Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie verkocht minder kaarten en kalenders dan pepermunt?


2.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Elk mens heeft per dag een hoeveelheid eiwitten nodig.
In hoeveel landen kregen de inwoners in 1980 het dubbele van die minimumhoeveelheid?


3.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Waar vind je de betekenis van de volgende uitdrukking?
Iemand (schaak)mat zetten.


4.

Lees onderstaande tekst.

Opening bezoekerscentrum Nationaal Park Drents-Friese Wold
Na twee jaar van overleg en hard werken was het dan zover: het bezoekerscentrum en het informatiecentrum van Nationaal Park Drents-Friese Wold zijn op vrijdag 12 oktober 2001 geopend. Het bezoekerscentrum Drents-Friese Wold staat in Terwisscha, dicht bij Appelscha. Het gebouw is zeker een bezoek waard: door het gebouw stroomt een echte beek, symbool voor het onmisbare water voor de natuur in het Drents-Friese Wold. Het bezoekerscentrum vormt de hoofdentree tot het Nationaal Park. Het informatiecentrum Drents-Friese Wold staat in Diever en is een combinatie van VVV-kantoor en informatiecentrum. De VVV-medewerksters hebben een speciale opleiding over Nationaal Park Drents-Friese Wold gehad. Vanuit Nationaal Park Lauwersmeer feliciteren we onze `buren` met deze nieuwbouw.

Deze tekst komt uit


5.

Lees onderstaande tekst.

Dieren
Wie droomt er niet van om oog in oog te staan met de Big Five? Kenia kent maar liefst 80 wilde diersoorten, deze kunt u bekijken in de vele natuurparken. De kennismaking met deze wilde dieren is echt overweldigend. Kenia is een adembenemend mooi land met een prachtige natuur. Avontuurlijke safari`s en dineren in de Afrikaanse wildernis. Luieren op wit verlaten stranden en snorkelen in helder warm water, in Kenia kijkt u uw ogen uit! Ga mee op ontdekkingsreis. Beter-uit Reizen neemt u mee naar de hoogtepunten die Kenia rijk is. Deze ervaring mag u zeker niet missen!

Deze tekst is afkomstig


6.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Henk woont in Leeuwarden. Hij moet maandagmiddag om half zes in Veenwouden zijn. Hij wil weten welke trein hij moet hebben.
Wat is het goede antwoord?


7.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie had om 13.00 uur precies 14 oliebollen gebakken?


8.

Lees onderstaande tekst.

Voetbal met hoofden
Dat de mens meer wil met zijn voeten dan simpel voortbewegen, blijkt wel uit de populariteit van de vele sporten die er bestaan. Het hardlopen ontstond al bij de eerste mensen, maar dan uit pure noodzaak om te vluchten voor naderend onheil. Via de klassieke Olympische Spelen in het Griekse Sparta en de marathon werd van de nood een veredelde deugd gemaakt. Voetbal daarentegen is uitgevonden. Voorzover de geschiedenis ons niet bedriegt, werd er al zo`n 400 jaar voor onze jaartelling in China een spel gespeeld dat veel overeenkomsten vertoont met ons voetbal. Na de kruistochten dook er in Engeland een spel op dat veel gelijkenissen heeft met deze latere volkssport. Volgens sommige historici hebben de kruisvaarders het spel meegebracht en werd het aanvankelijk gespeeld met de hoofden van gedode tegenstanders of geëxecuteerde misdadigers. Al in de veertiende eeuw waren er voetbalrellen, getuige een proclamatie uit die tijd waarbij het spel uit de Londense City werd verbannen. Toen speelde men overigens nog met opgevulde dierenblazen. Later werd de `ronde knikker` vervangen door een lederen exemplaar. Nog altijd, maar wellicht enigszins tegen de waarheid in, geldt Engeland als de bakermat van het voetbal.

Hoe weten we dat voetballen in de binnenstad van Londen niet meer mocht?


9.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van de Willemskade.
Welke is goed?


10.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Op deze kaart van Mexico kun je aflezen wat de gemiddelde temperatuur is in juli en in januari. Ook kun je zien wat de gemiddelde neerslag per jaar is.
Wat is de meest oostelijke stad op deze kaart?


11.

Je bent in de gemeente Ede komen wonen en je wilt lid worden van de bibliotheek. Je hebt een website over de gemeente geopend.
Op welke pagina kun je informatie vinden over de bibliotheek?


12.

Lees onderstaande tekst.

De vijf grondvormen van schoeisel
Alle soorten voetbedekkingen en schoeisel, hoe gevarieerd ook, zijn terug te voeren tot vijf grondvormen: sandaal, opank, muil, schoen, laars. In zijn eenvoudigste vorm is de sandaal niets anders dan een extra grote zool onder de voetzool. Hij is dus alleen echt functioneel in warme landen, op vlak terrein.
De opank is in feite een sandaal met een brede opstaande rand. Deze wordt bij de tenen en de hiel bijeengehouden door een riempje of een veter. Opanken zijn erg geschikt voor prairies en bosachtige streken in een kouder klimaat. De indianen in Noord-Amerika bijvoorbeeld dragen opank-schoenen, bij ons beter bekend als mocassins.
De muil gaat weer een stap verder dan de opank. Hij bestaat uit een bovenstuk, dat de tenen bedekt, een zool, en soms een hak. De pantoffel is een muil waarbij de zijkanten van de voet en de hiel worden omsloten. Je ziet de muil in vrijwel alle Arabische en Aziatische landen.
De klassieke schoen, zoals wij die nu kennen, heeft zich zelfstandig in onze westerse cultuur ontwikkeld. Daar zit niets exotisch meer aan. Het kenmerk van onze schoen is dat hij uit diverse losse onderdelen is samengesteld, die als één geheel de voet tot de enkel omsluiten.
Laarzen tenslotte, zijn te vinden in gebieden van extreme kou. En ook in Arizona en New Mexico (in het zuiden van de VS) dragen veel mensen laarzen. Terwijl het daar juist erg warm is. Maar ze beschermen ook goed tegen cactussen en slangen. Eigenlijk worden laarzen over de hele wereld gedragen. Net zoals alle andere schoentypes, omdat de keuze nu voornamelijk bepaald wordt door de gangbare mode.

Voor wie is deze tekst erg interessant?


13.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stad is sinds 1985 het snelst gegroeid?


14.

Lees onderstaande tekst.

Honden
Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af. Nu, na talloze generaties, lijken ze steeds minder op elkaar. Zo hebben honden bruine ogen, terwijl die van wolven geel zijn. De tenen van wolven zijn dun en lang, die van honden rond. Wolven hebben alle primitieve instincten van een wild dier, terwijl honden echte huisdieren zijn.
Honden gedragen zich heel interessant. Ze begraven hun uitwerpselen, plassen graag in een hoekje, begraven botten waar nog wat aan te kluiven valt en slapen in het donker. Heel bijzonder is dat een hond bijna altijd de weg naar huis weet te vinden, zelfs als ze ver weg gebracht zijn. Sommige honden zijn voor speciale taken getraind: ze trekken een slee, passen op schapen of weten hoe ze mensen moeten redden in de Alpen.

Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af.
Wat betekent dat?


15.

Je wilt sla klaarmaken en je zoekt in het register van het kookboek naar sla. Je ziet de woorden: sinaasappelen, salie, sjalotten en salades staan.
Het woord sla komt vlak na het woord


16.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet in de grafiek de gemiddelde neerslag en de gemiddelde temperatuur van vier verschillende landen.
Welke staven horen bij Nederland?


17.

Welk van de volgende rijtjes zou niet in een telefoonlijst kunnen voorkomen, omdat het niet op alfabetische volgorde staat?


18.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit zijn neerslagkaarten van Europa in de maanden januari en juli.
Met welke van de drie onderstaande conclusies ben je het niet eens?


19.

De ` voor een lettergreep geeft aan dat de klemtoon valt op de lettergreep die volgt.
Hieronder staan drie woorden met een klemtoonaanduiding.
Welke is fout?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

De naam van de kwast geeft informatie over de kwast.
Welke stelling is juist?


21.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling over de schaalverdeling van deze grafiek is juist?


22.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van een dorp.

1 Het dorp heeft slechts één sportveld en twee kerken. Er is één doorgaande weg die langs de noordkant van het dorp loopt en bij het monument aan de zeedijk kun je over de Waddenzee kijken. Bij de kerk aan de kust is een kleine begraafplaats. Ook is er een school in het dorp.
2 Het dorp heeft een klein industrieterrein en twee kerken zonder begraafplaats. Aan de zuidoost kant ligt een park en het dorp heeft twee scholen en een gymlokaal.
3 Het dorp heeft een groot sportterrein en slechts één kerk. De doorgaande weg ligt even buiten het dorp en de kinderen moeten in een andere plaats naar school, want een school is hier niet.

Welke beschrijving past bij het dorp op de kaart?


23.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat geeft het getal links van de grafiek aan?


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Deze grafieken laten zien hoeveel mensen gebruik maken van de verschillende middelen van vervoer.
Het gebruik van welk vervoermiddel maakt in 2000 de grootste stijging?


25.

Wat zou jij veranderen als het onderstaand rijtje in een telefoonlijst zou staan?
G. Dijk Berkenlaan 2
S. Dijk Berkenlaan 8
A. Dijk Badweg 7
E. Dijk Bovenweg 3


26.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In welk van de drie woorden zit een fout?


27.

Je wilt de betekenis van het scheefgedrukte woord in onderstaande zin opzoeken in het woordenboek, bij welk woord moet je zijn?
`Zij is echt een kruidje-roer-me-niet.`


28.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet een lijst met telefoonnummers.
Als je een nieuw product in de winkels wilt hebben is reclame maken handig.
Wat is het nummer van een bedrijf dat reclame maken voor je regelt?


29.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk park heb je de meeste kans op zon en tegelijkertijd de minste kans op neerslag?


30.

Lees onderstaande tekst.

Zwaailicht en sirene
Het is altijd spectaculair om een brandweer- of politiewagen of een ambulance met `toeters en bellen` voorbij te zien snellen; veel jongensdromen over politiewerk beginnen met wilde achtervolgingen.
De werkelijkheid is echter heel anders, want de politie is aan strikte regels gebonden. Zwaailicht en sirene mogen alleen worden gebruikt in gevallen van nood en in situaties waarin snel optreden vereist is; een crimineel is nog in de buurt en moet snel in de kraag worden gevat of er is een ernstig ongeval. Politieambtenaren mogen de zogenaamde optische en geluidssignalen alleen gebruiken, als zij toestemming krijgen van de meldkamer; ze mogen dit dus nooit zelf besluiten.
Overigens betekenen sirene en zwaailicht niet dat politiemensen onbezonnen mogen rijden. Kruisingen moeten rustig en voorzichtig worden overgestoken, want de bestuurders moeten oog houden voor de andere verkeersdeelnemers. Mocht u geconfronteerd worden met `toeters en bellen`, maak dan ruim baan. Want u kunt er dan vanuit gaan dat de nood aan de man is.

Waarom mag de politie niet zomaar met `zwaailicht en sirene` gaan rijden?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud