Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Je wilt sla klaarmaken en je zoekt in het register van het kookboek naar sla. Je ziet de woorden: sinaasappelen, salie, sjalotten en salades staan.
Het woord sla komt vlak na het woord


2.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het gemiddelde aantal bezoekers van de laatste 30 dagen?


3.

Kees vindt alles wat met de zee te maken heeft geweldig. Of het nu over vissen gaat, over wrakken op de zeebodem of over koraalriffen; het maakt niet uit.
In welk boek zal hij zeker iets over scheepswrakken en koraalriffen vinden?


4.

Lees onderstaande tekst.

Rotgans
De rotgans is te herkennen aan zijn zwarte kop en zwarte hals met een subtiel, wit streepje. In de middeleeuwen was het een groot raadsel waar rotganzen in de zomer verbleven. Men bedacht een creatief antwoord op de vraag: `Waar komen jonge rotgansjes vandaan?` Rotganzen worden namelijk niet uit eieren geboren, maar uit zeepokken! Zeepokken groeien op wrakhout of op in zee drijvende takken en `harken` met hun vangarmen voedsel uit het water. En deze vangarmen leken verdacht veel op de donsveertjes van rotganzen, dus de conclusie was snel getrokken. En het hout waarop zeepokken leefden, vormde het bewijs dat er bomen moesten zijn waaruit rotganzen geboren werden. In de wetenschappelijke naam van de rotgans (Branta bernicla) klinkt deze middeleeuwse legende nog door: barnacles is het Engelse woord voor zeepokken. De reis `om de noord` van Willem Barentsz maakte een einde aan deze creatieve verklaring: rotganzen blijken gewoon eieren te leggen en zo jongen te krijgen. Dat gebeurt op Spitsbergen, maar daar was tot dan toe nog nooit iemand geweest.

Stelling I: De rotgans broedt op Spitsbergen.
Stelling II De rotgans overwintert op Spitsbergen.


5.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke bewering kun je met behulp van deze grafiek controleren?


6.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit is Noord-Amerika.
Hoe kan het dat de bosbouw in Canada belangrijker is dan de landbouw?


7.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet een lijst met telefoonnummers. Je hebt het telefoonnummer nodig van een architect met de naam Bonnema.
Welk nummer moet je bellen?


8.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit zijn neerslagkaarten van Europa in de maanden januari en juli.
Met welke van de drie onderstaande conclusies ben je het niet eens?


9.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling is juist?


10.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie verkocht minder kaarten en kalenders dan pepermunt?


11.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk park heb je de meeste kans op zon en tegelijkertijd de minste kans op neerslag?


12.

Lees onderstaande tekst.

Zwaailicht en sirene
Het is altijd spectaculair om een brandweer- of politiewagen of een ambulance met `toeters en bellen` voorbij te zien snellen; veel jongensdromen over politiewerk beginnen met wilde achtervolgingen.
De werkelijkheid is echter heel anders, want de politie is aan strikte regels gebonden. Zwaailicht en sirene mogen alleen worden gebruikt in gevallen van nood en in situaties waarin snel optreden vereist is; een crimineel is nog in de buurt en moet snel in de kraag worden gevat of er is een ernstig ongeval. Politieambtenaren mogen de zogenaamde optische en geluidssignalen alleen gebruiken, als zij toestemming krijgen van de meldkamer; ze mogen dit dus nooit zelf besluiten.
Overigens betekenen sirene en zwaailicht niet dat politiemensen onbezonnen mogen rijden. Kruisingen moeten rustig en voorzichtig worden overgestoken, want de bestuurders moeten oog houden voor de andere verkeersdeelnemers. Mocht u geconfronteerd worden met `toeters en bellen`, maak dan ruim baan. Want u kunt er dan vanuit gaan dat de nood aan de man is.

Waarom mag de politie niet zomaar met `zwaailicht en sirene` gaan rijden?


13.

Je bent in de gemeente Ede komen wonen en je wilt lid worden van de bibliotheek. Je hebt een website over de gemeente geopend.
Op welke pagina kun je informatie vinden over de bibliotheek?


14.

Lees onderstaande tekst.

Leeuwen
Een volwassen mannetjesleeuw kan wel 175 cm lang worden en weegt 150 kilo. Een leeuwin wordt niet zo groot, maar is even gevaarlijk. Leeuwen hebben geen natuurlijke vijanden, behalve de mens dan. Daarom noemt men ze ook wel `koning der dieren`.
Leeuwen leven in familiegroepen. Een groep bestaat uit een of twee mannetjes, tien of meer vrouwtjes en welpen. Ze markeren hun territorium met urine en door luid te brullen. Leeuwen slapen overdag en jagen `s nachts. Bij de jacht maken ze bij het besluipen vaak gebruik van hun camouflagekleur. Een leeuwin krijgt per worp twee tot zes welpjes. Deze welpjes zijn eerst gevlekt, waardoor ze dan een beetje op luipaarden lijken. Pas na een jaar of vier zijn ze volwassen.

Waarom kunnen leeuwen hun prooi heel dicht naderen zonder gezien te worden?


15.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk land maak je de minste kans op regen?


16.

Lees onderstaande tekst.

Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum
In het museum zie je alle schoenen die je maar bedenken kunt: geta`s uit Japan versierd met parelmoer en houtsnijwerk, teenslippers met verhogingen, eskimo-sneeuwschoenen gevlochten van kattendarmen, een schoen uit voormalig Joegoslavië gesneden uit een autobinnenband, naaldhakschoenen die twintig jaar geleden de vloerbedekking in huiskamers verwoestten, punkschoenen...
Als je verder loopt, kom je in een echte looierij uit 1930. Toen werden de huiden niet meer in kuipen gelegd om maandenlang gelooid te worden. Ze werden in draaiende tonnen gestopt, zodat het water met de eikenschors er omheen klotste. Dan was de huid veel sneller gelooid.
De huiden lagen in open tonnen en bakken. Leerlooierijen waren daarom toen altijd buiten het dorp of de stad gevestigd. Natuurlijk is er in het museum ook een ouderwetse schoenmakerij. Je ziet een huiskamer met in de hoek de tafel met de koffiekan, de kast, de kachel en in het midden de tafel van de schoenmaker. Hij zit er zelf te timmeren met zijn hamer. Zijn knecht zit tegenover hem. Vroeger naaide de schoenmaker de zool met pekdraad vast aan het bovenleer.
Zo`n ouderwetse schoenmaker uit 1900 repareerde de schoenen niet alleen, hij maakte ook nieuwe. Pekdraad was oersterk. Het bestond uit zes dunne draden vlas, die in pek tot één draad gevlochten werden. Er is ook een klompenmakerij en een schoenfabriekje uit 1930. De oude machines staan er nog, bijvoorbeeld de driepootdoornaaimachine.

De schrijver noemt drie hoofdzaken die in het museum te zien zijn.
Welke noemt hij?


17.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Waar vind je de betekenis van de volgende uitdrukking?
Iemand (schaak)mat zetten.


18.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Hoeveel loten verkochten Korneel en Maarten samen in vier weken?


19.

Welk van de volgende rijtjes zou niet in een telefoonlijst kunnen voorkomen, omdat het niet op alfabetische volgorde staat?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet in de grafiek de gemiddelde neerslag en de gemiddelde temperatuur van vier verschillende landen.
Welke staven horen bij Nederland?


21.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het landnummer van Zuid-Korea?


22.

Lees onderstaande tekst.

Miereneters
Miereneters danken hun naam aan het feit dat ze mieren en termieten eten. Ze leven in bomen. De snuit van een miereneter lijkt wel wat op een buis. Hij heeft geen tanden, maar wel een beweeglijke tong van zo`n 60 cm lang. De voorpoten hebben lange, scherpe klauwen en het zwarte haar op hun rug is stug. Hun schouders lijken wel wat op een bochel, waardoor je goed ziet dat die kaal zijn. Miereneters zijn nachtdieren. Ze kunnen uitstekend ruiken. Ze gaan met hun neus over de grond, speuren zo naar mierennesten en graven die uit met hun klauwen. Met hun kleverige tong snoepen ze alle mieren op die ze maar te pakken kunnen krijgen. Een volwassen dier kan per dag wel 30.000 mieren of termieten op. Jonge miereneters reizen mee op de rug van hun moeder.

Miereneters zijn zo onhandig dat ze alleen maar geschikt zijn om mieren te eten.


23.

Je wilt de betekenis van het scheefgedrukte woord in onderstaande zin opzoeken in het woordenboek, bij welk woord moet je zijn?
`Zij is echt een kruidje-roer-me-niet.`


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Elk mens heeft per dag een hoeveelheid eiwitten nodig.
In hoeveel landen kregen de inwoners in 1980 het dubbele van die minimumhoeveelheid?


25.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welk beroep groeide in alle landen in de loop der jaren het meest?


26.

Hieronder staan drie woorden. Welk woord zou jij vooraan zetten als je let op de alfabetische volgorde?
gratis gretig gedrag graag


27.

Wat zou jij veranderen als het onderstaand rijtje in een telefoonlijst zou staan?
G. Dijk Berkenlaan 2
S. Dijk Berkenlaan 8
A. Dijk Badweg 7
E. Dijk Bovenweg 3


28.

Anna houdt absoluut niet van melk, toch moet zij het drinken van haar ouders omdat er zoveel in zit. `Wat zit er dan in?`, vraagt ze zich af. Ze bladert in de encyclopedie.
Bij welk zoekwoord moet ze zijn?


29.

Bekijk onderstaande afbeelding.

De naam van de kwast geeft informatie over de kwast.
Welke stelling is juist?


30.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stad is sinds 1985 het snelst gegroeid?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud