Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stad is sinds 1985 het snelst gegroeid?


2.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit diagram laat de onderverdeling zien van de vrijetijdsbesteding van Marije uit groep 8.
In de legenda staat `rest`. Wat zou daar onder kunnen vallen?


3.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stad ligt het dichtst bij de meest zuidelijke stad van de Elfstedentocht?


4.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In welk van de drie woorden zit een fout?


5.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van de Willemskade.
Welke is goed?


6.

Lees onderstaande tekst.

Opening bezoekerscentrum Nationaal Park Drents-Friese Wold
Na twee jaar van overleg en hard werken was het dan zover: het bezoekerscentrum en het informatiecentrum van Nationaal Park Drents-Friese Wold zijn op vrijdag 12 oktober 2001 geopend. Het bezoekerscentrum Drents-Friese Wold staat in Terwisscha, dicht bij Appelscha. Het gebouw is zeker een bezoek waard: door het gebouw stroomt een echte beek, symbool voor het onmisbare water voor de natuur in het Drents-Friese Wold. Het bezoekerscentrum vormt de hoofdentree tot het Nationaal Park. Het informatiecentrum Drents-Friese Wold staat in Diever en is een combinatie van VVV-kantoor en informatiecentrum. De VVV-medewerksters hebben een speciale opleiding over Nationaal Park Drents-Friese Wold gehad. Vanuit Nationaal Park Lauwersmeer feliciteren we onze `buren` met deze nieuwbouw.

Deze tekst komt uit


7.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Als je het land met de hoogste welvaart vergelijkt met het land met de laagste welvaart wat is dan het verschil in cijfers?


8.

Je wilt de betekenis van het scheefgedrukte woord in onderstaande zin opzoeken in het woordenboek, bij welk woord moet je zijn?
`Zij is echt een kruidje-roer-me-niet.`


9.

Wat zou jij veranderen als het onderstaand rijtje in een telefoonlijst zou staan?
G. Dijk Berkenlaan 2
S. Dijk Berkenlaan 8
A. Dijk Badweg 7
E. Dijk Bovenweg 3


10.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Vul de zin aan met het goede antwoord.
De titel zegt iets over...


11.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het landnummer van Zuid-Korea?


12.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke bewering kun je met behulp van deze grafiek controleren?


13.

De ` voor een lettergreep geeft aan dat de klemtoon valt op de lettergreep die volgt.
Hieronder staan drie woorden met een klemtoonaanduiding.
Welke is fout?


14.

Lees onderstaande tekst.

De vijf grondvormen van schoeisel
Alle soorten voetbedekkingen en schoeisel, hoe gevarieerd ook, zijn terug te voeren tot vijf grondvormen: sandaal, opank, muil, schoen, laars. In zijn eenvoudigste vorm is de sandaal niets anders dan een extra grote zool onder de voetzool. Hij is dus alleen echt functioneel in warme landen, op vlak terrein.
De opank is in feite een sandaal met een brede opstaande rand. Deze wordt bij de tenen en de hiel bijeengehouden door een riempje of een veter. Opanken zijn erg geschikt voor prairies en bosachtige streken in een kouder klimaat. De indianen in Noord-Amerika bijvoorbeeld dragen opank-schoenen, bij ons beter bekend als mocassins.
De muil gaat weer een stap verder dan de opank. Hij bestaat uit een bovenstuk, dat de tenen bedekt, een zool, en soms een hak. De pantoffel is een muil waarbij de zijkanten van de voet en de hiel worden omsloten. Je ziet de muil in vrijwel alle Arabische en Aziatische landen.
De klassieke schoen, zoals wij die nu kennen, heeft zich zelfstandig in onze westerse cultuur ontwikkeld. Daar zit niets exotisch meer aan. Het kenmerk van onze schoen is dat hij uit diverse losse onderdelen is samengesteld, die als één geheel de voet tot de enkel omsluiten.
Laarzen tenslotte, zijn te vinden in gebieden van extreme kou. En ook in Arizona en New Mexico (in het zuiden van de VS) dragen veel mensen laarzen. Terwijl het daar juist erg warm is. Maar ze beschermen ook goed tegen cactussen en slangen. Eigenlijk worden laarzen over de hele wereld gedragen. Net zoals alle andere schoentypes, omdat de keuze nu voornamelijk bepaald wordt door de gangbare mode.

Voor wie is deze tekst erg interessant?


15.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk park heb je de meeste kans op zon en tegelijkertijd de minste kans op neerslag?


16.

Lees onderstaande tekst.

Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum
In het museum zie je alle schoenen die je maar bedenken kunt: geta`s uit Japan versierd met parelmoer en houtsnijwerk, teenslippers met verhogingen, eskimo-sneeuwschoenen gevlochten van kattendarmen, een schoen uit voormalig Joegoslavië gesneden uit een autobinnenband, naaldhakschoenen die twintig jaar geleden de vloerbedekking in huiskamers verwoestten, punkschoenen...
Als je verder loopt, kom je in een echte looierij uit 1930. Toen werden de huiden niet meer in kuipen gelegd om maandenlang gelooid te worden. Ze werden in draaiende tonnen gestopt, zodat het water met de eikenschors er omheen klotste. Dan was de huid veel sneller gelooid.
De huiden lagen in open tonnen en bakken. Leerlooierijen waren daarom toen altijd buiten het dorp of de stad gevestigd. Natuurlijk is er in het museum ook een ouderwetse schoenmakerij. Je ziet een huiskamer met in de hoek de tafel met de koffiekan, de kast, de kachel en in het midden de tafel van de schoenmaker. Hij zit er zelf te timmeren met zijn hamer. Zijn knecht zit tegenover hem. Vroeger naaide de schoenmaker de zool met pekdraad vast aan het bovenleer.
Zo`n ouderwetse schoenmaker uit 1900 repareerde de schoenen niet alleen, hij maakte ook nieuwe. Pekdraad was oersterk. Het bestond uit zes dunne draden vlas, die in pek tot één draad gevlochten werden. Er is ook een klompenmakerij en een schoenfabriekje uit 1930. De oude machines staan er nog, bijvoorbeeld de driepootdoornaaimachine.

De schrijver noemt drie hoofdzaken die in het museum te zien zijn.
Welke noemt hij?


17.

Lees onderstaande tekst.

Een museum vol schoenen
Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum staat in Waalwijk, in de leegstaande schoenfabriek van Pinocchio. Dit is geen toeval, want vroeger waren er in Waalwijk wel honderden kleine schoenmakerijtjes, gewoon aan huis. Brabant was bij uitstek geschikt voor het maken van leer. Leer wordt gemaakt van dierenhuiden. Die huiden moeten eerst gelooid worden. Een paar duizend jaar geleden spande men zo`n koeienhuid boven een rokend vuur en zo veranderde de huid langzaam in taai leer. Later ontdekte men dat de huiden veel beter in een grote kuip gegooid konden worden. In zo`n kuip zat water en daarna ging hij weer in een bad met run (fijngemalen eikenschors). Na een jaar was de huid gelooid tot leer. Brabant was voor dit leerlooien uitermate geschikt omdat hier veel eikenbossen groeiden en veel beekjes stroomden.

Waarom was Brabant geschikt voor het leerlooien?


18.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat is het gemiddelde aantal bezoekers van de laatste 30 dagen?


19.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling is juist?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Kijk naar de kolom waar `totaal` boven staat. Het verschil tussen de hoogste en de laagste waarde is 28.
Wie hebben daarvoor gezorgd?


21.

Lees onderstaande tekst.

Verrassing
Elk kwartaal ontvangen onze vaste klanten een attentie bij hun bestelling. Dit kwartaal is het geschenkpakket helemaal in het kader van het aankomende wereldkampioenschap voetballen in Zuid-Afrika. Het oranje fanpakket bevat diverse oranje accessoires, zodat onze klanten vanaf 11 juni het Nederlands elftal in gepaste stijl kunnen aanmoedigen. Het pakket bevat zelfs een potje met zaadjes, waarmee men zelf een oranje bloemetje kan laten groeien.
Ook de geschenkjes voor kinderen en jongeren tot 18 jaar zijn dit kwartaal in voetbalsferen, aangepast aan de leeftijd. De extra attentie, die men ontvangt bij de automatische zending, is dit kwartaal voor zowel kinderen als volwassenen een verrassing.

Deze tekst is afkomstig


22.

Welk van de volgende rijtjes zou niet in een telefoonlijst kunnen voorkomen, omdat het niet op alfabetische volgorde staat?


23.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Deze grafieken laten zien hoeveel mensen gebruik maken van de verschillende middelen van vervoer.
Het gebruik van welk vervoermiddel maakt in 2000 de grootste stijging?


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Veel vakantiegangers op Schiermonnikoog die kleine kinderen hebben gaan naar de Berkenplas (even ten noorden van bungalowpark `de Monnik`), om daar te zwemmen.
Hoe ver ligt de Berkenplas ongeveer van de jachthaven?


25.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van een dorp.

1 Het dorp heeft slechts één sportveld en twee kerken. Er is één doorgaande weg die langs de noordkant van het dorp loopt en bij het monument aan de zeedijk kun je over de Waddenzee kijken. Bij de kerk aan de kust is een kleine begraafplaats. Ook is er een school in het dorp.
2 Het dorp heeft een klein industrieterrein en twee kerken zonder begraafplaats. Aan de zuidoost kant ligt een park en het dorp heeft twee scholen en een gymlokaal.
3 Het dorp heeft een groot sportterrein en slechts één kerk. De doorgaande weg ligt even buiten het dorp en de kinderen moeten in een andere plaats naar school, want een school is hier niet.

Welke beschrijving past bij het dorp op de kaart?


26.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Je ziet in de grafiek de gemiddelde neerslag en de gemiddelde temperatuur van vier verschillende landen.
Welke staven horen bij Nederland?


27.

Lees onderstaande tekst.

Rotgans
De rotgans is te herkennen aan zijn zwarte kop en zwarte hals met een subtiel, wit streepje. In de middeleeuwen was het een groot raadsel waar rotganzen in de zomer verbleven. Men bedacht een creatief antwoord op de vraag: `Waar komen jonge rotgansjes vandaan?` Rotganzen worden namelijk niet uit eieren geboren, maar uit zeepokken! Zeepokken groeien op wrakhout of op in zee drijvende takken en `harken` met hun vangarmen voedsel uit het water. En deze vangarmen leken verdacht veel op de donsveertjes van rotganzen, dus de conclusie was snel getrokken. En het hout waarop zeepokken leefden, vormde het bewijs dat er bomen moesten zijn waaruit rotganzen geboren werden. In de wetenschappelijke naam van de rotgans (Branta bernicla) klinkt deze middeleeuwse legende nog door: barnacles is het Engelse woord voor zeepokken. De reis `om de noord` van Willem Barentsz maakte een einde aan deze creatieve verklaring: rotganzen blijken gewoon eieren te leggen en zo jongen te krijgen. Dat gebeurt op Spitsbergen, maar daar was tot dan toe nog nooit iemand geweest.

Stelling I: De rotgans broedt op Spitsbergen.
Stelling II De rotgans overwintert op Spitsbergen.


28.

Je wilt sla klaarmaken en je zoekt in het register van het kookboek naar sla. Je ziet de woorden: sinaasappelen, salie, sjalotten en salades staan.
Het woord sla komt vlak na het woord


29.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Elk mens heeft per dag een hoeveelheid eiwitten nodig.
In hoeveel landen kregen de inwoners in 1980 het dubbele van die minimumhoeveelheid?


30.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Op deze kaart van Mexico kun je aflezen wat de gemiddelde temperatuur is in juli en in januari. Ook kun je zien wat de gemiddelde neerslag per jaar is.
Wat is de meest oostelijke stad op deze kaart?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud