Skip to content

Leren en oefenen met ontleden voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Wat is in deze zin het werkwoordelijk gezegde?

Ik heb hem per ongeluk meegenomen.


2.

Lees onderstaande zin. Welk antwoord is goed?

Het houten bureau in de woonkamer is groot.


3.

Wat is in deze zin het lijdend voorwerp?

De blikseminslag van vorige week heeft de geluidsinstallatie beschadigd.


4.

Lees eerst het verhaaltje.

Kraai
1 Torenkraaien zijn heel sociaal ingestelde vogels.
2 Ze zijn dan ook het onderwerp geweest van veel gedragsonderzoek, waarbij WORDEN nagegaan hoe het sociale leven van deze vogels in elkaar zit.
3 Zulk onderzoek naar torenkraaien is niet alleen van belang om onze nieuwsgierigheid ten aanzien van deze vogels te bevredigen, maar LEVEREN ook interessante gegevens op waardoor we ons eigen gedrag beter leren begrijpen.
4 In hun groep HEBBEN de torenkraaien een rangorde.
5 De vogels MAKEN elkaar door houdingen en gebaren duidelijk hoe de vork in de steel zit.

Hoe schrijf je de met hoofdletters geschreven persoonsvormen?


5.

Hoeveel bepaalde lidwoorden tel je in deze zin?

De man negeerde het stopteken dat de politie hem gaf.


6.

Wat is in deze zin het lijdend voorwerp?

Janneke koopt elke week minstens één tas.


7.

Wat is waar over deze zin?

Zij hebben mij opgebeld om te vragen of ik ook wou komen spelen.


8.

Wat is in deze zin het naamwoordelijk gezegde?

Meilo bleef de hele ochtend vervelend.


9.

Wat is waar over deze zin?

Welke jongen gaat vanochtend zijn verjaardag vieren?


10.

Wat is waar over deze zin?

Dit liedje is fantastisch.


11.

Wat is waar over deze zin?

Jochem bleef de hele ochtend vervelend.


12.

Lees eerst het verhaaltje.

Schilderij van bloeiend gras
1 Het lijkt allemaal heel eenvoudig en dat is het maken van schilderijen van bloeiend gras eigenlijk ook.
2 Ze doen het prima als wanddecoratie.
3 Speciaal op donkere plekjes in huis in verband met het verkleuren van de zachte grastinten.
4 Een schilderij van bloeiend gras is trouwens heel leuk om aan iemand cadeau te geven.
5 Het is origineel en toepasselijk voor de tijd van het jaar.
6 Er zijn veel verschillende soorten gras.
7 Zoveel zelfs dat deze onmogelijk allemaal opgenoemd kunnen worden.

Wat wordt bedoeld met het woord `deze` in zin 7?


13.

Wat is in deze zin het hulpwerkwoord?

Tim de Rottweiler wil nooit een beetje zwemmen.


14.

Hoeveel telwoorden lees je in deze zin?

In deze kamer hebben vier prinsessen gelogeerd.


15.

Wat is waar over deze zin?

De weerman van het journaal blijkt hees.


16.

Wat is in deze zin het hulpwerkwoord?

De wetenschappers moeten erg voorzichtig zijn met radioactief materiaal.


17.

Welk woord in deze zin is een werkwoord?

Andries bespeelt de viool en de dwarsfluit.


18.

Wat is in deze zin het meewerkend voorwerp?

Ferdinand geeft Laurentien een bosje Hollandse tulpen.


19.

Lees eerst het verhaaltje.

Apen
1 Er zijn meer dan 180 soorten apen, verspreid over de hele wereld.
2 Alle apen hebben de volgende kenmerken: haarloos gezicht, platte vingers met nagels op het laatste kootje, driedimensionaal kijkvermogen en goed ontwikkelde hersenen.
3 Apen zijn erg intelligent.
4 Omdat ze goed in bomen moeten kunnen klimmen hebben ze een slank lichaam met weinig vetreserves.
5 Vandaar dat je geen apen in koude streken vindt, maar wel in de tropen en subtropen.
6 Ze eten meestal fruit, maar lusten ook wel insecten en hagedissen.
7 Apen leven in groepen, die geleid worden door een volwassen mannetje.
8 Alle andere dieren hebben ook hun eigen plaats in de groep.
9 Meestal leven ze een druk en speels leventje: zwemmen, in de zon zitten, en vooral elkaars vacht verzorgen, en knuffelen.

In zin 7 staat een deelwoord. Kies uit onderstaande antwoorden dit deelwoord.


20.

Wat is in deze zin een bijwoordelijke bepaling?

Om vijf uur zijn alle arbeiders klaar.


21.

Wat is in deze zin het meewerkend voorwerp?

De goochelaar geeft het jongetje een konijn.


22.

Lees onderstaande zin. Welk antwoord is goed?

De vrouwen zitten gezellig te kletsen.


23.

Wat is waar over deze zin?

Thea Beckman schreef ontzettend spannende boeken.


24.

Lees onderstaande zin. Welke manier van verdelen is goed?

Ze brachten de man naar het ziekenhuis.


25.

Wat is waar over deze zin?

Mijn kamertje heb ik afschuwelijk lelijk geverfd.


26.

Wat is waar over deze zin?

Dit bureau is groter dan die tafel.


27.

Wat is waar over deze zin?

Als de schoolbel rinkelt rent ze naar haar lokaal.


28.

Lees eerst het verhaaltje.

Koffie
1 We drinken heel wat koffie in Nederland.
2 Elk jaar gebruiken we met ons allen ongeveer honderdduizend ton gebrande koffie.
3 En dat betekent dat elke Nederlander - ook als we de kinderen meerekenen - jaarlijks duizend koppen koffie drinkt, dus bijna drie per dag.
4 Maar de koffie, die in het kopje voor u staat te dampen, heeft een heel lange reis achter de rug.
5 Vrijwel alle koffie die we kopen is gemalen en vacuüm verpakt.

In zin 5 staat een deelwoord. Kies uit onderstaande antwoorden dit deelwoord.


29.

Wat is waar over deze zin?

Jullie cadeautjes zitten nog in mijn koffer.


30.

Wat is waar over deze zin?

Het tv-programma ‘De nieuwe popster’ begint in oktober met een nieuwe serie afleveringen.


Aanbevolen bij deze toets:

Leren en oefenen met ontleden voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud