Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Wat zou jij veranderen als het onderstaand rijtje in een telefoonlijst zou staan?
G. Dijk Berkenlaan 2
S. Dijk Berkenlaan 8
A. Dijk Badweg 7
E. Dijk Bovenweg 3


2.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit zijn neerslagkaarten van Europa in de maanden januari en juli.
Met welke van de drie onderstaande conclusies ben je het niet eens?


3.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet in de grafiek de gemiddelde neerslag en de gemiddelde temperatuur van vier verschillende landen.
Welke staven horen bij Nederland?


4.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie verkocht minder kaarten en kalenders dan pepermunt?


5.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk park heb je de meeste kans op zon en tegelijkertijd de minste kans op neerslag?


6.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Op deze kaart van Mexico kun je aflezen wat de gemiddelde temperatuur is in juli en in januari. Ook kun je zien wat de gemiddelde neerslag per jaar is.
Wat is de meest oostelijke stad op deze kaart?


7.

Lees onderstaande tekst.

Miereneters
Miereneters danken hun naam aan het feit dat ze mieren en termieten eten. Ze leven in bomen. De snuit van een miereneter lijkt wel wat op een buis. Hij heeft geen tanden, maar wel een beweeglijke tong van zo`n 60 cm lang. De voorpoten hebben lange, scherpe klauwen en het zwarte haar op hun rug is stug. Hun schouders lijken wel wat op een bochel, waardoor je goed ziet dat die kaal zijn. Miereneters zijn nachtdieren. Ze kunnen uitstekend ruiken. Ze gaan met hun neus over de grond, speuren zo naar mierennesten en graven die uit met hun klauwen. Met hun kleverige tong snoepen ze alle mieren op die ze maar te pakken kunnen krijgen. Een volwassen dier kan per dag wel 30.000 mieren of termieten op. Jonge miereneters reizen mee op de rug van hun moeder.

Miereneters zijn zo onhandig dat ze alleen maar geschikt zijn om mieren te eten.


8.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk land maak je de minste kans op regen?


9.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Deze grafieken laten zien hoeveel mensen gebruik maken van de verschillende middelen van vervoer.
Het gebruik van welk vervoermiddel maakt in 2000 de grootste stijging?


10.

Lees onderstaande tekst.

Honden
Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af. Nu, na talloze generaties, lijken ze steeds minder op elkaar. Zo hebben honden bruine ogen, terwijl die van wolven geel zijn. De tenen van wolven zijn dun en lang, die van honden rond. Wolven hebben alle primitieve instincten van een wild dier, terwijl honden echte huisdieren zijn.
Honden gedragen zich heel interessant. Ze begraven hun uitwerpselen, plassen graag in een hoekje, begraven botten waar nog wat aan te kluiven valt en slapen in het donker. Heel bijzonder is dat een hond bijna altijd de weg naar huis weet te vinden, zelfs als ze ver weg gebracht zijn. Sommige honden zijn voor speciale taken getraind: ze trekken een slee, passen op schapen of weten hoe ze mensen moeten redden in de Alpen.

Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af.
Wat betekent dat?


11.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit is Noord-Amerika.
Hoe kan het dat de bosbouw in Canada belangrijker is dan de landbouw?


12.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van de Willemskade.
Welke is goed?


13.

Je bent in de gemeente Ede komen wonen en je wilt lid worden van de bibliotheek. Je hebt een website over de gemeente geopend.
Op welke pagina kun je informatie vinden over de bibliotheek?


14.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Henk woont in Leeuwarden. Hij moet maandagmiddag om half zes in Veenwouden zijn. Hij wil weten welke trein hij moet hebben.
Wat is het goede antwoord?


15.

Welk van de volgende rijtjes zou niet in een telefoonlijst kunnen voorkomen, omdat het niet op alfabetische volgorde staat?


16.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van een dorp.

1 Het dorp heeft slechts één sportveld en twee kerken. Er is één doorgaande weg die langs de noordkant van het dorp loopt en bij het monument aan de zeedijk kun je over de Waddenzee kijken. Bij de kerk aan de kust is een kleine begraafplaats. Ook is er een school in het dorp.
2 Het dorp heeft een klein industrieterrein en twee kerken zonder begraafplaats. Aan de zuidoost kant ligt een park en het dorp heeft twee scholen en een gymlokaal.
3 Het dorp heeft een groot sportterrein en slechts één kerk. De doorgaande weg ligt even buiten het dorp en de kinderen moeten in een andere plaats naar school, want een school is hier niet.

Welke beschrijving past bij het dorp op de kaart?


17.

Lees onderstaande tekst.

Spiegels
Het beeld dat door een spiegel wordt weerkaatst hangt af van de vorm van de spiegel. Als de spiegel goed vlak is, dan weerkaatst hij een getrouw beeld, al is het natuurlijk wel een spiegelbeeld. Is de spiegel een beetje bol dan lijk je korter en dikker. Is de spiegel enigszins hol dan lijk je langer en dunner. Je zult allemaal wel eens in `lachspiegels` hebben gekeken. Je hoeft jezelf maar te bekijken in of op een glimmende lepel: de lachspiegel in het klein. Er zijn overigens ook nuttige spiegels die niet vlak zijn. Menig achteruitkijkspiegeltje in een auto is enigszins bol (convex) zodat de weg in zijn geheel kan worden overzien. Een bolle spiegel verkleint enigszins, daardoor kan je een groter veld overzien. Holle spiegels (concaaf) worden wel in vuurtorens gebruikt. En als scheerspiegels. Ze vergroten wat.

Wat is waar?


18.

Je wilt de betekenis van het scheefgedrukte woord in onderstaande zin opzoeken in het woordenboek, bij welk woord moet je zijn?
`Zij is echt een kruidje-roer-me-niet.`


19.

Kees vindt alles wat met de zee te maken heeft geweldig. Of het nu over vissen gaat, over wrakken op de zeebodem of over koraalriffen; het maakt niet uit.
In welk boek zal hij zeker iets over scheepswrakken en koraalriffen vinden?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Bij Radio 538 zie je dat het marktaandeel verandert. Deze verandering is:


21.

De ` voor een lettergreep geeft aan dat de klemtoon valt op de lettergreep die volgt.
Hieronder staan drie woorden met een klemtoonaanduiding.
Welke is fout?


22.

Lees onderstaande tekst.

Opening bezoekerscentrum Nationaal Park Drents-Friese Wold
Na twee jaar van overleg en hard werken was het dan zover: het bezoekerscentrum en het informatiecentrum van Nationaal Park Drents-Friese Wold zijn op vrijdag 12 oktober 2001 geopend. Het bezoekerscentrum Drents-Friese Wold staat in Terwisscha, dicht bij Appelscha. Het gebouw is zeker een bezoek waard: door het gebouw stroomt een echte beek, symbool voor het onmisbare water voor de natuur in het Drents-Friese Wold. Het bezoekerscentrum vormt de hoofdentree tot het Nationaal Park. Het informatiecentrum Drents-Friese Wold staat in Diever en is een combinatie van VVV-kantoor en informatiecentrum. De VVV-medewerksters hebben een speciale opleiding over Nationaal Park Drents-Friese Wold gehad. Vanuit Nationaal Park Lauwersmeer feliciteren we onze `buren` met deze nieuwbouw.

Deze tekst komt uit


23.

Anna houdt absoluut niet van melk, toch moet zij het drinken van haar ouders omdat er zoveel in zit. `Wat zit er dan in?`, vraagt ze zich af. Ze bladert in de encyclopedie.
Bij welk zoekwoord moet ze zijn?


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het gemiddelde aantal bezoekers van de laatste 30 dagen?


25.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In welk van de drie woorden zit een fout?


26.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het landnummer van Zuid-Korea?


27.

Lees onderstaande tekst.

Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum
In het museum zie je alle schoenen die je maar bedenken kunt: geta`s uit Japan versierd met parelmoer en houtsnijwerk, teenslippers met verhogingen, eskimo-sneeuwschoenen gevlochten van kattendarmen, een schoen uit voormalig Joegoslavië gesneden uit een autobinnenband, naaldhakschoenen die twintig jaar geleden de vloerbedekking in huiskamers verwoestten, punkschoenen...
Als je verder loopt, kom je in een echte looierij uit 1930. Toen werden de huiden niet meer in kuipen gelegd om maandenlang gelooid te worden. Ze werden in draaiende tonnen gestopt, zodat het water met de eikenschors er omheen klotste. Dan was de huid veel sneller gelooid.
De huiden lagen in open tonnen en bakken. Leerlooierijen waren daarom toen altijd buiten het dorp of de stad gevestigd. Natuurlijk is er in het museum ook een ouderwetse schoenmakerij. Je ziet een huiskamer met in de hoek de tafel met de koffiekan, de kast, de kachel en in het midden de tafel van de schoenmaker. Hij zit er zelf te timmeren met zijn hamer. Zijn knecht zit tegenover hem. Vroeger naaide de schoenmaker de zool met pekdraad vast aan het bovenleer.
Zo`n ouderwetse schoenmaker uit 1900 repareerde de schoenen niet alleen, hij maakte ook nieuwe. Pekdraad was oersterk. Het bestond uit zes dunne draden vlas, die in pek tot één draad gevlochten werden. Er is ook een klompenmakerij en een schoenfabriekje uit 1930. De oude machines staan er nog, bijvoorbeeld de driepootdoornaaimachine.

De schrijver noemt drie hoofdzaken die in het museum te zien zijn.
Welke noemt hij?


28.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welk beroep groeide in alle landen in de loop der jaren het meest?


29.

Lees onderstaande tekst.

Hoe vond je het?
Annelous (11) vindt het een leuk verhaal voor meisjes. De tekeningen zijn mooi en passen goed bij het verhaal. Ze denkt dat het verhaal echt gebeurd kan zijn. Ze vertelt: “Ik heb van dit boek geleerd dat het ook leuk kan zijn om met gehandicapte kinderen om te gaan. Ook denk ik dat de schrijver wil vertellen dat er allemaal vervelende dingen gebeuren in het leven maar dat je die goed moet oplossen.”

Stelling I: Volgens Annelous is het verhaal in dit boek gefantaseerd.
Stelling II: Annelous had een verkeerd beeld van het omgaan met gehandicapte kinderen.


30.

Hieronder staan drie woorden. Welk woord zou jij vooraan zetten als je let op de alfabetische volgorde?
gratis gretig gedrag graag


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud