Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Jacqueline neemt een nieuw telefoonabonnement. Dit is een abonnement voor 2 jaar. Zij betaalt 25 euro per maand, maar het eerste jaar betaalt zij per maand de helft.
Hoeveel moet Jacqueline in totaal betalen voor het abonnement?


2.

Zie je hoeveel geld Anja heeft?

Chris heeft precies de helft.
Hoeveel heeft Chris?


3.

Hoe spreek je dit getal uit?
520 325


4.

De lengte van de bodem van een doosje is 800 mm en de breedte is 300 mm.
Wat is de oppervlakte van de bodem?


5.

240 + 493 =


6.

Op een kaart is de afstand van Amsterdam naar Brussel 20 cm. 4 cm is in het echt 50 km.
Hoe ver ligt Amsterdam van Brussel in het echt?


7.

Beer besteedt in 6 dagen 24 uur aan hockey. Elke dag hockeyt hij even lang.
Hoeveel uur besteedt hij aan hockey in 4 dagen?


8.

26 september valt op een woensdag.
Op welke dag valt 1 oktober?


9.

4 x 149 =


10.

Wat is waar over onderstaande afbeelding?


11.

Verdubbel het getal drie keer.
Welk antwoord is goed?


12.

 +  =


13.

Joep heeft een briefje van 500 euro. Hij wil dit wisselen voor wat kleiner geld.
Waarin kan hij dit briefje van 500 euro wisselen?


14.

Welke breuk past bij dit plaatje?


15.

De afstand tussen Malenstein en Nachtbrug is 90 kilometer. De sneltrein doet er 1 uur over.
Hoe lang is de trein onderweg als de afstand 60 kilometer is?


16.

5 x 59 =


17.

De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is  deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?


18.

Janna gaat met 7 anderen mee op een groepsreis naar Israël. De hele groep betaalt € 9472.
Hoeveel betaalt Janna?


19.

Hoeveel blokjes is ?


20.

De huur van een fiets is € 9 per dag. Vandaag huren 58 mensen een fiets.
Hoeveel huur ontvangt de fietsverhuurder?


21.

Welk getal zet je op de lege plaats?


22.

Je ziet een lijstje met temperaturen in 6 Europese steden op 8 december 2012.

Amsterdam: -8 °C
Oslo: -18 °C
Parijs: -3 °C
Madrid: 2 °C
Athene: 10 °C
Rome: 18 °C

In welke stad is het 18 °C warmer dan in Amsterdam?


23.

In Anna`s spaarpot zit € 15,60. Zij neemt een paar van deze muntstukken eruit en dan zit er nog € 12,60 in de spaarpot.

Hoeveel van deze muntstukken heeft Anna eruit genomen?


24.

Wat is waar?


25.

In een zwembad zit 2 m3 water.
Hoeveel liter water is dit?


26.

48 350 + 1000 =


27.

496 : 2 =


28.

Van welke reep of repen kun je  nemen?
Reep 1 Reep 2 Reep 3


29.

Afronden op een heel getal!
45,3 =


30.

Reken deze som uit:


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud