Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

26 september valt op een woensdag.
Op welke dag valt 1 oktober?


2.

In zeepwinkel `Het Zeepje` staat een doos met een gewicht van 4 kg. In de doos zitten stukken zeep van 200 gram per stuk.
Hoeveel zeepjes zitten er in de doos?


3.

In het echt is een straat 100 meter lang. Je wilt een tekening maken van deze straat. Op de tekening wordt de straat 1000 keer zo klein als in het echt.
Wat is de lengte van de straat op de tekening?


4.

66 300 + 900 =


5.

Je ziet een lijstje met temperaturen in 6 Europese steden op 8 december 2012.

Amsterdam: -8 °C
Oslo: -18 °C
Parijs: -3 °C
Madrid: 2 °C
Athene: 10 °C
Rome: 18 °C

In welke stad is het 18 °C warmer dan in Amsterdam?


6.

Reken deze som uit:


7.

[1^2] is minder dan
 is meer dan
Wat vind je van deze uitspraken?


8.

De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is  deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?


9.

Op een kaart is de afstand van Amsterdam naar Brussel 20 cm. 4 cm is in het echt 50 km.
Hoe ver ligt Amsterdam van Brussel in het echt?


10.

Twee geldbedragen:
€ 1600,34 en € 5426,79
Wat is het verschil tussen de 3 uit het eerste en de 6 uit het tweede bedrag?


11.

650 832
Hoeveel is de 5 in dit getal waard?


12.

Welke breuk past bij dit plaatje?


13.

Zie je hoeveel geld Frans bij zich heeft?

Hij krijgt van de buurman er nog € 10 bij.
Daarna koopt hij iets voor € 1,50
Hoeveel geld heeft Frans nu?


14.

Sofie mag voor haar verjaardag naar de ijsbaan. Een toegangskaartje kost € 4. Sofies moeder wil niet meer dan 25 euro uitgeven aan toegangskaarten.
Voor hoeveel kinderen kan Sofies moeder een kaartje kopen?


15.

Deel het getal drie keer door 2.
Welk antwoord is goed?


16.

Wat is het minst?


17.

Verdubbel het getal drie keer.
Welk antwoord is goed?


18.

De afstand tussen Malenstein en Nachtbrug is 90 kilometer. De sneltrein doet er 1 uur over.
Hoe lang is de trein onderweg als de afstand 60 kilometer is?


19.

Beer besteedt in 6 dagen 24 uur aan hockey. Elke dag hockeyt hij even lang.
Hoeveel uur besteedt hij aan hockey in 4 dagen?


20.

5 x 59 =


21.

7003 - 2085 =


22.

Emma gaat oppassen op de kinderen van de buren. Zij krijgt 3 euro per uur en past op van half 7 tot half 11.
Hoeveel krijgt Emma voor dat avondje oppassen?


23.

Maak er één getal van.
4000 + 90 + 7 + 200 =


24.

80 x 11 =


25.

Dina heeft 4500 g boter.
Hoeveel kg boter is dit?


26.

32 000 : 4 =


27.

Zie je hoeveel geld Anja heeft?

Chris heeft precies de helft.
Hoeveel heeft Chris?


28.

Welk getal zet je op de lege plaats?


29.

5500 - 398 =


30.

Een baksteen heeft een lengte van 10 cm, een breedte van 4 cm en een hoogte van 5 cm.
Wat is de inhoud van deze steen?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud