Skip to content

Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 5

Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op Toets nakijken.

De toetsvragen:

1.

Het grote parkeerterrein heeft 1050 plaatsen.
Elleke ziet dat er nog 675 plaatsen vrij zijn.
Hoeveel auto`s staan er op het parkeerterrein?


2.

In de kantine van de voetbalclub van Sem is voor 20 euro aan kroketten verkocht.
Een kroket kost € 1,25.
Hoeveel kroketten zijn er verkocht?


3.

Alexander heeft evenveel spijkers, bouten, schroeven en moertjes.
Hij verdeelt de 75 spijkers over 5 bakjes.
Hoeveel stuks zitten er in elke bak als hij alle 4 de soorten verdeeld heeft?


4.

Isa telt het aantal vogels in de dierentuin.
Er staan 2 rijen met hokken. Iedere rij heeft 7 hokken. In ieder hok zitten 6 vogels.
Hoeveel vogels zijn er?


5.

Halil verdient op vrijdag 28 euro met zijn krantenwijk.
Op zaterdag verdient hij 57 euro met auto`s wassen.
Hoeveel heeft hij verdiend?


6.

Jason koopt een spel voor het clubhuis.
Het spel kost 52 euro. Hij krijgt 4 euro korting.
Jason deelt de kosten met zijn 3 vrienden.
Hoeveel betalen ze per persoon?


7.

De tennisclub van Norma heeft na de rommelmarkt 4850 euro in kas.
De rommelmarkt heeft 2800 euro opgebracht.
Hoeveel was er in kas voordat de rommelmarkt gehouden werd?


8.

De school van Ben heeft geld opgehaald voor het goede doel.
Ze geven 1250 euro aan het dierenasiel en 750 euro aan de vogelopvang.
Hoeveel euro hebben ze weggegeven?


9.

Lonneke heeft 19 euro gekregen voor haar mooie rapport.
Haar opa verdubbelt dit bedrag. Haar vader verdubbelt het nieuwe bedrag nog een keer.
Hoeveel geld heeft Lonneke voor haar rapport gehad?


10.

Richard krijgt een scooter.
De scooter kost 1600 euro. Zijn vader en opa betalen ieder een gelijk deel.
Hoeveel betalen vader en opa ieder?


11.

De golfclub is 172 golfballetjes kwijt.
Jesper helpt met zoeken. Hij vindt 18 golfballetjes.
Hoeveel golfballetjes zijn er nu nog kwijt?


12.

De sportverenigingen in het dorp bij Pim krijgen samen 1800 euro van de gemeente.
Er zijn 6 sportverenigingen.
Hoeveel euro krijgt iedere vereniging?


13.

Melle spaart voor een laptop van 365 euro.
Hij heeft al 80 euro.
Hoeveel moet Melle nog sparen?


14.

Nita heeft met de sponsorloop 22 euro opgehaald voor het goede doel.
Haar vader verdubbelt het bedrag. Haar oom verdubbelt het nieuwe bedrag. Haar opa verdubbelt daarna het nieuwe bedrag nog een keer.
Hoeveel geld kan Nita aan het goede doel geven?


15.

Twan gaat op vakantie.
Het huisje kost 122 euro per week. Hij blijft er 3 weken.
Ook komen er nog 21 euro schoonmaakkosten bij.
Wat kost de vakantie?


16.

Matthijs pakt de wenskaarten uit voor de rommelmarkt.
Er staan nog 8 dozen. In elke doos zitten 40 kaarten.
Hoeveel kaarten moet Matthijs uitpakken?


17.

Rina telt het verkeer in de straat.
In een week ziet ze 600 auto’s, 300 fietsers en 9 motoren.
Hoeveel weggebruikers heeft Rina gezien?


18.

Erben pakt harde broodjes in.
Er passen 6 broodjes in een zak. Erben heeft 49 broodjes.
Hoeveel zakken kan hij vullen? En hoeveel broodjes houdt hij over?


19.

Johannes gaat uit eten.
Hij bestelt een broodje van € 4,65. Daar drinkt hij een koffie van € 2,15 bij. Als toetje neemt hij een ijsje van € 3,50.
Hoeveel moet hij betalen?


20.

Emine telt het aantal fietsen in de stalling.
Er staan 5 rijen met fietsenrekken. Iedere rij heeft 4 rekken. In ieder rek staan 4 fietsen.
Hoeveel fietsen zijn er?


21.

Noa gaat verhuizen en pakt haar 240 boeken in.
Ze heeft 15 dozen om haar boeken in te doen.
Hoeveel boeken doet Noa in iedere doos?


22.

Fenna leest dat het museum in 5 dagen 4000 bezoekers heeft gehad.
Hoeveel bezoekers zijn er per dag geweest?


23.

Ahmet heeft 138 euro op zijn spaarrekening.
Hij heeft 172 euro verdiend met zijn vakantiebaantje.
Hoeveel euro heeft hij?


24.

De grote wandeltocht heeft 5800 deelnemers.
Johnny doet ook mee. Om twee uur zijn 1700 deelnemers over de eindstreep gekomen.
Hoeveel deelnemers moeten er nog komen?


25.

Quinty heeft een mobiel abonnement.
Ze mag iedere maand 500 minuten bellen. Ze heeft deze maand nog 280 belminuten over van vorige maand.
Ze belt deze maand 430 minuten.
Hoeveel minuten heeft ze over aan het eind van de maand?


26.

Emily haalt de boodschappen voor de barbecue.
Ze koopt voor 90 euro vlees en voor 30 euro salade.
Ze deelt de kosten met haar 5 vriendinnen.
Hoeveel betalen ze per persoon?


27.

Ank telt een maand lang alle vogels in de tuin.
Ze ziet 425 mussen, 300 spreeuwen en 40 koolmezen.
Hoeveel vogels heeft Ank gezien?


28.

Maarten verdeelt 420 boeken over 6 kasten.
Hij haalt 15 boeken uit de eerste kast.
Hoeveel boeken staan er nu nog in die kast?


29.

Hidde heeft 215 euro gespaard.
Hij wil een laptop van 570 euro kopen.
Opa betaalt de rest. Hoeveel betaalt opa?


30.

Tristan heeft 10 zakken met 15 koekjes.
Hij verdeelt de koekjes over 3 koektrommels.
Hoeveel koekjes zitten er in iedere trommel?



De Visual Steps-boeken

Direct aan de slag / Stap-voor-stapinstructies / Begrijpelijke inhoud