Skip to content

Oefenen met rekenen voor groep 6

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

15 - 99 : 11 =


2.

32 000 : 4 =


3.

2 x  =


4.

7003 - 2085 =


5.

Een baksteen heeft een lengte van 10 cm, een breedte van 4 cm en een hoogte van 5 cm.
Wat is de inhoud van deze steen?


6.

Jacqueline neemt een nieuw telefoonabonnement. Dit is een abonnement voor 2 jaar. Zij betaalt 25 euro per maand, maar het eerste jaar betaalt zij per maand de helft.
Hoeveel moet Jacqueline in totaal betalen voor het abonnement?


7.

In een zwembad zit 2 m3 water.
Hoeveel liter water is dit?


8.

Deel het getal drie keer door 2.
Welk antwoord is goed?


9.

De lengte van de bodem van een doosje is 800 mm en de breedte is 300 mm.
Wat is de oppervlakte van de bodem?


10.

Schrijf op in cijfers…
Negenduizend zestien


11.

Afronden op een heel getal!
45,3 =


12.

Afronden op een duizendtal!
64 998 =


13.

4 x 149 =


14.

De lengte van een rechthoek is 4 cm en de breedte is 3 cm.
Wat is de oppervlakte van deze rechthoek?


15.

Rond af op hele euro’s.
€ 3,51 =


16.

4 x 8 = 16 + …


17.

Sofie mag voor haar verjaardag naar de ijsbaan. Een toegangskaartje kost € 4. Sofies moeder wil niet meer dan 25 euro uitgeven aan toegangskaarten.
Voor hoeveel kinderen kan Sofies moeder een kaartje kopen?


18.

1045 : 5 =


19.

Reken deze som uit:


20.

Zie je hoeveel geld Anja heeft?

Chris heeft precies de helft.
Hoeveel heeft Chris?


21.

Welk getal zet je op de lege plaats?


22.

Het is vandaag 23 september.
Een half jaar geleden was het ...


23.

Twee geldbedragen:
€ 1600,34 en € 5426,79
Wat is het verschil tussen de 3 uit het eerste en de 6 uit het tweede bedrag?


24.

De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is  deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?


25.

66 300 + 900 =


26.

496 : 2 =


27.

240 + 493 =


28.

Je ziet een reep.

 reep kost € 1,00
Hoeveel kost een hele reep?


29.

De omtrek van een vierkant op een foto is 8 cm. In het echt is de omtrek 200 keer zo groot.
Wat is de omtrek in het echt?


30.

De afstand tussen Malenstein en Nachtbrug is 90 kilometer. De sneltrein doet er 1 uur over.
Hoe lang is de trein onderweg als de afstand 60 kilometer is?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met rekenen voor groep 6

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud