er met krijtjes door het lokaal had gesm _ _ _ _ _ _. (smijten)


21.

Onze hond vo _ _ _ _ _ _ sinds gisteren ook de pup van de verongelukte Jack Russell. (voeden - nu)


22.

Zij sl _ _ _ _ _ _ de stenen net zolang totdat er een scherpe punt op zat. (slijpen - verleden tijd)


23.

De kruisspin s _ _ _ _ _ _ een prachtig web vlak voor ons keukenraam. (spinnen - verleden tijd)


24.

Alle kleren die de zwerver aan had waren tot op de draad versl _ _ _ _ _ _. (verslijten)


25.

Meester ver _ _ _ _ _ _ de kinderen in de klas te vloeken. (verbieden - verleden tijd)


26.

Ratten en muizen bevo _ _ _ _ _ _ alle schepen van de Oost-Indische Compagnie. (bevolken - vroeger)


27.

De weerman verwac _ _ _ _ _ _ zwaar onweer. (verwachten - vroeger)


28.

Piet, z _ _ _ _ _ _ die kostbare vaas alsjeblieft voorzichtig neer! (neerzetten - nu)


29.

Het kleine meisje d _ _ _ _ _ _ naar voren om het muziekkorps beter te kunnen zien. (dringen - verleden tijd)


30.

Er onts _ _ _ _ _ _ groot tumult in de zaal toen de uitslag bekend werd gemaakt. (ontstaan - verleden tijd)


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met werkwoordspelling voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud