Skip to content
Twitter
Facebook
Home
Over de auteur
Nog meer voor kinderen
Toetsen
Contact
Oefenen met leessommen (redactiesommen) voor groep 5
Beantwoord de volgende 30 vragen en klik dan onder op de webpagina op
Toets nakijken
.
De toetsvragen:
1.
Maarten verdeelt 420 boeken over 6 kasten.
Hij haalt 15 boeken uit de eerste kast.
Hoeveel boeken staan er nu nog in die kast?
60
55
65
2.
De voetbalclub van Stefan verkoopt kaarten voor de wedstrijd tegen Ajax.
Er zijn 3000 kaarten. Op de dag van de wedstrijd zijn er nog 150 kaarten over.
Hoeveel kaarten zijn er verkocht?
2850
2950
2750
3.
Rosanne heeft met de sponsorloop 65 euro opgehaald voor het goede doel.
Haar vader verdubbelt het bedrag. Haar opa verdubbelt het nieuwe bedrag nog een keer.
Hoeveel geld kan Rosanne aan het goede doel geven?
240
280
260
4.
Mika heeft 48 bitterballen gebakken. Er worden er meteen 6 opgegeten.
Hij verdeelt de rest over 3 borden.
Hoeveel bitterballen liggen er op ieder bord?
16
14
15
5.
De tennisclub van Norma heeft na de rommelmarkt 4850 euro in kas.
De rommelmarkt heeft 2800 euro opgebracht.
Hoeveel was er in kas voordat de rommelmarkt gehouden werd?
2050
2150
2250
6.
Fenna leest dat het museum in 5 dagen 4000 bezoekers heeft gehad.
Hoeveel bezoekers zijn er per dag geweest?
850
800
900
7.
Emily haalt de boodschappen voor de barbecue.
Ze koopt voor 90 euro vlees en voor 30 euro salade.
Ze deelt de kosten met haar 5 vriendinnen.
Hoeveel betalen ze per persoon?
20
18
19
8.
Marcel heeft 98 euro verdiend met auto`s wassen, honden uitlaten en vegen.
Met vegen heeft hij 9 euro verdiend, en met honden uitlaten 7 euro.
Hoeveel heeft hij verdiend met auto’s wassen?
83
81
82
9.
Ahmet heeft 138 euro op zijn spaarrekening.
Hij heeft 172 euro verdiend met zijn vakantiebaantje.
Hoeveel euro heeft hij?
320
300
310
10.
Johannes gaat uit eten.
Hij bestelt een broodje van € 4,65. Daar drinkt hij een koffie van € 2,15 bij. Als toetje neemt hij een ijsje van € 3,50.
Hoeveel moet hij betalen?
10,30
10,20
10,15
11.
Melle spaart voor een laptop van 365 euro.
Hij heeft al 80 euro.
Hoeveel moet Melle nog sparen?
285
295
275
12.
Luna verzamelt de aanmeldingen voor de rommelmarkt.
Gisteren kreeg ze 35 aanmeldingen, vandaag 48.
Hoeveel aanmeldingen heeft ze?
85
84
83
13.
Twan gaat op vakantie.
Het huisje kost 122 euro per week. Hij blijft er 3 weken.
Ook komen er nog 21 euro schoonmaakkosten bij.
Wat kost de vakantie?
385
387
389
14.
De golfclub is 172 golfballetjes kwijt.
Jesper helpt met zoeken. Hij vindt 18 golfballetjes.
Hoeveel golfballetjes zijn er nu nog kwijt?
153
154
155
15.
De camera die Roy graag wil hebben is voor de halve prijs in de uitverkoop.
De camera kostte eerst 230 euro.
Wat kost de camera nu?
115
118
112
16.
De opa en oma van Katie krijgen een reis van hun kinderen.
De reis kost 1200 euro. Er zijn 6 kinderen.
Hoeveel betaalt ieder kind?
250
300
200
17.
Aya telt het aantal katten in het asiel.
Er staan 4 rijen met hokken. Iedere rij heeft 3 hokken. In ieder hok zitten 3 katten.
Hoeveel katten zijn er?
36
39
34
18.
Quinty heeft een mobiel abonnement.
Ze mag iedere maand 500 minuten bellen. Ze heeft deze maand nog 280 belminuten over van vorige maand.
Ze belt deze maand 430 minuten.
Hoeveel minuten heeft ze over aan het eind van de maand?
340
350
360
19.
Hidde heeft 215 euro gespaard.
Hij wil een laptop van 570 euro kopen.
Opa betaalt de rest. Hoeveel betaalt opa?
355
345
365
20.
Martin heeft 302 euro gespaard.
Hij geeft 5 euro uit aan een stripboek.
Hoeveel spaargeld houdt hij over?
296
297
298
21.
Alexander heeft evenveel spijkers, bouten, schroeven en moertjes.
Hij verdeelt de 75 spijkers over 5 bakjes.
Hoeveel stuks zitten er in elke bak als hij alle 4 de soorten verdeeld heeft?
60
65
55
22.
Jason koopt een spel voor het clubhuis.
Het spel kost 52 euro. Hij krijgt 4 euro korting.
Jason deelt de kosten met zijn 3 vrienden.
Hoeveel betalen ze per persoon?
10
12
9
23.
Erben pakt harde broodjes in.
Er passen 6 broodjes in een zak. Erben heeft 49 broodjes.
Hoeveel zakken kan hij vullen? En hoeveel broodjes houdt hij over?
8 (0 over)
8 (1 over)
7 (5 over)
24.
Sander heeft 7 weken zomervakantie. Een week heeft 7 dagen.
Er zijn al 22 dagen om.
Hoeveel dagen heeft Sander nog vrij?
25
28
27
25.
Tim moet 59 sommen maken in het weekend.
Hij maakt er vrijdag 20, en zaterdag 8.
Hoeveel sommen moet hij op zondag nog maken?
32
31
33
26.
Het rekenboek van Nora heeft 80 hoofdstukken.
In ieder hoofdstuk staan 11 sommen.
Hoeveel sommen staan er in het boek?
870
890
880
27.
De school van Ben heeft geld opgehaald voor het goede doel.
Ze geven 1250 euro aan het dierenasiel en 750 euro aan de vogelopvang.
Hoeveel euro hebben ze weggegeven?
2000
1950
2100
28.
Nita heeft met de sponsorloop 22 euro opgehaald voor het goede doel.
Haar vader verdubbelt het bedrag. Haar oom verdubbelt het nieuwe bedrag. Haar opa verdubbelt daarna het nieuwe bedrag nog een keer.
Hoeveel geld kan Nita aan het goede doel geven?
176
172
164
29.
In de kantine van de voetbalclub van Sem is voor 20 euro aan kroketten verkocht.
Een kroket kost € 1,25.
Hoeveel kroketten zijn er verkocht?
16
15
18
30.
Margriet heeft 2 zakken snoep mee op schoolreis. Er zitten 48 snoepjes in een zak.
Haar klas heeft 32 leerlingen. Margriet verdeelt de snoepjes eerlijk.
Hoeveel snoepjes krijgt iedereen?
4
2
3
Toets nakijken
De Visual Steps-
boeken
Direct aan de slag
/
Stap-voor-stapinstructies
/
Begrijpelijke inhoud
Productoverzicht