Skip to content

Leren en oefenen met procenten en het metriek stelsel voor groep 7 en 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Je mag bij deze opgave een rekenmachine gebruiken.
De sanitairzaak plaatst een badkamer met een waarde van € 10.420. Omdat het familie is hoeft de eigenaar geen btw te betalen. Hoeveel btw (15%) kan de eigenaar aftrekken?


2.

98,3 - 98,2 - 98,1 - … - …
Maak de rij af


3.

10% van 100 is 0,1 x 100 = 10
6% van 300 is ...


4.

De NOS heeft de zendtijd voor het winterseizoen verdeeld. Welk onderdeel heeft de meeste zendtijd gekregen? Is dit meer of minder dan de helft van alle zendtijd?


5.

3698 : 10 = ...


6.

3,3 dm2 = ...


7.

1750 mm = ...


8.

200 centimeter = ...


9.

Familie van der Gelden heeft een jaar lang bijgehouden waar al het verdiende geld aan wordt uitgegeven. Kijk naar de vakantie. Welk deel van het totale inkomen is dit?


10.

Hoeveel is de 8 waard in 2459,825?


11.

Door nachtstroom te gebruiken bespaar je 8% aan energiekosten. Wat betekent dit?


12.

1000 dm = ...


13.

Kijk eerst naar dit voorbeeld:
deel = 1 van de 5 = 20 van de 100 = 20%
Nu jij!
deel = ... van de ... = ... van de 100 = ...%
Wat zet je op de plaats van de stippen?


14.

Hoe schrijf je 80 eurocent?


15.

10 ton = ...


16.

180 centimeter = ...


17.

Kees sluit een lening van € 6000,00 en moet na 1 jaar € 240,00 rente betalen. Hoeveel % is de rente?


18.

De kilometerteller van de auto staat ’s ochtends op 8532,25. ’s Avonds staat de teller op 8636,50. Hoeveel kilometer is er met de auto gereden?


19.

 deel =  = 20%
deel = ... en  deel = ...


20.

1 m = ... mm


21.

1 dm2 = ... mm2


22.

Het Leuterse Dagblad heeft een onderzoek onder haar lezers gehouden. De vraag was: ’Vindt u ook dat het rijbewijs onbetaalbaar is geworden?’ Wat betekent twijfel?


23.

De glaszetter moet een nieuw raam in het lokaal van groep 7 zetten. Hij gaat eerst meten. Het raam moet 90 cm hoog zijn en 110 cm breed. Wat is de oppervlakte van het glas?


24.

1000 mm² = ...


25.

1 liter = ...


26.

Kees brengt elke maand € 100,00 naar de bank. De rente per maand is 1%. Hoeveel rente krijgt Kees per maand?


27.

Mark bestelt een nieuwe fiets van € 1400,00. De aflevering is in januari en in het nieuwe jaar is er een prijsverhoging van 5%. Hoeveel is de verhoging en wat moet Mark betalen?


28.

Een raampje van het bushokje is vernield. De gemeenteman gaat kijken hoeveel glas er besteld moet worden. Hij meet en schrijft op: 150. Wat is de oppervlakte van het raam?


29.

Rijwielhandel Fietsplus heeft in het eerste kwartaal van dit jaar 100 fietsen verkocht. De jongens- en herenfietsen samen worden meer verkocht dan de meisjes en damesfietsen. Klopt dit? Waarom?


30.

De aardappeloogst op de kleigrond bedroeg vorig jaar 46.300 kg. Dit jaar valt de oogst 20% lager uit. Hoeveel kilo aardappelen komt er dit jaar van de kleigrond?


Aanbevolen bij deze toets:

Leren en oefenen met procenten en metriek stelsel voor groep 7 en 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud