Skip to content

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Lees onderstaande tekst.

Een museum vol schoenen
Het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum staat in Waalwijk, in de leegstaande schoenfabriek van Pinocchio. Dit is geen toeval, want vroeger waren er in Waalwijk wel honderden kleine schoenmakerijtjes, gewoon aan huis. Brabant was bij uitstek geschikt voor het maken van leer. Leer wordt gemaakt van dierenhuiden. Die huiden moeten eerst gelooid worden. Een paar duizend jaar geleden spande men zo`n koeienhuid boven een rokend vuur en zo veranderde de huid langzaam in taai leer. Later ontdekte men dat de huiden veel beter in een grote kuip gegooid konden worden. In zo`n kuip zat water en daarna ging hij weer in een bad met run (fijngemalen eikenschors). Na een jaar was de huid gelooid tot leer. Brabant was voor dit leerlooien uitermate geschikt omdat hier veel eikenbossen groeiden en veel beekjes stroomden.

Waarom was Brabant geschikt voor het leerlooien?


2.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welk beroep groeide in alle landen in de loop der jaren het meest?


3.

Lees onderstaande tekst.

Honden
Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af. Nu, na talloze generaties, lijken ze steeds minder op elkaar. Zo hebben honden bruine ogen, terwijl die van wolven geel zijn. De tenen van wolven zijn dun en lang, die van honden rond. Wolven hebben alle primitieve instincten van een wild dier, terwijl honden echte huisdieren zijn.
Honden gedragen zich heel interessant. Ze begraven hun uitwerpselen, plassen graag in een hoekje, begraven botten waar nog wat aan te kluiven valt en slapen in het donker. Heel bijzonder is dat een hond bijna altijd de weg naar huis weet te vinden, zelfs als ze ver weg gebracht zijn. Sommige honden zijn voor speciale taken getraind: ze trekken een slee, passen op schapen of weten hoe ze mensen moeten redden in de Alpen.

Honden en wolven stammen van dezelfde voorouders af.
Wat betekent dat?


4.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van de Willemskade.
Welke is goed?


5.

Kees vindt alles wat met de zee te maken heeft geweldig. Of het nu over vissen gaat, over wrakken op de zeebodem of over koraalriffen; het maakt niet uit.
In welk boek zal hij zeker iets over scheepswrakken en koraalriffen vinden?


6.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Bij Radio 538 zie je dat het marktaandeel verandert. Deze verandering is:


7.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling over de schaalverdeling van deze grafiek is juist?


8.

Lees onderstaande tekst.

Opening bezoekerscentrum Nationaal Park Drents-Friese Wold
Na twee jaar van overleg en hard werken was het dan zover: het bezoekerscentrum en het informatiecentrum van Nationaal Park Drents-Friese Wold zijn op vrijdag 12 oktober 2001 geopend. Het bezoekerscentrum Drents-Friese Wold staat in Terwisscha, dicht bij Appelscha. Het gebouw is zeker een bezoek waard: door het gebouw stroomt een echte beek, symbool voor het onmisbare water voor de natuur in het Drents-Friese Wold. Het bezoekerscentrum vormt de hoofdentree tot het Nationaal Park. Het informatiecentrum Drents-Friese Wold staat in Diever en is een combinatie van VVV-kantoor en informatiecentrum. De VVV-medewerksters hebben een speciale opleiding over Nationaal Park Drents-Friese Wold gehad. Vanuit Nationaal Park Lauwersmeer feliciteren we onze `buren` met deze nieuwbouw.

Deze tekst komt uit


9.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In de tabel vind je gegevens over vakantiebestemmingen.
In welk land maak je de minste kans op regen?


10.

Lees onderstaande tekst.

De vijf grondvormen van schoeisel
Alle soorten voetbedekkingen en schoeisel, hoe gevarieerd ook, zijn terug te voeren tot vijf grondvormen: sandaal, opank, muil, schoen, laars. In zijn eenvoudigste vorm is de sandaal niets anders dan een extra grote zool onder de voetzool. Hij is dus alleen echt functioneel in warme landen, op vlak terrein.
De opank is in feite een sandaal met een brede opstaande rand. Deze wordt bij de tenen en de hiel bijeengehouden door een riempje of een veter. Opanken zijn erg geschikt voor prairies en bosachtige streken in een kouder klimaat. De indianen in Noord-Amerika bijvoorbeeld dragen opank-schoenen, bij ons beter bekend als mocassins.
De muil gaat weer een stap verder dan de opank. Hij bestaat uit een bovenstuk, dat de tenen bedekt, een zool, en soms een hak. De pantoffel is een muil waarbij de zijkanten van de voet en de hiel worden omsloten. Je ziet de muil in vrijwel alle Arabische en Aziatische landen.
De klassieke schoen, zoals wij die nu kennen, heeft zich zelfstandig in onze westerse cultuur ontwikkeld. Daar zit niets exotisch meer aan. Het kenmerk van onze schoen is dat hij uit diverse losse onderdelen is samengesteld, die als één geheel de voet tot de enkel omsluiten.
Laarzen tenslotte, zijn te vinden in gebieden van extreme kou. En ook in Arizona en New Mexico (in het zuiden van de VS) dragen veel mensen laarzen. Terwijl het daar juist erg warm is. Maar ze beschermen ook goed tegen cactussen en slangen. Eigenlijk worden laarzen over de hele wereld gedragen. Net zoals alle andere schoentypes, omdat de keuze nu voornamelijk bepaald wordt door de gangbare mode.

Voor wie is deze tekst erg interessant?


11.

Lees onderstaande tekst.

Miereneters
Miereneters danken hun naam aan het feit dat ze mieren en termieten eten. Ze leven in bomen. De snuit van een miereneter lijkt wel wat op een buis. Hij heeft geen tanden, maar wel een beweeglijke tong van zo`n 60 cm lang. De voorpoten hebben lange, scherpe klauwen en het zwarte haar op hun rug is stug. Hun schouders lijken wel wat op een bochel, waardoor je goed ziet dat die kaal zijn. Miereneters zijn nachtdieren. Ze kunnen uitstekend ruiken. Ze gaan met hun neus over de grond, speuren zo naar mierennesten en graven die uit met hun klauwen. Met hun kleverige tong snoepen ze alle mieren op die ze maar te pakken kunnen krijgen. Een volwassen dier kan per dag wel 30.000 mieren of termieten op. Jonge miereneters reizen mee op de rug van hun moeder.

Miereneters zijn zo onhandig dat ze alleen maar geschikt zijn om mieren te eten.


12.

Je wilt de betekenis van het scheefgedrukte woord in onderstaande zin opzoeken in het woordenboek, bij welk woord moet je zijn?
`Zij is echt een kruidje-roer-me-niet.`


13.

Bekijk onderstaande afbeelding.

In welk van de drie woorden zit een fout?


14.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Henk woont in Leeuwarden. Hij moet maandagmiddag om half zes in Veenwouden zijn. Hij wil weten welke trein hij moet hebben.
Wat is het goede antwoord?


15.

Bekijk onderstaande afbeelding.

De naam van de kwast geeft informatie over de kwast.
Welke stelling is juist?


16.

Lees onderstaande tekst.

Weddenschap wijst klimaatwijziging uit
In het dorpje Nenana in Alaska is de lente iets om naar uit te kijken. Sinds 1917 wordt er gewed op het exacte moment waarop het ijs in de rivier die door het dorpje stroomt, zou breken. Om dat tijdstip exact vast te stellen bouwde men een ingenieus apparaat: een zwart-wit gestreepte driepoot werd op het ijs gezet en via een touw verbonden met een klok op de oever. Wanneer de driepoot meer dan dertig meter verschoof - een teken dat het ijs brak - deed het touw de klok stoppen. Deze wedstrijd, de Nenana Ice Classic, is sindsdien elk jaar gehouden. Tegenwoordig zijn er honderdduizenden deelnemers, die voor twee dollar een gokje wagen. Omdat de regels van deze weddenschap nooit meer zijn veranderd, is er een betrouwbare reeks van tijden waarop het ijs is gesmolten. Klimaatdeskundigen van de Universiteit van Stanford in Amerika hebben de lijst met winnende tijden onderzocht, en concluderen nu dat de lente tegenwoordig vijfeneenhalve dag eerder aanbreekt dan in het begin van de twintigste eeuw het geval was. Dit komt overeen met waarneming van onder meer het begin van de vogeltrek, zo schrijven de onderzoekers vandaag in Science.

De schrijver van dit leesstukje heeft zijn gegevens


17.

Je bent in de gemeente Ede komen wonen en je wilt lid worden van de bibliotheek. Je hebt een website over de gemeente geopend.
Op welke pagina kun je informatie vinden over de bibliotheek?


18.

De ` voor een lettergreep geeft aan dat de klemtoon valt op de lettergreep die volgt.
Hieronder staan drie woorden met een klemtoonaanduiding.
Welke is fout?


19.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke bewering kun je met behulp van deze grafiek controleren?


20.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Deze grafieken laten zien hoeveel mensen gebruik maken van de verschillende middelen van vervoer.
Het gebruik van welk vervoermiddel maakt in 2000 de grootste stijging?


21.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit zijn neerslagkaarten van Europa in de maanden januari en juli.
Met welke van de drie onderstaande conclusies ben je het niet eens?


22.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wie had om 13.00 uur precies 14 oliebollen gebakken?


23.

Wat zou jij veranderen als het onderstaand rijtje in een telefoonlijst zou staan?
G. Dijk Berkenlaan 2
S. Dijk Berkenlaan 8
A. Dijk Badweg 7
E. Dijk Bovenweg 3


24.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Dit diagram laat de onderverdeling zien van de vrijetijdsbesteding van Marije uit groep 8.
In de legenda staat `rest`. Wat zou daar onder kunnen vallen?


25.

Lees onderstaande tekst.

Hoe vond je het?
Annelous (11) vindt het een leuk verhaal voor meisjes. De tekeningen zijn mooi en passen goed bij het verhaal. Ze denkt dat het verhaal echt gebeurd kan zijn. Ze vertelt: “Ik heb van dit boek geleerd dat het ook leuk kan zijn om met gehandicapte kinderen om te gaan. Ook denk ik dat de schrijver wil vertellen dat er allemaal vervelende dingen gebeuren in het leven maar dat je die goed moet oplossen.”

Stelling I: Volgens Annelous is het verhaal in dit boek gefantaseerd.
Stelling II: Annelous had een verkeerd beeld van het omgaan met gehandicapte kinderen.


26.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Oma is mee naar het Openluchtmuseum. Ze zal lang niet alles kunnen zien, want ze loopt erg slecht. Ze wil in ieder geval graag een paar molens zien.
Waar kans ze het beste uitstappen als ze met de tram gaat?


27.

Anna houdt absoluut niet van melk, toch moet zij het drinken van haar ouders omdat er zoveel in zit. `Wat zit er dan in?`, vraagt ze zich af. Ze bladert in de encyclopedie.
Bij welk zoekwoord moet ze zijn?


28.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Wat geeft het getal links van de grafiek aan?


29.

Bekijk onderstaande afbeeldingen.

Hieronder staan drie beschrijvingen van een dorp.

1 Het dorp heeft slechts één sportveld en twee kerken. Er is één doorgaande weg die langs de noordkant van het dorp loopt en bij het monument aan de zeedijk kun je over de Waddenzee kijken. Bij de kerk aan de kust is een kleine begraafplaats. Ook is er een school in het dorp.
2 Het dorp heeft een klein industrieterrein en twee kerken zonder begraafplaats. Aan de zuidoost kant ligt een park en het dorp heeft twee scholen en een gymlokaal.
3 Het dorp heeft een groot sportterrein en slechts één kerk. De doorgaande weg ligt even buiten het dorp en de kinderen moeten in een andere plaats naar school, want een school is hier niet.

Welke beschrijving past bij het dorp op de kaart?


30.

Bekijk onderstaande afbeelding.

Welke stelling is juist?


Aanbevolen bij deze toets:

Oefenen met studievaardigheden voor groep 8

De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud