Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Als je het land met de hoogste welvaart vergelijkt met het land met de laagste welvaart wat is dan het verschil in cijfers?


2.

Lees onderstaande tekst.

Zwaailicht en sirene
Het is altijd spectaculair om een brandweer- of politiewagen of een ambulance met `toeters en bellen` voorbij te zien snellen; veel jongensdromen over politiewerk beginnen met wilde achtervolgingen.
De werkelijkheid is echter heel anders, want de politie is aan strikte regels gebonden. Zwaailicht en sirene mogen alleen worden gebruikt in gevallen van nood en in situaties waarin snel optreden vereist is; een crimineel is nog in de buurt en moet snel in de kraag worden gevat of er is een ernstig ongeval. Politieambtenaren mogen de zogenaamde optische en geluidssignalen alleen gebruiken, als zij toestemming krijgen van de meldkamer; ze mogen dit dus nooit zelf besluiten.
Overigens betekenen sirene en zwaailicht niet dat politiemensen onbezonnen mogen rijden. Kruisingen moeten rustig en voorzichtig worden overgestoken, want de bestuurders moeten oog houden voor de andere verkeersdeelnemers. Mocht u geconfronteerd worden met `toeters en bellen`, maak dan ruim baan. Want u kunt er dan vanuit gaan dat de nood aan de man is.

Waarom mag de politie niet zomaar met `zwaailicht en sirene` gaan rijden?


3.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit zijn neerslagkaarten van Europa in de maanden januari en juli.
Met welke van de drie onderstaande conclusies ben je het niet eens?


4.

Lees onderstaande tekst.

Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum
In het museum zie je alle schoenen die je maar bedenken kunt: geta`s uit Japan versierd met parelmoer en houtsnijwerk, teenslippers met verhogingen, eskimo-sneeuwschoenen gevlochten van kattendarmen, een schoen uit voormalig Joegoslavië gesneden uit een autobinnenband, naaldhakschoenen die twintig jaar geleden de vloerbedekking in huiskamers verwoestten, punkschoenen...
Als je verder loopt, kom je in een echte looierij uit 1930. Toen werden de huiden niet meer in kuipen gelegd om maandenlang gelooid te worden. Ze werden in draaiende tonnen gestopt, zodat het water met de eikenschors er omheen klotste. Dan was de huid veel sneller gelooid.
De huiden lagen in open tonnen en bakken. Leerlooierijen waren daarom toen altijd buiten het dorp of de stad gevestigd. Natuurlijk is er in het museum ook een ouderwetse schoenmakerij. Je ziet een huiskamer met in de hoek de tafel met de koffiekan, de kast, de kachel en in het midden de tafel van de schoenmaker. Hij zit er zelf te timmeren met zijn hamer. Zijn knecht zit tegenover hem. Vroeger naaide de schoenmaker de zool met pekdraad vast aan het bovenleer.
Zo`n ouderwetse schoenmaker uit 1900 repareerde de schoenen niet alleen, hij maakte ook nieuwe. Pekdraad was oersterk. Het bestond uit zes dunne draden vlas, die in pek tot één draad gevlochten werden. Er is ook een klompenmakerij en een schoenfabriekje uit 1930. De oude machines staan er nog, bijvoorbeeld de driepootdoornaaimachine.

De schrijver noemt drie hoofdzaken die in het museum te zien zijn.
Welke noemt hij?


5.

Kees vindt alles wat met de zee te maken heeft geweldig. Of het nu over vissen gaat, over wrakken op de zeebodem of over koraalriffen; het maakt niet uit.
In welk boek zal hij zeker iets over scheepswrakken en koraalriffen vinden?


6.

Lees onderstaande tekst.

De vijf grondvormen van schoeisel
Alle soorten voetbedekkingen en schoeisel, hoe gevarieerd ook, zijn terug te voeren tot vijf grondvormen: sandaal, opank, muil, schoen, laars. In zijn eenvoudigste vorm is de sandaal niets anders dan een extra grote zool onder de voetzool. Hij is dus alleen echt functioneel in warme landen, op vlak terrein.
De opank is in feite een sandaal met een brede opstaande rand. Deze wordt bij de tenen en de hiel bijeengehouden door een riempje of een veter. Opanken zijn erg geschikt voor prairies en bosachtige streken in een kouder klimaat. De indianen in Noord-Amerika bijvoorbeeld dragen opank-schoenen, bij ons beter bekend als mocassins.
De muil gaat weer een stap verder dan de opank. Hij bestaat uit een bovenstuk, dat de tenen bedekt, een zool, en soms een hak. De pantoffel is een muil waarbij de zijkanten van de voet en de hiel worden omsloten. Je ziet de muil in vrijwel alle Arabische en Aziatische landen.
De klassieke schoen, zoals wij die nu kennen, heeft zich zelfstandig in onze westerse cultuur ontwikkeld. Daar zit niets exotisch meer aan. Het kenmerk van onze schoen is dat hij uit diverse losse onderdelen is samengesteld, die als één geheel de voet tot de enkel omsluiten.
Laarzen tenslotte, zijn te vinden in gebieden van extreme kou. En ook in Arizona en New Mexico (in het zuiden van de VS) dragen veel mensen laarzen. Terwijl het daar juist erg warm is. Maar ze beschermen ook goed tegen cactussen en slangen. Eigenlijk worden laarzen over de hele wereld gedragen. Net zoals alle andere schoentypes, omdat de keuze nu voornamelijk bepaald wordt door de gangbare mode.

Voor wie is deze tekst erg interessant?


7.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van een dorp.

1 Het dorp heeft slechts één sportveld en twee kerken. Er is één doorgaande weg die langs de noordkant van het dorp loopt en bij het monument aan de zeedijk kun je over de Waddenzee kijken. Bij de kerk aan de kust is een kleine begraafplaats. Ook is er een school in het dorp.
2 Het dorp heeft een klein industrieterrein en twee kerken zonder begraafplaats. Aan de zuidoost kant ligt een park en het dorp heeft twee scholen en een gymlokaal.
3 Het dorp heeft een groot sportterrein en slechts één kerk. De doorgaande weg ligt even buiten het dorp en de kinderen moeten in een andere plaats naar school, want een school is hier niet.

Welke beschrijving past bij het dorp op de kaart?


8.

De ` voor een lettergreep geeft aan dat de klemtoon valt op de lettergreep die volgt.
Hieronder staan drie woorden met een klemtoonaanduiding.
Welke is fout?


9.

Lees onderstaande tekst.

Hoe vond je het?
Annelous (11) vindt het een leuk verhaal voor meisjes. De tekeningen zijn mooi en passen goed bij het verhaal. Ze denkt dat het verhaal echt gebeurd kan zijn. Ze vertelt: “Ik heb van dit boek geleerd dat het ook leuk kan zijn om met gehandicapte kinderen om te gaan. Ook denk ik dat de schrijver wil vertellen dat er allemaal vervelende dingen gebeuren in het leven maar dat je die goed moet oplossen.”

Stelling I: Volgens Annelous is het verhaal in dit boek gefantaseerd.
Stelling II: Annelous had een verkeerd beeld van het omgaan met gehandicapte kinderen.


10.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling over de schaalverdeling van deze grafiek is juist?


11.

Bekijk onderstaande afbeelding.

De naam van de kwast geeft informatie over de kwast.
Welke stelling is juist?


12.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat geeft het getal links van de grafiek aan?


13.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In welk van de drie woorden zit een fout?


14.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk park heb je de meeste kans op zon en tegelijkertijd de minste kans op neerslag?


15.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Waar vind je de betekenis van de volgende uitdrukking?
Iemand (schaak)mat zetten.


16.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Veel vakantiegangers op Schiermonnikoog die kleine kinderen hebben gaan naar de Berkenplas (even ten noorden van bungalowpark `de Monnik`), om daar te zwemmen.
Hoe ver ligt de Berkenplas ongeveer van de jachthaven?


17.

Anna houdt absoluut niet van melk, toch moet zij het drinken van haar ouders omdat er zoveel in zit. `Wat zit er dan in?`, vraagt ze zich af. Ze bladert in de encyclopedie.
Bij welk zoekwoord moet ze zijn?


18.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het gemiddelde aantal bezoekers van de laatste 30 dagen?


19.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welk beroep groeide in alle landen in de loop der jaren het meest?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Hoeveel loten verkochten Korneel en Maarten samen in vier weken?


21.

Je bent in de gemeente Ede komen wonen en je wilt lid worden van de bibliotheek. Je hebt een website over de gemeente geopend.
Op welke pagina kun je informatie vinden over de bibliotheek?


22.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie had om 13.00 uur precies 14 oliebollen gebakken?


23.

Lees onderstaande tekst.

Honden
Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af. Nu, na talloze generaties, lijken ze steeds minder op elkaar. Zo hebben honden bruine ogen, terwijl die van wolven geel zijn. De tenen van wolven zijn dun en lang, die van honden rond. Wolven hebben alle primitieve instincten van een wild dier, terwijl honden echte huisdieren zijn.
Honden gedragen zich heel interessant. Ze begraven hun uitwerpselen, plassen graag in een hoekje, begraven botten waar nog wat aan te kluiven valt en slapen in het donker. Heel bijzonder is dat een hond bijna altijd de weg naar huis weet te vinden, zelfs als ze ver weg gebracht zijn. Sommige honden zijn voor speciale taken getraind: ze trekken een slee, passen op schapen of weten hoe ze mensen moeten redden in de Alpen.

Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af.
Wat betekent dat?


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Deze grafieken laten zien hoeveel mensen gebruik maken van de verschillende middelen van vervoer.
Het gebruik van welk vervoermiddel maakt in 2000 de grootste stijging?


25.

Je wilt sla klaarmaken en je zoekt in het register van het kookboek naar sla. Je ziet de woorden: sinaasappelen, salie, sjalotten en salades staan.
Het woord sla komt vlak na het woord


26.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit is Noord-Amerika.
Hoe kan het dat de bosbouw in Canada belangrijker is dan de landbouw?


27.

Lees onderstaande tekst.

Opening bezoekerscentrum Nationaal Park Drents-Friese Wold
Na twee jaar van overleg en hard werken was het dan zover: het bezoekerscentrum en het informatiecentrum van Nationaal Park Drents-Friese Wold zijn op vrijdag 12 oktober 2001 geopend. Het bezoekerscentrum Drents-Friese Wold staat in Terwisscha, dicht bij Appelscha. Het gebouw is zeker een bezoek waard: door het gebouw stroomt een echte beek, symbool voor het onmisbare water voor de natuur in het Drents-Friese Wold. Het bezoekerscentrum vormt de hoofdentree tot het Nationaal Park. Het informatiecentrum Drents-Friese Wold staat in Diever en is een combinatie van VVV-kantoor en informatiecentrum. De VVV-medewerksters hebben een speciale opleiding over Nationaal Park Drents-Friese Wold gehad. Vanuit Nationaal Park Lauwersmeer feliciteren we onze `buren` met deze nieuwbouw.

Deze tekst komt uit


28.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk land maak je de minste kans op regen?


29.

Welk van de volgende rijtjes zou niet in een telefoonlijst kunnen voorkomen, omdat het niet op alfabetische volgorde staat?


30.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke bewering kun je met behulp van deze grafiek controleren?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud