Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met aardrijkskunde en natuuronderwijs voor groep 8
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Irrigatie in de landbouw betekent
het benadelen van boeren.
het besproeien of bevloeien van land met rivier- of grondwater.
het droogleggen van land.
2.
De grootste oorzaak van de ontvolking van een gebied is
weinig grondstoffen.
lage lonen.
werkloosheid.
3.
Deze Nederlandse provincie is ontstaan nadat de Zuiderzee werd afgesloten door een dijk.
Utrecht.
Noordoostpolder.
Flevoland.
4.
Welke instantie is door een aantal Europese landen opgericht om beter te kunnen samenwerken?
NAVO.
Europese Unie.
UEFA.
5.
De woestijn de Negev vind je in
Israël.
Syrië.
Filipijnen.
6.
Welke persoon maakt geen gebruik van de wind als energiebron?
Een koorddanser.
Een zeiler.
Een surfer.
7.
Paddenstoelen groeien alleen
als het kurkdroog is.
in een vochtige en broeierige omgeving.
langs het water.
8.
Welk voorwerp bezit geen veerkracht?
Kast.
Duikplank.
Elastiekje.
9.
In de nationale parken in Afrika leven grote zoogdieren. Welke hoort in dit rijtje niet thuis?
De eland.
De giraf.
De olifant.
10.
De hoofdstad van Zwitserland is
München.
Bern.
Turijn.
11.
De afgelopen jaren is de allochtone bevolking in ons land vooral toegenomen door
de komst van asielzoekers.
emigratie.
een geboortegolf.
12.
Mijn kantoor staat in Heerenveen. Vaak bezoek ik klanten in andere plaatsen in Friesland. Dat noem je
woon-werkverkeer.
vrachtverkeer.
zakenverkeer.
13.
Wie helpt er niet mee aan het verteren van het afval in het bos?
De pissebed.
De specht.
De regenworm.
14.
In Ierland wordt veel gevist. Dit kan omdat
hier heel veel meren en rivieren zijn.
de inwoners graag vissen.
de mensen geen vlees eten.
15.
In de Balkan woont een volk soms verspreid over meerdere landen. Dit komt door
het volk is te groot voor één land.
de vele oorlogen in dit gebied.
de reislust van deze mensen.
16.
In de steden van dit land woont meer dan de helft van de mensen in sloppenwijken:
China.
Thailand.
India.
17.
Je springt van de hoogste plank in het zwembad. Wat is de reden dat je direct naar beneden valt?
Je hebt geen vleugels om te zweven.
De zwaartekracht.
Je bent te zwaar.
18.
In de jaren zestig kwamen er veel mensen uit Zuid-Europa werken in West-Europa. We noemden deze mensen
asielzoekers.
gastarbeiders.
vluchtelingen.
19.
Langs onze kust liggen op veel plaatsen duinen. Deze zandheuvels worden gevormd door
de kustwacht.
de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten.
de wind.
20.
Welke van deze drie hoort niet tot de vaste stoffen?
Limonade.
IJzer.
Krijt.
21.
Het Zuidlaardermeer ligt in de provincie
Friesland.
Groningen.
Overijssel.
22.
In deze toeristische attractie draag je zelfs bij 25 graden Celsius nog een jas:
tijdens het wadlopen.
aan het strand bij Zandvoort.
in de grotten van Limburg.
23.
Welke vogel klopt met zijn snavel op de boomschors om insecten te vinden?
De bonte specht.
De torenvalk.
De uil.
24.
Zomergasten noemen we vogels die
hier alleen komen om te broeden.
je soms in de zomer kunt zien.
in de zomer wegtrekken.
25.
Om gezond te blijven heeft een lichaam vitamines nodig. Vitamine C zit veel in
vis.
brood.
fruit.
26.
Je laat een ketel met water een poosje doorkoken. Waaraan in de keuken zie je dat er waterdamp ontstaat?
Het aanrecht.
Het raam.
Het keukenkastje.
27.
De Noordkaap hoort bij
Denemarken.
Polen.
Noorwegen.
28.
De koudste bewoonde plek op aarde vind je in
Taiwan.
Japan.
Siberië.
29.
In de zomer trekken vooral mensen naar de Alpen die houden van
fietsen.
skiën.
bergbeklimmen.
30.
Wat wordt niet door schimmels opgeruimd?
Een plastic beker.
Poep van dieren.
Afgevallen bladeren.
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht