Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Zet de getallen in volgorde van klein naar groot.
Welk antwoord is goed?


2.

2 x  =


3.

Schrijf op in cijfers…
Negenduizend zestien


4.

In het echt is een straat 100 meter lang. Je wilt een tekening maken van deze straat. Op de tekening wordt de straat 1000 keer zo klein als in het echt.
Wat is de lengte van de straat op de tekening?


5.

De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is  deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?


6.

20 500 - 100 =


7.

Wat staat er onder de vlek?


8.

2735 - 1689 - 211 =


9.

Het televisieprogramma ‘Het Klokhuis’ duurt van 17.45 uur tot 18.00 uur.
Hoe lang duurt dit programma?


10.

Hoe spreek je dit getal uit?
520 325


11.

De trein uit Zwolle vertrekt om 8.28 uur en is om 8.44 uur in Meppel.
Hoeveel minuten heeft de trein over deze reis gedaan?


12.

Het is vandaag 23 september.
Een half jaar geleden was het ...


13.

 +  =


14.

De omtrek van een vierkant op een foto is 8 cm. In het echt is de omtrek 200 keer zo groot.
Wat is de omtrek in het echt?


15.

De huur van een fiets is € 9 per dag. Vandaag huren 58 mensen een fiets.
Hoeveel huur ontvangt de fietsverhuurder?


16.

5 x 59 =


17.

Reken deze som uit:


18.

66 300 + 900 =


19.

In een zwembad zit 2 m3 water.
Hoeveel liter water is dit?


20.

Wat is samen 3 liter?


21.

48 350 + 1000 =


22.

Afronden op een heel getal!
45,3 =


23.

[1^2] is minder dan
 is meer dan
Wat vind je van deze uitspraken?


24.

480 = 10 x …


25.

Welk getal zet je op de lege plaats?


26.

Zie je hoeveel geld Frans bij zich heeft?

Hij krijgt van de buurman er nog € 10 bij.
Daarna koopt hij iets voor € 1,50
Hoeveel geld heeft Frans nu?


27.

Joep heeft een briefje van 500 euro. Hij wil dit wisselen voor wat kleiner geld.
Waarin kan hij dit briefje van 500 euro wisselen?


28.

Wat is het minst?


29.

De afstand tussen het huis van Tijl en de school is 6 km. Tijl woont verder van de school dan Max. Tussen het huis van Max en het huis van Tijl is de afstand 2 km.
Hoe ver woont Max van school?


30.

Aftrekken met sprongen van 500.
Welk antwoord is goed?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud