Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

480 = 10 x …


2.

496 : 2 =


3.

Deel het getal drie keer door 2.
Welk antwoord is goed?


4.

20 500 - 100 =


5.

De afstand tussen Malenstein en Nachtbrug is 90 kilometer. De sneltrein doet er 1 uur over.
Hoe lang is de trein onderweg als de afstand 60 kilometer is?


6.

Een baksteen heeft een lengte van 10 cm, een breedte van 4 cm en een hoogte van 5 cm.
Wat is de inhoud van deze steen?


7.

Jacqueline neemt een nieuw telefoonabonnement. Dit is een abonnement voor 2 jaar. Zij betaalt 25 euro per maand, maar het eerste jaar betaalt zij per maand de helft.
Hoeveel moet Jacqueline in totaal betalen voor het abonnement?


8.

Rond af op hele euro’s.
€ 3,51 =


9.

Emma gaat oppassen op de kinderen van de buren. Zij krijgt 3 euro per uur en past op van half 7 tot half 11.
Hoeveel krijgt Emma voor dat avondje oppassen?


10.

 +  =


11.

De trein uit Zwolle vertrekt om 8.28 uur en is om 8.44 uur in Meppel.
Hoeveel minuten heeft de trein over deze reis gedaan?


12.

240 + 493 =


13.

1045 : 5 =


14.

26 september valt op een woensdag.
Op welke dag valt 1 oktober?


15.

Het televisieprogramma ‘Het Klokhuis’ duurt van 17.45 uur tot 18.00 uur.
Hoe lang duurt dit programma?


16.

Hoe spreek je dit getal uit?
520 325


17.

4 x 149 =


18.

In een zwembad zit 2 m3 water.
Hoeveel liter water is dit?


19.

De omtrek van een vierkant op een foto is 8 cm. In het echt is de omtrek 200 keer zo groot.
Wat is de omtrek in het echt?


20.

Wat is waar over onderstaande afbeelding?


21.

Maak er één getal van.
4000 + 90 + 7 + 200 =


22.

650 832
Hoeveel is de 5 in dit getal waard?


23.

In zeepwinkel `Het Zeepje` staat een doos met een gewicht van 4 kg. In de doos zitten stukken zeep van 200 gram per stuk.
Hoeveel zeepjes zitten er in de doos?


24.

Je ziet een lijstje met temperaturen in 6 Europese steden op 8 december 2012.

Amsterdam: -8 °C
Oslo: -18 °C
Parijs: -3 °C
Madrid: 2 °C
Athene: 10 °C
Rome: 18 °C

In welke stad is het 18 °C warmer dan in Amsterdam?


25.

Welke breuk past bij dit plaatje?


26.

Afronden op een duizendtal!
64 998 =


27.

Zie je hoeveel geld Frans bij zich heeft?

Hij krijgt van de buurman er nog € 10 bij.
Daarna koopt hij iets voor € 1,50
Hoeveel geld heeft Frans nu?


28.

66 300 + 900 =


29.

15 - 99 : 11 =


30.

De lengte van een rechthoek is 4 cm en de breedte is 3 cm.
Wat is de oppervlakte van deze rechthoek?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud