Skip to content

Leren en oefenen met procenten en het metriek stelsel voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

3,3 dm2 = ...


2.

De NOS heeft de zendtijd voor het winterseizoen verdeeld. Welk onderdeel heeft de meeste zendtijd gekregen? Is dit meer of minder dan de helft van alle zendtijd?


3.

Kijk eerst naar dit voorbeeld:
deel = 1 van de 5 = 20 van de 100 = 20%
Nu jij!
deel = ... van de ... = ... van de 100 = ...%
Wat zet je op de plaats van de stippen?


4.

Een raampje van het bushokje is vernield. De gemeenteman gaat kijken hoeveel glas er besteld moet worden. Hij meet en schrijft op: 150. Wat is de oppervlakte van het raam?


5.

Kees sluit een lening van € 6000,00 en moet na 1 jaar € 240,00 rente betalen. Hoeveel % is de rente?


6.

Rijwielhandel Fietsplus heeft in het eerste kwartaal van dit jaar 100 fietsen verkocht. De jongens- en herenfietsen samen worden meer verkocht dan de meisjes en damesfietsen. Klopt dit? Waarom?


7.

Je mag bij deze opgave een rekenmachine gebruiken.
De sanitairzaak plaatst een badkamer met een waarde van € 10.420. Omdat het familie is hoeft de eigenaar geen btw te betalen. Hoeveel btw (15%) kan de eigenaar aftrekken?


8.

De glaszetter moet een nieuw raam in het lokaal van groep 7 zetten. Hij gaat eerst meten. Het raam moet 90 cm hoog zijn en 110 cm breed. Wat is de oppervlakte van het glas?


9.

1 liter = ...


10.

180 centimeter = ...


11.

Vaderdag! De klopboor deze week met 20% korting. Oude prijs € 90,00
Nieuwe prijs...


12.

Je mag bij deze opgave een rekenmachine gebruiken.
De elektricien berekende € 33,60 btw (12%) voor de klus. Hoeveel heeft de klus gekost, de btw niet meegerekend?


13.

Het Leuterse Dagblad heeft een onderzoek onder haar lezers gehouden. De vraag was: ’Vindt u ook dat het rijbewijs onbetaalbaar is geworden?’ Wat betekent twijfel?


14.

10 ton = ...


15.

Familie van der Gelden heeft een jaar lang bijgehouden waar al het verdiende geld aan wordt uitgegeven. Kijk naar de vakantie. Welk deel van het totale inkomen is dit?


16.

Hoe schrijf je 80 eurocent?


17.

De kilometerteller van de auto staat ’s ochtends op 8532,25. ’s Avonds staat de teller op 8636,50. Hoeveel kilometer is er met de auto gereden?


18.

1750 mm = ...


19.

De rente is nog nooit zo laag geweest. Tot het einde van dit jaar verlaagt de bank de rente van 3,4% naar 1,2%. Wat betekent dit?


20.

10% van 100 is 0,1 x 100 = 10
6% van 300 is ...


21.

8% van € 50,00 =


22.

0,6 kilometer =


23.

384 van de 3200 m² vloerbedekking was beschadigd. Hoeveel procent is dit?


24.

Wat betekent mm²?


25.

7 % van € 1250,00
Hoeveel is de rente na 1 jaar?


26.

Je mag bij deze opgave een rekenmachine gebruiken.
De nieuwe badkamer komt op € 15.400. Daarbij komt nog 6% btw. Hoeveel moet papa voor de badkamer betalen?


27.

De schoolarts wil weten hoeveel Gea langer is geworden. Welke maat gebruikt hij?


28.

1 dm2 = ... mm2


29.

200 centimeter = ...


30.

Kijk eerst naar dit voorbeeld:
 deel = 1 van de 5 = 20 van de 100 = 20%
Nu jij!
 deel = ... van de ... = ... van de 100 = ...%
Wat zet je op de plaats van de stippen?


Aanbevolen bij deze toets:

Leren en oefenen met procenten en metriek stelsel voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud