Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met rekenen voor groep 6
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
15 - 99 : 11 =
4
16
6
2.
32 000 : 4 =
8000
800
80
3.
2 x
=
4.
7003 - 2085 =
4808
4828
4918
5.
Een baksteen heeft een lengte van 10 cm, een breedte van 4 cm en een hoogte van 5 cm.
Wat is de inhoud van deze steen?
20 cm
3
640 cm
3
200 cm
3
6.
Jacqueline neemt een nieuw telefoonabonnement. Dit is een abonnement voor 2 jaar. Zij betaalt 25 euro per maand, maar het eerste jaar betaalt zij per maand de helft.
Hoeveel moet Jacqueline in totaal betalen voor het abonnement?
€ 300
€ 450
€ 600
7.
In een zwembad zit 2 m
3
water.
Hoeveel liter water is dit?
1,2
2000
200
8.
Deel het getal drie keer door 2.
Welk antwoord is goed?
226 - 112 - 56 - 28
456 - 228 - 114 - 57
232 - 116 - 105 - 53
9.
De lengte van de bodem van een doosje is 800 mm en de breedte is 300 mm.
Wat is de oppervlakte van de bodem?
240 mm
2
24 dm
2
2400 mm
2
10.
Schrijf op in cijfers…
Negenduizend zestien
90016
90610
9016
11.
Afronden op een heel getal!
45,3 =
46
43
45
12.
Afronden op een duizendtal!
64 998 =
70 000
64 000
65 000
13.
4 x 149 =
586
596
606
14.
De lengte van een rechthoek is 4 cm en de breedte is 3 cm.
Wat is de oppervlakte van deze rechthoek?
1200 mm
2
1 200 000 mm
2
12 mm
2
15.
Rond af op hele euro’s.
€ 3,51 =
€ 4
€ 35
€ 3
16.
4 x 8 = 16 + …
16
12
26
17.
Sofie mag voor haar verjaardag naar de ijsbaan. Een toegangskaartje kost € 4. Sofies moeder wil niet meer dan 25 euro uitgeven aan toegangskaarten.
Voor hoeveel kinderen kan Sofies moeder een kaartje kopen?
4
6
7
18.
1045 : 5 =
95
75
85
19.
Reken deze som uit:
€ 137,95
€ 137,05
€ 136,95
20.
Zie je hoeveel geld Anja heeft?
Chris heeft precies de helft.
Hoeveel heeft Chris?
€ 115
€ 125
€ 105
21.
Welk getal zet je op de lege plaats?
73
56
64
22.
Het is vandaag 23 september.
Een half jaar geleden was het ...
23 februari
23 maart
23 april
23.
Twee geldbedragen:
€ 1600,34 en € 5426,79
Wat is het verschil tussen de 3 uit het eerste en de 6 uit het tweede bedrag?
€ 7,50
€ 5,70
€ 6,30
24.
De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is
deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?
66 cm
40 cm
60 cm
25.
66 300 + 900 =
67 200
75 300
66 390
26.
496 : 2 =
248
246
252
27.
240 + 493 =
698
733
721
28.
Je ziet een reep.
reep kost € 1,00
Hoeveel kost een hele reep?
€ 2,50
€ 3,25
€ 2,25
29.
De omtrek van een vierkant op een foto is 8 cm. In het echt is de omtrek 200 keer zo groot.
Wat is de omtrek in het echt?
1600 m
16 m
16 cm
30.
De afstand tussen Malenstein en Nachtbrug is 90 kilometer. De sneltrein doet er 1
uur over.
Hoe lang is de trein onderweg als de afstand 60 kilometer is?
uur
uur
1 uur
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht