Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met rekenen voor groep 6
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Zet de getallen in volgorde van klein naar groot.
Welk antwoord is goed?
56 327 - 73 625 - 62 573 - 65 273
56 327 - 65 273 - 73 625 - 62 573
56 327 - 62 573 - 65 273 - 73 625
2.
2 x
=
3.
Schrijf op in cijfers…
Negenduizend zestien
90016
9016
90610
4.
In het echt is een straat 100 meter lang. Je wilt een tekening maken van deze straat. Op de tekening wordt de straat 1000 keer zo klein als in het echt.
Wat is de lengte van de straat op de tekening?
1 cm
100 cm
10 cm
5.
De lengte van een strook papier is 30 cm. De breedte is
deel van de lengte.
Wat is de omtrek van deze strook papier?
66 cm
60 cm
40 cm
6.
20 500 - 100 =
19 400
19 500
20 400
7.
Wat staat er onder de vlek?
5
7
6
8.
2735 - 1689 - 211 =
825
835
915
9.
Het televisieprogramma ‘Het Klokhuis’ duurt van 17.45 uur tot 18.00 uur.
Hoe lang duurt dit programma?
Een half uur
1 kwartier
5 minuten
10.
Hoe spreek je dit getal uit?
520 325
Tweehonderdvijftigduizend driehonderdtweeënvijftig
Vijfhonderdtwintigduizend driehonderdvijfentwintig
Vijfhonderdtwintigduizend driehonderdtweeënvijftig
11.
De trein uit Zwolle vertrekt om 8.28 uur en is om 8.44 uur in Meppel.
Hoeveel minuten heeft de trein over deze reis gedaan?
16 minuten
28 minuten
44 minuten
12.
Het is vandaag 23 september.
Een half jaar geleden was het ...
23 februari
23 maart
23 april
13.
+
=
14.
De omtrek van een vierkant op een foto is 8 cm. In het echt is de omtrek 200 keer zo groot.
Wat is de omtrek in het echt?
16 m
16 cm
1600 m
15.
De huur van een fiets is € 9 per dag. Vandaag huren 58 mensen een fiets.
Hoeveel huur ontvangt de fietsverhuurder?
522
512
492
16.
5 x 59 =
305
295
285
17.
Reken deze som uit:
€ 137,05
€ 136,95
€ 137,95
18.
66 300 + 900 =
66 390
67 200
75 300
19.
In een zwembad zit 2 m
3
water.
Hoeveel liter water is dit?
2000
200
1,2
20.
Wat is samen 3 liter?
200 cl + 1 l
2 l + 1 cl
100 cl + 200 l
21.
48 350 + 1000 =
47 350
48 450
49 350
22.
Afronden op een heel getal!
45,3 =
45
46
43
23.
is minder dan
is meer dan
Wat vind je van deze uitspraken?
Uitspraak 1 is waar en uitspraak 2 is niet waar.
Uitspraak 1 is waar en uitspraak 2 is waar.
Uitspraak 1 is niet waar en uitspraak 2 is waar.
24.
480 = 10 x …
80
48
40
25.
Welk getal zet je op de lege plaats?
73
56
64
26.
Zie je hoeveel geld Frans bij zich heeft?
Hij krijgt van de buurman er nog € 10 bij.
Daarna koopt hij iets voor € 1,50
Hoeveel geld heeft Frans nu?
€ 20,25
€ 20,50
€ 21,25
27.
Joep heeft een briefje van 500 euro. Hij wil dit wisselen voor wat kleiner geld.
Waarin kan hij dit briefje van 500 euro wisselen?
50 briefjes van 20 euro
25 briefjes van 20 euro
1000 briefjes van 5 euro
28.
Wat is het minst?
3 munten van 20 cent
1 munt van 1 euro
2 munten van 50 cent
29.
De afstand tussen het huis van Tijl en de school is 6 km. Tijl woont verder van de school dan Max. Tussen het huis van Max en het huis van Tijl is de afstand 2 km.
Hoe ver woont Max van school?
4000 m
2000 m
8 km
30.
Aftrekken met sprongen van 500.
Welk antwoord is goed?
3495 - 2995 - 2495 - 1995
5356 - 4836 - 4236 - 3836
8332 - 7832 - 7432 - 7032
Toets nakijken
Aanbevolen bij deze toets:
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht