Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 5
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
In de kantine van de voetbalclub van Sem is voor 20 euro aan kroketten verkocht.
Een kroket kost € 1,25.
Hoeveel kroketten zijn er verkocht?
15
18
16
2.
Ank telt een maand lang alle vogels in de tuin.
Ze ziet 425 mussen, 300 spreeuwen en 40 koolmezen.
Hoeveel vogels heeft Ank gezien?
760
765
755
3.
Ankie pakt gebaksvorkjes in.
In een doosje passen 6 vorkjes. Er liggen 108 vorkjes.
Hoeveel doosjes kan Ankie vullen? Hoeveel vorkjes houdt ze over?
17 (5 over)
19 (1 over)
18 (0 over)
4.
Joost telt de supporters van de tegenpartij.
Ze komen met 8 bussen. In iedere bus zitten 45 mensen.
Hoeveel supporters komen er voor de tegenpartij?
340
360
330
5.
Sander heeft 7 weken zomervakantie. Een week heeft 7 dagen.
Er zijn al 22 dagen om.
Hoeveel dagen heeft Sander nog vrij?
27
28
25
6.
De school van Ben heeft geld opgehaald voor het goede doel.
Ze geven 1250 euro aan het dierenasiel en 750 euro aan de vogelopvang.
Hoeveel euro hebben ze weggegeven?
2100
1950
2000
7.
De opa en oma van Katie krijgen een reis van hun kinderen.
De reis kost 1200 euro. Er zijn 6 kinderen.
Hoeveel betaalt ieder kind?
200
250
300
8.
De voetbalclub van Stefan verkoopt kaarten voor de wedstrijd tegen Ajax.
Er zijn 3000 kaarten. Op de dag van de wedstrijd zijn er nog 150 kaarten over.
Hoeveel kaarten zijn er verkocht?
2850
2950
2750
9.
Johannes gaat uit eten.
Hij bestelt een broodje van € 4,65. Daar drinkt hij een koffie van € 2,15 bij. Als toetje neemt hij een ijsje van € 3,50.
Hoeveel moet hij betalen?
10,15
10,30
10,20
10.
Rina telt het verkeer in de straat.
In een week ziet ze 600 auto’s, 300 fietsers en 9 motoren.
Hoeveel weggebruikers heeft Rina gezien?
909
912
639
11.
Aldo koopt in de uitverkoop een jas.
De jas was eerst 215 euro, maar kost nu 116 euro.
Hoeveel euro is de jas goedkoper geworden?
101
98
99
12.
Hidde heeft 215 euro gespaard.
Hij wil een laptop van 570 euro kopen.
Opa betaalt de rest. Hoeveel betaalt opa?
345
365
355
13.
Twan gaat op vakantie.
Het huisje kost 122 euro per week. Hij blijft er 3 weken.
Ook komen er nog 21 euro schoonmaakkosten bij.
Wat kost de vakantie?
387
389
385
14.
Tristan heeft 10 zakken met 15 koekjes.
Hij verdeelt de koekjes over 3 koektrommels.
Hoeveel koekjes zitten er in iedere trommel?
50
52
45
15.
Matthijs pakt de wenskaarten uit voor de rommelmarkt.
Er staan nog 8 dozen. In elke doos zitten 40 kaarten.
Hoeveel kaarten moet Matthijs uitpakken?
360
320
340
16.
Erben pakt harde broodjes in.
Er passen 6 broodjes in een zak. Erben heeft 49 broodjes.
Hoeveel zakken kan hij vullen? En hoeveel broodjes houdt hij over?
8 (1 over)
7 (5 over)
8 (0 over)
17.
Emine telt het aantal fietsen in de stalling.
Er staan 5 rijen met fietsenrekken. Iedere rij heeft 4 rekken. In ieder rek staan 4 fietsen.
Hoeveel fietsen zijn er?
75
80
85
18.
Francien heeft 399 euro gespaard voor de vakantie.
Ze krijgt 23 euro van oma.
Hoeveel geld heeft ze voor de vakantie?
422
421
423
19.
Halil verdient op vrijdag 28 euro met zijn krantenwijk.
Op zaterdag verdient hij 57 euro met auto`s wassen.
Hoeveel heeft hij verdiend?
84
86
85
20.
Jason koopt een spel voor het clubhuis.
Het spel kost 52 euro. Hij krijgt 4 euro korting.
Jason deelt de kosten met zijn 3 vrienden.
Hoeveel betalen ze per persoon?
9
10
12
21.
Ilse heeft 4 mappen met stickers.
In iedere map zitten 85 stickers.
Hoeveel stickers heeft Ilse?
320
330
340
22.
De school van Rik gaat met 65 kinderen naar het museum.
De kaartjes kosten 4 euro per persoon.
Hoeveel moet er betaald worden voor alle kinderen?
240
260
250
23.
Noortje en haar vriendinnen eten bij de snackbar.
Ze moeten 22 euro betalen. Ze krijgen 4 euro korting.
De 3 meiden delen de rekening.
Hoeveel betalen ze per persoon?
5
6
7
24.
Aya telt het aantal katten in het asiel.
Er staan 4 rijen met hokken. Iedere rij heeft 3 hokken. In ieder hok zitten 3 katten.
Hoeveel katten zijn er?
39
34
36
25.
Tim moet 59 sommen maken in het weekend.
Hij maakt er vrijdag 20, en zaterdag 8.
Hoeveel sommen moet hij op zondag nog maken?
31
32
33
26.
Fenna leest dat het museum in 5 dagen 4000 bezoekers heeft gehad.
Hoeveel bezoekers zijn er per dag geweest?
850
800
900
27.
Riet gaat 8 dagen op vakantie.
Een dag heeft 24 uur.
Hoeveel uur gaat Riet op vakantie?
192
188
186
28.
Fiene pakt dozen snoep in.
Er passen 8 zakjes in een doos. Fiene heeft 87 zakjes.
Hoeveel dozen kan ze vullen? En hoeveel zakjes houdt ze over?
11 (1 over)
10 (7 over)
9 (7 over)
29.
Noa gaat verhuizen en pakt haar 240 boeken in.
Ze heeft 15 dozen om haar boeken in te doen.
Hoeveel boeken doet Noa in iedere doos?
16
14
18
30.
De tennisclub van Norma heeft na de rommelmarkt 4850 euro in kas.
De rommelmarkt heeft 2800 euro opgebracht.
Hoeveel was er in kas voordat de rommelmarkt gehouden werd?
2150
2050
2250
Toets nakijken
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht